Het aantal pensioenfondsen blijft dalen. Voor asset managers betekent dat minder, maar grotere mandaten, prijsdruk en aanhoudende concurrentie.
Er komen steeds minder deurtjes om op te kloppen’, zegt Frans Verhaar (foto), directeur van bfinance, een bedrijf dat institutionele beleggers helpt bij de managerselectie. Verhaar doelt op de daling van het aantal pensioenfondsen. Jaarlijks gooien zo’n vijftig fondsen de handdoek in de ring, ondermeer als gevolg van strengere governance-eisen.
Volgend jaar telt Nederland ruim tweehonderd fondsen en de verwachting is dat dat aantal verder slinkt — onder meer omdat DNB kwetsbare fondsen achter de broek zit. Dit jaar vroeg de toezichthouder ruim twintig partijen naar hun toekomstplannen. Omdat de consolidatietrend al tien jaar gaande is, zijn het steeds grotere fondsen die fuseren of onderdak vinden bij een zogeheten APF.
‘Veel van de overgebleven grote fondsen zijn gebonden aan een grote uitvoerder’, zegt Verhaar. Zo zitten ABP en het fonds voor de bouw bij APG. Metaalfondsen PME en PMT hebben hun beleggingen uitbesteed aan MN. ‘Dat betekent nog minder deuren’, zegt Verhaar.
‘Het is niet verwonderlijk dat Angelsaksische beleggers geen vestigingen meer openen in Nederland. De tijd dat je drie mensen op de Zuidas zette om fondsen af te lopen is voorbij.’
‘Grotere uitvoerders beschikken over meer interne slagkracht’, zegt Sino Krijgsman van MFS Investment. ‘Als ze meer vermogen onder beheer hebben, wordt het interessant een deel van de portefeuille zelf te beheren.’
Deze insourcing wil niet zeggen dat externe assetmanagers uitgespeeld zijn. ‘Meestal gaat het om een deel van een beleggingscategorie. Een ander deel blijft bij externe managers. Op die manier houden die uitvoerders zowel de interne als de externe beleggers scherp. Het biedt de mogelijkheid uiteenlopende stijlen toe te passen’, aldus Krijgsman.
De mandaten die fondsen te vergeven hebben, worden minder, maar groter, stelt Michael Jasper, directeur van de Nederlandse tak van BNY Mellon Investment Management. ‘Hierdoor is de impact van het wel of niet krijgen van een mandaat groot.’
De fondshuizen verwachten dat de concurrentie in combinatie met de nadruk op lage kosten leidt tot aanhoudende prijsdruk. ‘Zeker bij liquide beleggingen is de druk voelbaar’, zegt Jasper. ‘Partijen die een paar basispunten te veel vragen, vallen af. Alleen de grotere huizen hebben voldoende volume om die prijzenslag aan te gaan.’
Dat verklaart volgens hem ook de schaalvergroting. Zo fuseerden onlangs NN en Delta Lloyd. ‘Partijen die gewone producten leveren en minder dan 150 miljard euro onder beheer hebben, krijgen het zwaar’, meent Krijgsman.
‘Hoewel beleggers met hele specialistische beleggingen zoals infrastructuur of private equity minder last hebben van die prijsdruk zien we dat die ook scherper moeten letten op de prijzen.’ Ook Verhaar ziet voldoende kansen voor specialisten.
‘Groot is niet altijd beter. Kleinere spelers zijn dynamisch en zitten niet vast aan allerlei beperkingen. Bij de kleinere vinden we vaak de pareltjes.’