Warren Buffett, ceo van investeringsvehikel Berkshire Hathaway, is op overnamejacht. ‘We zullen één of meerdere grote acquisities moeten doen om de winst van de niet-verzekeringstak te verhogen’, aldus Buffett dit weekend in zijn jaarlijkse brief naar aandeelhouders.
De uitspraak volgt op een periode waarin Buffett tegenwind ervaarde tijdens zijn zoektocht naar geschikte aankopen. Een overnamebod op Unilever, via Kraft Heinz, werd begin 2017 afgewezen.
De “superbelegger” wijt de strubbelingen in 2017 aan de hoge verkoopprijzen in het afgelopen jaar. ‘Dat vormde een barriere in vrijwel alle deals die we in 2017 hebben besproken’, aldus Buffett in zijn brief. ‘Prijzen voor fatsoenlijke, maar verre van spectaculaire bedrijven, bereikten recordhoogten. De prijs leek bijna irrelevant voor een leger van optimistische kopers.’
Behalve het rooskleurige klimaat in de markten ziet Buffett de ruime beschikbaarheid van “buitengewoon goedkope schulden” als mede-aanstichter van de hoge aankoopactiviteit in 2017. ‘Zelfs een dure deal verhoogt in veel gevallen de winst per aandeel als deze door schulden wordt gefinancierd.’ Zelf is de belegger daar geen voorstander van.
Volgens de 87-jarige Amerikaan heeft de aversie van Berkshire Hathaway tegen levarage het rendement van Berkshire Hathaway de afgelopen jaren doen slinken. ‘Maar Charlie en ik slapen goed. We vinden het allebei waanzin om dat wat je hebt op het spel te zetten om iets te krijgen wat je niet nodig hebt.’
Ondanks dat Buffett en partner Charles Munger zich aan dat vijftig jaar geleden bedachte uitgangspunt vast willen houden, schrijft Buffett verderop dat het investeringsvehikel ‘ondanks de recente droogte van overnames, van tijd tot tijd in zullen springen op kansen om zeer grote aankopen te doen’. ‘In de tussentijd houden we ons vast aan onze eenvoudige richtlijn: hoe minder voorzichtig anderen hun zaken regelen, hoe voorzichtiger wij de onze moeten leiden.’