Met meerdere bestuursleden die kort na elkaar opstapten, was het een logische conclusie dat het rommelde bij de duurzame asset manager Actiam. In een openhartig gesprek met Fondsnieuws vertelt Frank Kusse, interim-CEO van Actiam, er nu meer over.
In het eerste mediagesprek sinds zijn aantreden vertelt Kusse, dat hij aanvankelijk nog aandacht besteedde aan versterking van de board van Actiam. Maar het bleek al snel dat er eerst meer duidelijkheid moest komen over de koers van het bedrijf. ‘We hebben toen alles rond de zoektocht naar nieuwe bestuursleden op on hold gezet en zijn we ons op de strategie gaan richten.’
Na de strategische heroverweging gaat Actiam, de asset managementtak van verzekeraar Vivat, zich toeleggen op unit linked beleggen en third party distribution. Dat betekent dat de band tussen het fondshuis en de verzekeraar deels wordt ontvlochten.
Als een ‘hete aardappel’ betitelt Fondsnieuws-hoofdredacteur Cees van Lotringen de werkzaamheden die Actiam deed voor het 40 miljard euro grote eigen account van het Vivat-concern. ‘Over het vermogensbeheer van dat own account was al lang veel gedoe. Waar lag nu de verantwoordelijkheid? Vanuit de visie van Actiam kostte het management ervan veel aandacht en tijd en leverde het ons weinig op.’ Kortom, met de uitleg van de topman een logisch besluit.
Onlogisch
Niet altijd logisch lijken de besluiten van Lisanne Hendrikx, vermogensmanager van Rabobank in Limburg. Althans voor haar klanten, vertelt ze in een interview met Fondsnieuws, dat plaatsvond in het kader van een serie portretten van private bankers en beleggingsadviseurs in tijden van corona.
Hendrikx vertelt dat de keuzes die voortvloeien uit het herbalanceringsbeleid van de bank voor klanten soms onlogisch zijn. ‘Wat wij doen is aandelen kopen als de beurs zakt, en als het herstel inzet, dan verkopen wij aandelen. Onlogisch voor de klant, maar vanuit ons perspectief is dat het allerbelangrijkste om de langere termijn belangen van de klanten te behartigen. Het sleutelwoord in langetermijnbeleggen is simpelweg herbalanceren.’
Dit zorgt soms voor discussies. Bijvoorbeeld met adviesklanten die veel van beleggen weten en actief bij de portefeuille betrokken zijn. Als een dergelijke klant in een herstelfase - zoals na 23 maart van dit jaar - meer in aandelen beleggen, verdedigt Hendrikx het bankbeleid. ‘Een klant heeft een risicoprofiel en dan kun je niet zomaar offensiever of defensiever beleggen, ook adviesklanten niet. Wij gaan daar dan een goed gesprek met klanten over aan en leggen dan uit waarom een bepaald risicoprofiel is gekozen. Wij gaan van onze kant namelijk niet timen. Dat past niet in ons beleid.’
Europese small caps
Voor de geëngageerde aandelenbelegger is het hoe dan ook een uiterst interessante zomer gebleken. Een S&P 500, die net als de thermostaat, recordhoogtes bereikte, heeft velen van ons in de greep gehouden. Toch wordt het volgens Anna Lunden, fondsbeheerder van het Welllington Pan-European Small Cap Equity Fund, nu tijd om de blik op Europa te richten. En dan op small caps in het bijzonder.
Deze aandelencategorie presteerde in de voorbije maanden uitstekend, maar blijft de laatste jaren achter bij de wereldindex. Volgens Lunden is de ommekeer echter aanstaande: ‘Het zal mij niets verbazen als de beursrally na de coronacrisis breder wordt gedragen en kleinere Europese bedrijven definitief terugkeren op het vizier van beleggers’.
Ze vervolgt: ‘Beleggers die in Europa willen beleggen, kunnen dat het beste doen via small caps. De snellere groei van deze bedrijven leidt op lange termijn tot hogere returns. Ook het feit dat oprichterfamilies of andere insiders vaak een groot aandelenpakket houden, werkt in het voordeel van small caps. Daar komt bij dat Europese smallcaps als inefficiënte beleggingscategorie bij uitstek geschikt zijn voor actief beheer.’
Wedloop
Koren op de molen van de rendementszoekers zou men kunnen zeggen. En die hebben het er maar druk mee, zo vertellen onze vaste columnisten Mary Pieterse Bloem en Han de Jong.
De “search for yield” is een heuse wedloop geworden, schrijft hoogleraar Pieterse Bloem in haar column. Een wedloop die wordt aangejaagd doordat de Amerikaanse langlopende rente zich sinds maart bij het contingent van nul-rentes in de wereld heeft gevoegd.
‘Ik ben bang dat het lidmaatschap van de VS tot deze club, waar Japan en Europa al lang toe behoren, langer gaat duren dan de meeste economen en ook de obligatiemarkt nu mee rekenen.’
Bij Han de Jong is er helaas niet veel meer positiviteit te bespeuren. Voor een relatie stelde hij een document op met de verwachte rendementen voor de komende tien jaar, vertelt hij in zijn column.
‘Het leek me interessant om een aantal bevriende deskundigen naar hun mening te vragen. Het resultaat? AAA-obligaties brengen volgens hen 0 procent op, aandelen 4,7 procent, direct vastgoed 3,6 procent, private equity 6,6 procent, grondstoffen 0,7 procent.’ Niet bepaald rendementen om je vingers bij af te likken, stelt hij.