Is dit dan de spreekwoordelijke rollercoaster? Heen en weer geschud worden tussen vrees en hebzucht, tussen emotie en verstand? Ja, dat was wat de afgelopen handelsdagen voor ons in petto hadden. Het einde van deze beproeving is nog niet in zicht.
De neergang op de beurzen werd al medio februari ingezet. Een poging van de Amerikaanse Federal Reserve om de markten positiever te stemmen door de officiële rente met een half procentpunt te verlagen, werkte aanvankelijk verkeerd uit. Later in de week werd het positiever opgevat, maar daarna ging de achtbaan van het gemoed hard omlaag.
Afgelopen vrijdag volgde Akte 2 van deze rollercoaster: Opec en Rusland bekvechtten in Wenen over de vraag of - in antwoord op de haperende wereldeconomie - de olieproductie verlaagd moest worden. ‘Njet’, zeiden de Russen. De Saoedi’s boos. Volgende dag kwam het antwoord uit het Huis van Saud: verlaging van de olieproductie én van de olieprijs.
Het gevolg was dat afgelopen maandag een ‘Black Monday’ werd: de olieprijs daalde tot 30 procent, de aandelenbeurzen gingen tot wel 8 procent omlaag en de Amerikaanse tienjarige rente dook zelfs tot onder de 0,5 procent. Treasuries bleken weer de reddingsboei van de financiële markten. Zij die Treasuries in hun portefeuille hadden gehouden, tegen al het hoongelach in, lachen nu het laatst: Treasuries hebben dit jaar al een dubbelcijferig rendement geboekt.
Na maandag volgde dinsdag: weer hevige volatiliteit, met beleggers die nog goed wisten of men nu moest vluchten of instappen. Hulp kwam in de loop van de middag van de Amerikaanse president. In gesprek met leden van het Congres stelde Donald Trump dat er een reductie van de loonbelasting zou moeten komen, dit jaar, tot nul. Het nieuws lekte uit, werd door de woordvoerder van de president bevestigd.
Gevolg: de Dow Jones index, waarin vooral de maakindustrie is vertegenwoordigd, steeg aan het slot van de handelsdag met 1100 punten. De Nasdaq en de S&P gingen daar aan het einde van de handelsdag nog eens overheen met winsten van bijna 5 procent.
Het was een proefballonetje, meer nog niet. Woensdag leek dan ook herstel in zicht. Amerikaanse futures voorspelden dat. Dat gebeurde aanvankelijk ook, maar in de loop van de middag was het weer helemaal bal: de financiële markten geloofden de president bij nader inzien toch niet. De Dow Jones stuitterde omlaag en kwam zelfs officieel in een ‘bear market’ terecht: 20 procent onder de top.
Goldman Sachs voorspelt dat het einde nog niet in zicht is. Er gaat nog zeker 10 tot 15 procent van het koersenbord van de S&P af.
Toch laten de beleidsmakers dezer dagen de beleggers niet vallen. ECB-president Lagarde verklaarde woensdag dat er snel drastische steunmaatregelen nodig zijn, omdat anders een reprise van de crisis van 2008 dreigt. In de markt werd zo’n stap van centrale banken ook alom verwacht.
Want net als toen komen de problemen uit vele hoeken: dit keer een coronavirus in combinatie met een aanbod- en vraagschok, angst voor een recessie, veel spookbedrijven die hoge schulden hebben opgebouwd bij obligatiebeleggers tegen boterzachte voorwaarden en zekerheden, powerplay in de oliemarkt en de dreiging van (loon)inflatie. Kortom, alle ingrediënten zijn aanwezig voor een beleidsmatig moeilijk te keren patroon van stagflatie.
Ondertussen zien de beleggingsprofessionals, die zeggen op hun rationaliteit te vertrouwen, kansen. Er is sprake van paniek en niets geeft een betere aanleiding om weer in te stappen, zoals onze redactie noteerden uit de mond van Valuedge en Van Lanschot, terwijl beleggingsstrateeg Hans Betlem van IBS Capital ons ervan probeert te overtuigen dat beurscorrecties goed zijn.
Zelfs oud-redacteur Barbara Nieuwenhuijsen, die tegenwoordig als toezichthouder voor de AFM werkt, schrijft in haar eerste column voor Fondsnieuws over ‘het risico van niet beleggen’ - een thema dat momenteel hoog op de agenda staat in de dialoog tussen toezichthouder en beleggings- en financiële dienstverlening.