De aard en het doel van beleggen zal na deze crisis sterk veranderen. Dat is de overtuiging van Gilbert van Hassel, de ceo van ING Investment Management en Roderick Munsters, de topman van Robeco.
Het tweetal sprak vanwege de verschijning van de jongste Fondsnieuws-special met de redactie over de toekomst van asset management.
Voor de langere termijn verwachten ze dat doelbeleggen dominant wordt, maar voor dit moment maken zij zich vooral nog zorgen over de extreme turbulentie op de markten.
Actief noch passief beleggen werkt
Van Hassel beschrijft dat als de traditionele golfbewegingen, die ineens worden samengeperst, zodat de pieken en dalen extreem zijn en de financiële weerbaarheid van het hele stelsel op de proef wordt gesteld. Wat Van Hassel betreft, duurt die periode nu al drie jaar.
‘Als in die volatiliteit de markt hard omlaag gaat, zoals eind 2008 en nu weer in de tweede helft van 2011, zien we dat niks werkt, noch actief, noch passief beleggen.’
Staatsobligaties
‘We staan nu wellicht weer net als in de tweede helft van 2009 aan de vooravond van een periode waarin kwaliteit wordt beloond en actief vermogensbeheer extra rendement kan brengen.’
Van Hassel wijst erop dat er perioden zijn geweest, zoals tussen 1992- 1997 en 2003-2007, dat je als belegger met gebruikmaking van fundamentele analyse de benchmark kon verslaan. Nu zijn de correlaties zo groot, dat vrijwel alle ‘asset classes’ getroffen worden.
‘Niet alleen de actieve managers, ook de passieve strategieën hebben het zwaar. Als je in een indexproduct had belegd dat zich richt op Europese staatsobligaties, dan was je nu de pineut omdat in de index de laden met de zwaarste schuldenlast ook het zwaarst wegen’, zegt Van Hassel.
Cashposities
Veel beleggers blijven daarom aan de kant staan. Ze houden cashposities aan of plaatsen hun geld op kort lopende deposito’s, waar de banken rede- lijk aantrekkelijke rentetarieven voor overhebben.
‘Het klopt, de banken jagen op het spaargeld. Ze vertrouwen elkaar niet en lenen bij de ECB. Die is nu de lender of last resort. Hoe veilig zijn Franse en Italiaanse banken nog? Hoe veilig is het systeem? We moeten eerlijk zijn: we weten het niet’, erkent Munsters.
Maar, zegt de topman van Rabo-dochter Robeco, wat hij wel weet en wat hij voor zijn privé-portefeuille ook toepast, dat is dat hij aandelen verkiest boven vastrentend.
Sterke kasstroom
‘Het bedrijfsleven is in een zeer sterke conditie, met hoge winstcijfers, een sterke vrije kasstroom en een gezonde kosten- basis. De waarderingen zijn dan ook zeer aantrekkelijk.’
Munsters zegt dat de risicobereidheid onder zijn klanten nu groter is dan in de herfst van 2008. ‘Toen trapte iedereen abrupt op de rem. Nu zijn de risicobudgetten constant gehouden.’
Wel tekent hij aan dat nstitutionele beleggers meer aan hun lange beleggingshorizon vasthouden dan de particulieren.
Eurocrisis
Munsters en Van Hassel verwachten dat, ondanks alles, de euro deze crisis zal overleven. ‘De belangen zijn zo immens groot, dat de wal het schip zal keren en politici uiteindelijk verstandige keuzes zullen maken en uitvoeren’, denkt Munsters.
En als het stof van deze crisis is neergedaald en de kruitdampen zijn opgetrokken, dan zal ook het asset management in een nieuwe wereld zijn beland. Dat is een wereld die volgens de twee topmensen hun sector juist ook veel kansen biedt.
De lagere economische groei, de vergrijzing, de terugtredende overheid en het proces van ‘deleveraging’ bieden asset managers namelijk uitzicht op nieuwe markten.
Zo kent Nederland, ondanks de relatief lage dekkingsgraad, een voor Europese begrippen sterk pensioenstelsel. In andere landen van Europa is dat veel minder goed geregeld, wat snel zijn urgentie gaat krijgen.
Vergrijzing
Niet alleen door de vergrijzing, maar vooral ook doordat veel staten zuchten onder hun schuldproblemen en de verantwoordelijkheid voor de pensioenopbouw het liefst bij de burgers zelf zullen leggen.
Een zogenoemde ‘Defined Benefit’-stelsel kent een vastgestelde pensioenregeling die voor werkgevers en overheid duur is, terwijl het ‘Defined Contribution’-stelsel veel meer is gebaseerd op de ingelegde vaste bijdrage.
Dat laatste wordt bijvoorbeeld al veel toegepast in de Verenigde Staten. Van Hassel: ‘Maar ook dat levert uitwassen op, omdat mensen die in een DC-stelsel voor hun pensioen sparen niet altijd de beste beleggers zijn.’
‘Dat betekent dat we moeten nadenken over een stelsel waarbij je het beste van beide werelden combineert. Uitgangspunt daarbij is klanten te helpen met advies, zodat ze voldoende vermogen opbouwen voor hun pensioen.’
PPI
De Nederlandse asset managementindustrie heeft grote verwachtingen van de Pensioen Premie Instelling (PPI), waartoe Brussel heeft besloten en die het mogelijk maakt kostenefficiënt te sparen voor de oudedagvoorziening.
Munsters vindt dat de uitgangspostie voor Nederland als pensioenland goed is. ‘Wij kunnen daar met ons robuuste stelsel en onze hoogwaardige pensioenkennis toegevoegde waarde leveren, vooral ook in andere landen.’
Inkomen uit vermogen
Munsters verwacht dat, nu in de afgelopen jaren het aantal spelers is verminderd, er sector overschrijdende allianties en samenwerkingsverbanden mogelijk zijn. Munsters, die eerder chief investment officer was van pensioenuitvoerder APG, denkt daarbij aan combinaties van pensioenfondsen, asset managers en verzekeraars.
De topman van ING IM, dat als onderdeel van de verzekeraar in 2012 hoogstwaarschijnlijk naar de beurs wordt gebracht, verwacht dat door structurele ontwikkelingen als lagere economische groei, vergrijzing en een terugtredende overheid institutioneel en retailbeleggen meer naar elkaar toe zullen groeien.
‘Inkomen uit vermogen zal belangrijker worden. Ook wint doelbeleggen aan betekenis: je stelt jezelf doelen, die monitor je continu, net zoals dat in de institutionele markt gebruikelijk is.’
Benchmark is dood
Opvallend is dat Munsters en Van Hassel het roerend met elkaar eens zijn dat doelbeleggen de doodsteek zal zijn voor het benchmarkdenken, waar- van de sector sinds de jaren negentig doordesemd is. Daarin lag de nadruk op de performance van een fonds ten opzichte van de zelfgekozen index.
Maar in het rampjaar 2008 viel de ge- loofwaardigheid als een valluik onder die strategie vandaan. Managers die zich op de borst klopten omdat ze weliswaar tientallen procenten aan waar- de hadden verspeeld, maar het beter hadden gedaan dan de index.
‘De benchmark is dood’, stelt Van Hassel. ‘We gaan’, voegt Munsters eraan toe, ‘van een focus op relatieve performance naar meer “absolute return”.’
Kapitaalbehoud wordt daarbij het uitgangspunt. ‘De lifecycle-achtige aanpak wordt belangrijker. Daarbij moet je als belegger met veranderende marktomstandigheden weten om te gaan. Dat stelt hoge eisen aan de asset allocatie, aan risicomanagement, aan maatvoering’, zegt Munsters.
Doelbeleggen
Zijn collega bij ING IM denkt dat dit dan ook impact zal hebben op de manier waarop producten en portefeuilles worden samengesteld. ‘Dit zal steeds vaker in samenwerking zijn met de klant, vooral in het kader van doelbeleggen en absolute return.’
Munsters is het daarmee eens: hij wijst op producten die Robeco heeft ontwikkeld die erop gericht zijn bij een lage volatiliteit een hoger dan gemiddeld rendement te behalen.
Robeco wil dergelijke producten tegenover die van de verzekeraars zetten die een nominale garantie op einddatum bieden, tegen een vaste prijs en een vaste looptijd. ‘Dat zijn relatief dure oplossingen, waarvan het rendement met deze lage rente niet zo aantrekkelijk is.’
Stabiele prestaties
Het leveren van stabiele prestaties is, bij de huidige marktomstandigheden, een uitdaging voor asset managers. Van Hassel zegt dat ING IM al vijf jaar bezig is om hogere eisen aan de continuïteit van de performance te stellen.
‘Daartoe zijn sterk zelfstandige beleggingsteams samengesteld. We richten ons daarbij op alpha en op minder strategieën. Het is heel belangrijk dat je weet waar je toegevoegde waarde ligt.’
Tegelijkertijd benadrukt hij dat fondshuizen een bepaalde schaal moeten hebben om de hoge toegevoegde waarde te leveren die klanten verwachten.
80/20-regel
Ook Munsters stelt dat ‘je als asset manager een bepaalde breedte en diepte moet hebben. Maar’, voegt hij eraan toe, ‘het is waar: er is ook bij ons wildgroei in het productaanbod geweest, met overlap tussen fondsen. Ook voor ons geldt de 20/80-regel: we verdienen 80 procent met 20 procent van de fondsen.
‘Daarom zijn we ook begonnen met het beleid van “kiezen, snoeien, groeien”. We moeten meer focus aanbrengen, ook in het licht van de structurele ontwikkelingen. Want die vragen om een meer integraal vermogensbeheerconcept, dat ook een sterk geïntegreerde en samenwerkende organisatie verlangt.’
Dit artikel is gepubliceerd in de Fondsnieuws-special Als de crisis voorbij is