We zitten in de capitulatiefase waarin iedereen waardeaandelen opgeeft. Sommige waardefondsen hebben te maken met zoveel uitstroom, dat ze te klein worden voor institutionele beleggers. Slecht nieuws? Welnee, het zijn allemaal signalen dat we de bodem naderen.
De huidige situatie doet Richard Halle, fondsmanager van het M&G (LUX) European Strategic Value Fund denken aan zijn beginjaren als fondsmanager eind jaren ’90 vlak voor het klappen van de internetbubbel. ‘Dit voelt als een capitulatiefase waarin iedereen waardeaandelen opgeeft. De laatste weken heb ik meer telefoontjes van potentiële klanten gehad dan in de voorbije jaren, want sommige concurrenten heffen hun waardefondsen op vanwege het gebrek aan belangstelling of door een sterke uitstroom.’
Allemaal tekenen dat we de bodem naderen, meent Halle. In dat momentum is het aan de ware waardebelegger om zijn krachten te tonen. Want bij value beleggen draait het volgens Halle om een contraire aanpak. ‘Juist nu waardeaandelen tegen een historisch ongekende korting noteren ten opzichte van groeiaandelen geven beleggers op. Daarom is de kans groot dat dit het decennium van Europese waardeaandelen en van andere goedkope assets wordt.
Halle staat niet alleen, want ook volgens Damien Lanternier staan we inderdaad aan de vooravond van een paradigmawisseling voor waardeaandelen. De medebeheerder van DNCA Invest Eurose stelt dat door de aantrekkende economische groei en herstelplannen zwaar getroffen sectoren weer moeten opleven. Hij geeft zelf momenteel de voorkeur aan sectoren zoals de banken, telecom en opkomende duurzame bedrijven.
Kruispunt
‘We blijven ervan overtuigd dat we op een kruispunt zijn aanbeland na een zeer lange tocht door de woestijn. We moeten ons vandaag dan ook voorbereiden op een paradigmawisseling. De kloof tussen Amerikaanse en Europese aandelen is vandaag veel te groot, en door de coronacrisis is deze kloof alleen maar breder geworden. Vandaag zitten we op een historisch hoog niveau.’
Het ongekend snelle en daadkrachtige optreden van beleidsmakers, krijgt wat Han de Jong betreft een status van wereldrecord. In zijn column van deze week bespreekt hij de economische wereldrecords die dit jaar zijn verbroken.
Hij wijst bijvoorbeeld op de unieke neergang die de mondiale economie dit jaar doormaakte. Niet de mate van economische krimp is uniek, maar wel hoe abrupt die zich manifesteerde en hoeveel landen in de wereld tegelijk in een recessie terechtkwamen.
De kortetermijnfluctuaties die hieruit voortvloeien op de aandelenmarkten zijn volgens Han Dieperink het bewijs dat je alleen op lange termijn een zinvolle uitspraak kunt doen over de kansen op het te behalen rendement.
Kopen op de top, verkopen op de bodem
Die lange beleggingshorizon maakt dat liquiditeit voor beleggers daarom niet noodzakelijk is, zeker niet als die liquiditeit ten koste gaat van het rendement. Naast het hogere rendement kleeft er nog een ander belangrijk voordeel aan illiquide beleggingen.
Beleggers worden volgens Dieperink namelijk beter tegen zichzelf beschermd. Beleggers op de beurs hebben namelijk sterk de neiging om te kopen op de top en de verkopen op de bodem. Iedereen is voor risico, zolang het maar geen geld kost. Maar dat is nu juist wel het resultaat van dergelijk gedrag.
Natuurlijk wordt dan vooral gewezen naar de particuliere beleggers, maar dat is niet terecht. In de grote koersdreunen deze eeuw waren het toch echt de institutionele beleggers die rond de bodem de aandelenposities gingen afdekken door in futures short te gaan. Het zijn ook diezelfde institutionele beleggers die nu obligaties kopen op het moment dat de rente daalt. ‘Vreemde wereld’, besluit Dieperink zijn bijdrage voor deze week.