In een wereld waarin technologie steeds belangrijker wordt en de politiek achterblijft, moeten bedrijven in de toekomst zelf hun morele grenzen bepalen. Zouden ze dan ook sancties opleggen en handhaven?
Dit is een vraag die de econoom Tomas Sedlacek stelt tijdens zijn key-note speech op het European Investment congres in Amsterdam van het CFA Institute (foto).
Polarisering
De macro-econoom van de Tsjechische bank CSOB en adviseur van het World Economic Forum schetst een wereld waarin de politiek duidelijk moeite heeft aan te sluiten bij de snelle technologische ontwikkeling.
‘De wereld wordt steeds meer gepolariseerd. De politiek gaat niet met zijn tijd mee en trekt zich terug in de schulp van de natiestaat’, aldus Sedlacek. ‘Ondertussen bepaalt de economie onze politieke agenda. En ons is geleerd dat politici niet in de weg mogen staan voor de markt. Dit is de leidende religie.’
Hij wijst erop dat bijvoorbeeld corruptie vroeger nog werd afgewezen, omdat stelen slecht is volgens de bijbel. ‘Maar kijk naar China.’ Steeds meer andere landen kijken met bewondering naar het Chinese groeiwonder. ‘En dan zeggen ze: misschien moeten we maar wat minder letten op mensenrechten en dergelijke.’
Onzichtbare hand
Economie is geen exacte wetenschap, vertelt Sedlacek de zaal met beleggingsanalisten, het is een gedragswetenschap en gaat daarmee ook over morele vraagstukken. ‘Als bedrijven langzaam machtiger worden dan landen, wat dan? Als bedrijven over een paar decennia zelf morele beslissingen moeten nemen, zouden ze dan ook voor een handelsembargo kiezen?’
Sedlacek toont zich niet pessimistisch. ‘Ik geloof in de onzichtbare hand in de maatschappij’, zegt hij, waarmee hij refereert aan de klassieke economische theorie, waarin vraag en aanbod vanzelf zorgen voor evenwicht. ‘Als het allemaal wat te corporate wordt, komen er vanzelf hippies.’
De prestaties van de economie puur afmeten aan welvaartsstijging is volgens hem dan ook aan herziening toe. ‘Maakt het rijk? Ja. Maar zorgt het voor evenwicht? Zorgt het voor de ouderen of de armen? Nee.’
Dematerialisering
De vraagstukken worden urgenter met de verdere digitalisering van de wereld. Hij illustreert deze beweging aan de hand van de achtereenvolgens dominante techbedrijven IBM, Microsoft en Google.
‘Een pc kon je nog vasthouden, van dezelfde materialen kon je een bijl maken. Van software niet, het is niet tastbaar, maar je kon nog naar een winkel om het te kopen. Maar het internet is niet in in een doos te stoppen, je kan het niet eens kopen.’
Steeds meer dingen verdwijnen in de mobiele telefoon, gaat Sedlacek verder. Hij noemt als voorbeelden wekkerradio’s, taperecorders en boeken. ‘En uiteindelijk je vrienden’, schetst hij hoe de wereld op z’n kop wordt gezet. ‘In de toekomst gaan we steeds minder de realiteit in. Er is sprake van dematerialisering.’
Deze ontwikkeling vraagt om nieuwe heldere regels, concludeert hij. ‘Anders blijft er van ons helemaal niks meer over.’