Nico Goethals - Aphilion
Nico Goethals - Aphilion

Nico Goethals, die zo’n 25 jaar geleden samen met kompaan Jan Holvoet, de fondsbeheerder Aphilion uit de grond stampte, legt uit hoe het bedrijf met een strikt kwantitatief model en dito beheer gestaag aan de weg timmert.

Het wordt in de fondsenwereld steeds moeilijker om zich als actieve beheerder staande te houden. Niet alleen neemt passief beleggen een hoge vlucht ook de complexere regelgeving en de toenemende kosten gooien almaar meer roet in het eten. Desondanks slagen er enkele kleinere Belgische spelers in om hun plaats op de markt met verve te bestendigen en Aphilion is daar één van.

Beter met statistiek

Aphilion ontstond vanuit een eerder academische overtuiging: een beter model zou op termijn betere beleggingsresultaten moeten opleveren. En de twee oprichters, Nico Goethals en Jan Holvoet startten bij het begin van de eeuw met zowat 3 miljoen euro startkapitaal en zonder distributiekracht om dit te bewijzen. ‘De eerste jaren waren verlieslatend. Het geld ging vooral naar data, technologie en onderzoek. Eigenlijk wilden we investeren in een trackrecord. Dus eerst bewijzen dat het werkt, pas daarna groeien,’ legt Goethals uit.

Vandaag zou met een dergelijke instelling een fonds starten volgens hem haast onmogelijk zijn. ‘De drempels liggen hoger: strengere regelgeving, hogere kosten en een markt die wordt gedomineerd door grootbanken en internationale spelers. Nu vertrekken de meeste starters dan ook vanuit een commercieel netwerk of private banking.’ 

‘Samenwerken met een bank of grotere partner zou sneller schaal opleveren, maar ook druk om compromissen met zich meebrengen’

Nico Goethals, Aphilion

‘Onze onafhankelijkheid is nu onze sterkte en willen we behouden. Samenwerken met een bank of grotere partner zou weliswaar sneller schaal opleveren, maar ook druk om compromissen te sluiten met zich meebrengen. Dan verlies je een stuk controle. En net die vrijheid is cruciaal om onze strategie consequent te blijven uitvoeren.’

Systematisch proces

Vandaag beheert Aphilion zo’n 330 miljoen euro en het vlaggenschip van de groep, Aphilion Q² - Equities is goed voor ongeveer twee derde van dat bedrag. Dit fonds, dat wereldwijd in aandelen belegt, werd op 5 december 2001 gelanceerd en ging sindsdien van 100 naar zo’n 700 euro en dit dankzij jaarlijks enkele procentpunten beter te doen dan de referentie-index.

‘Beleggers onderschatten vandaag nog steeds wat bijvoorbeeld 2 à 3 procent extra rendement per jaar betekent’, benadrukt Goethals. ‘Waar een klassieke marktbelegging over een kwarteeuw ruwweg is verdubbeld of verdrievoudigd, hebben wij ons fonds zien verzevenvoudigen. Die outperformance is niet het gevolg van enkele toevalstreffers, maar van een systematisch proces.’

Over de jaren heen breidde de beheerder zijn aanbod uit met een Europees compartiment met DBI-statuut, specifiek gericht op vennootschappen. ‘Dat fiscale regime maakt gerealiseerde meerwaarden grotendeels vrijgesteld van belasting, op voorwaarde dat een deel van de winst wordt uitgekeerd. We hebben ook een kapitalisatieklasse, waardoor het fonds eveneens bruikbaar is voor particuliere beleggers die op Europa willen focussen.’ 

Voor professionele investeerders biedt Aphilion ten slotte nog een Luxemburgs hedgefonds aan. Dat werkt met een long-shortstrategie en door shortposities toe te voegen en met hefboom te werken, probeert het fonds marktonafhankelijk rendement te genereren.

Algoritmes

De beleggingsstrategie is evenwel voor alle fondsen dezelfde en is gebaseerd op een kwantitatief model dat dagelijks zo’n 5 000 aandelen wereldwijd doorlicht. Voor elk aandeel berekent het systeem op basis van waardering, winstgroei, risico en tientallen statistische signalen of het aandeel over- dan wel ondergewaardeerd is. 

Dat levert geen lijstje favorieten op, maar een rangschikking van meest aantrekkelijk tot minst aantrekkelijk. Vervolgens stellen algoritmes de portefeuille samen, met aandacht voor spreiding over sectoren, landen en verborgen risicofactoren. 

‘Daarbij gebruiken we technieken zoals principal component analysis, waarbij het systeem zelf patronen en clusters in de data detecteert in plaats van vooraf vastgelegde categorieën te volgen. Door te automatiseren kan je duizenden aandelen tegelijk opvolgen. Dat kan een mens gewoon niet. De fondsprestaties zijn dan ook het resultaat van honderden kleine, systematische beslissingen,’ legt de oprichter uit.

Hoewel Aphilion sterk kwantitatief werkt, zijn het geen tradingfondsen die voortdurend in- en uitstappen. ‘Het wereldfonds telt een honderdtal aandelen en het Europese fonds een meer geconcentreerde dertigtal. Posities blijven gemiddeld ongeveer een jaar in portefeuille. Sommige namen verdwijnen na enkele maanden, andere blijven jaren zitten.

Het hedgefonds volgt dezelfde logica, maar door longposities met shorts te combineren, ligt de rotatie iets hoger. ‘Ons model zoekt structurele misprijzingen dus geen kortetermijnfluctuaties.’

AI?

Artificiële intelligentie is ook in in fondsbeheer het nieuwe modewoord. Elk fondsenhuis heeft vandaag wel een AI-verhaal. Maar volgens Goethals wordt de term te pas en te onpas gebruikt. ‘Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen drie zaken: taalmodellen zoals ChatGPT, AI in robotica en big data in combinatie met geautomatiseerde besluitvorming.’  

‘Taalmodellen helpen bij research of communicatie, maar leveren nog geen meerwaarde voor portefeuillebeheer. De echte voorsprong zit in jarenlange dataverzameling, rekenkracht en steeds verfijndere modellen’

Nico Goethals, Aphilion

Volgens hem is net dat laatste al sinds de start de kern van Aphilion. ‘Voor het eigenlijke beheer werken wij al twintig jaar met statistiek, machine learning en decision theory.’ Dagelijks detecteren algoritmes patronen, worden risico’s afgewogen en wordt autonoom bepaald welke posities het beste risico-rendementsprofiel bieden. Emoties of buikgevoelens komen er niet aan te pas.

De recente doorbraak van generatieve AI heeft in feite weinig veranderd binnen asset management, vindt Goethals. Taalmodellen helpen bij research of communicatie, maar leveren volgens hem nog geen structurele meerwaarde voor portefeuillebeheer.  ‘De echte voorsprong zit in jarenlange dataverzameling, rekenkracht en steeds verfijndere modellen. En daar is een gestage evolutie aan de gang, geen revolutie zoals bij generatieve AI.’ Hij stipt aan dat terwijl veel fondsen AI nog moeten integreren, Aphilion er in feite al jaren op draait.

ETF’s zijn zegen

Waar veel actieve beheerders klagen over de opmars van ETF’s, ziet Aphilion net opportuniteiten. Hoe meer geld passief is, hoe minder partijen er volgens Goethals echt bezig zijn met price discovery of prijszetting en dat creëert kansen voor wie nog fundamenteel en kwantitatief analyseert. 

Prijszetting is het proces waarbij beleggers via analyse bepalen wat een aandeel écht waard is. ETF’s daarentegen kopen en verkopen aandelen immers louter op basis van hun gewicht in een index, niet op basis van fundamentele vooruitzichten. Gaat er meer geld naar een indexfonds, dan wordt elk aandeel automatisch bijgekocht, ongeacht of het duur of goedkoop is. Hetzelfde gebeurt in omgekeerde richting bij uitstroom. ‘Dat is geen prijszetting, dat is mechanisch volgen.’

Volgens hem verschuift de taak om inefficiënties bloot te leggen daardoor naar een kleinere groep actieve beheerders. En net daar ligt de opportuniteit. ‘Hoe minder concurrentie er is in price discovery, hoe groter de kans dat aandelen tijdelijk verkeerd geprijsd zijn. Voor wie systematisch analyseert, ontstaan dan kansen.’ 

‘En als de oceaan door de gestage opmars van passief beleggen daarenboven gestaag kleiner wordt, voelen wij dat eigenlijk niet. We blijven een klein visje in een heel grote oceaan.’

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No