In de rubriek ‘Actualiteit in beeld’ aandacht voor Amerikaanse techaandelen, die ongekend dominant zijn geworden in zowel de S&P als de Nasdaq. Ze blijken het meest resistent te zijn voor de economische en maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis, maar de historie laat zien dat een dergelijke dominantie risicovol is.
Zowel in de S&P als in de technologie-index Nasdaq zijn zes aandelen heer en meester. Dat zijn de bedrijven die door het leven gaan onder het acroniem FAANGM: Facebook, Amazon, Apple, Netflix, Google en Microsoft.
Eerder deze maand hadden ze gezamenlijk een gewicht in de S&P van maar liefst 25 procent. De bredere NYSE Fang+ index, die uit 10 aandelen bestaat em in 2014 is gelanceerd, heeft sindsdien de S&P met 150 procent verschil verslagen.
Goldman Sachs stelde recentelijk dat de S&P, na het sterke herstel in april, zich ongeveer 17 procent onder zijn all time high bevindt. Voor het gemiddelde aandeel in deze graadmeter is dat echter 28 procent. Dat wijst erop dat de index in de breedte verzwakt en steeds meer afhankelijk wordt van een handvol krachtpatsers.
Die scheve verhouding binnen de S&P ging ook vooraf aan de correcties in 2011 en 2016 en aan de berenmarkten in 2008 en 2000.
Onderstaande interactieve infographic laat echter zien dat een eendimensionale vergelijking tussen de S&P van 2000 en die van 2020 niet op zijn plaats is: zo bedroeg de k/w-verhouding van techaandelen in 2000 maar liefst 71,8, tegen 25,7 nu; terwijl ook andere parameters nu veel beter zijn dan toen, zoals geldt voor onder meer dividendrendement, price to book en return on equity.
Bron: Datastream. Infographic: Core Digital Strategy
De dotcom bubbel van 2000 werd dan ook terecht leeggeprikt; veel van de internetbedrijven konden helemaal geen, of in ieder geval geen overtuigende winst laten zien. Toen duidelijk werd dat de keizer geen kleren droeg, liep de bubbel in recordtempo leeg.
Nu is dat anders: technaandelen kunnen zowel forse omzet- als winstcijfers laten zien. Ze profiteren zelfs van de pandemie en de lockdown, dankzij hun cloud-diensten en hun software gerelateerde dienstverlening. Ze zijn bij uitstek de winaars van de gedigitaliseerde wereld.
Bovendien zijn bedrijven als Google, Microsoft, maar ook Adobe en PayPal en social media-bedrijven als Facebook of mediabedrijven als Netflix maar beperkt afhankelijk van de geopolitieke spanningen tussen de VS en China en van de aanbodschok als gevolg van de coronacrisis in andere landen.
Maar daar staan wel twee risico’s tegenover: de S&P werd afgelopen jaren sterk ondersteund door het - inmiddels taboe verklaarde - buy back-programma van beursfondsen, terwijl zelfs die onoverwinnelijk ogende techbedrijven kwetsbaar zijn als indexbeleggers - conform het slechte beurssentiment - hun ETF’s op de S&P van de hand zouden doen.
Dat laatste wordt door beleggingsstrategen als een serieuze optie ingeschat, als duidelijk wordt hoe diep de economische terugval in de VS in het tweede kwartaal wel niet is.