De inflatie in de eurozone is in februari gestegen naar 2 procent, het streefcijfer van de ECB waar ‘dichtbij, maar onder’ de geldontwaarding zou moeten liggen. Dit betekent echter niet direct dat de centrale bank zijn beleid zal wijzigen.
Dit stelt James Athey, beleggingsstrateeg bij vermogensbeheerder Aberdeen, in een reactie op de cijfers van Eurostat.
Volgens dit Europese statistiekbureau stegen de consumentenprijzen afgelopen maand met 2 procent ten opzichte van een jaar eerder. In januari was dit nog 1,8 procent.
Het was voor het eerst sinds januari 2013 dat een inflatie de 2 procent aantikte.
Onderliggend kwam de kerninflatie voor de derde achtereenvolgende maand uit op 0,9 procent. En juist dit cijfer, waarin de vaak sterk schommelende prijzen van energie en vers voedsel zijn weggelaten, is voor de ECB een belangrijke maatstaf voor ruimer of krapper monetair beleid.
‘Er zit iets in de cijfers voor iedereen’, reageert Athey. ‘De havikken in het ECB-bestuur zullen wijzen op de inflatie van 2 procent en dit zien als argument om minder ruim monetair beleid te voeren.’
‘Maa Draghi en de meer gematigde bestuursleden zullen wijzen op de kerninflatie van 0,9 procent en zeggen dat het algemene inflatie cijfer de kracht van de economie overschat en er doorheen gekeken moet worden.’
‘Het is onwaarschijnlijk dat deze twist beslecht zal worden voordat een aantal van de politieke agendapunten voor dit jaar zijn afgevinkt.’