De wereld staat weer op haar kop: de Amerikaanse tienjaarsrente is onder de korte rente gedoken. Op de markten gaan dan meteen de alarmbellen af. In het verleden zijn het vaak voorbodes geweest van een recessie.
Aanleiding voor de inverse rentecurve is de aankondiging van de Federal Reserve dat zij dit jaar de rente niet meer wil verhogen. Beleggers grijpen die uitspraak, vanwege het als een ‘recessierisico’ geïnterpreteerde besluit aan, om juist beschutting te zoeken in de veilige haven van de obligatiemarkten.
Wereldwijd nemen de eerste noodsignalen dan ook toe. De Europese economie lijkt weer te vertragen en de Duitse tienjaarsrente - het anker van de Europese Monetaire Unie - is voor het eerst sinds 2016 weer onder nul gezakt. In Australië belandde de tienjaarsrente op het laagste niveau ooit.
De daling van de marktrente is een reactie op het centrale bankbeleid dat beleggers allesbehalve gerust stelt. Zo maakte de Federal Reserve eerder deze maand een onverwacht einde aan de reeks renteverhogingen, terwijl scheidend ECB-president Mario Draghi heeft aangekondigd de rente tot ten minste 2020 op een zeer laag niveau te houden.
Van de omgekeerde rentecurve in de VS is sprake sinds afgelopen vrijdag. Dat is voor het eerst sinds 2007 en wordt sinds de jaren vijftig gezien als een vroegtijdig signaal dat er een storm in de (wereld)economie op komst is. In reactie op dit nieuws daalden de koersen in Europa maandag licht; Japan leverde zelfs 3 procent in.
Normaal gesproken is de rentevergoeding voor schuldpapier met een langere looptijd (10 jaar) hoger dan die voor de korte beleidsrente. Centrale banken trekken deze korte rente doorgaans op als de economie oververhit dreigt te raken. Maar veelal komt een dergelijke stap op het einde van een economische cyclus. Als de recessie dan komt, gaan centrale banken de rente juist weer verlagen. In dat geval, zo moet de inschatting van de markten zijn, is de huidige rentevergoeding voor kort lopend papier juist aantrekkelijk.