i-3MZ6dcm-XL.jpg

De pensioensector gaat de komende jaren volledig op de schop en zal veel diverser en concurrerender worden. Voor assetmanagers is deze sector van levensbelang. Vier trends waar fondshuizen op gespitst moeten zijn. Deel 1 van een zesdelige serie.

Investment consultants, vermogensbeheerders en fiduciair managers cirkelen allemaal rond de geldpotten van de Nederlandse pensioensector. Met circa 1.300 miljard euro onder beheer zijn die fondsen immers een factor van betekenis voor fondshuizen. Trends in de pensioensector dreunen door bij assetmanagers en hebben daarom ook gevolgen voor andere beleggers.

Een van die trends is de consolidatie onder pensioenfondsen die onverminderd doordendert. Een tweede is de roep om lagere kosten die blijft klinken. Een derde trend is de jacht op rendement en een vierde is de eis dat beleggingen aantoonbaar duurzaam zijn.

Consolidatie

Per jaar verdwijnen circa vijftig pensioenfondsen. Omdat deze trend al jaren gaande is, zijn de fondsen die het bijltje erbij neergooien steeds groter. Een paar jaar geleden ging het om fondsen met honderden miljoenen onder beheer. De afgelopen tijd wekt het geen verbazing meer als een fonds met een vermogen van meer dan een miljard fuseert of op een andere wijze wordt opgeheven.

Voorbeelden zijn de ondernemingspensioenfondsen van Douwe Egberts (1,8 miljard euro) en Holland Casino (1,5 miljard euro) die beide onderdak vonden bij Algemeen Pensioenfonds (APF) Stap. Dit APF Stap is opgericht door Aegon en pensioenuitvoerder TKP. APF’en bestaan sinds een paar jaar. Zij kunnen de pensioenen uitvoeren van meerdere werkgevers en zijn een alternatief voor aansluiting bij een bestaand pensioenfonds of een verzekeraar. 

Bedrijfstakpensioenfonds Wonen (3,7 miljard euro) volgt een andere weg. Deelnemers van dit fonds gaan pensioen opbouwen bij het bedrijfstakfonds voor de detailhandel. De opgebouwde pensioenen blijven in het gesloten fonds omdat overgang naar detailhandel een forse korting tot gevolg zou hebben. De bedoeling is wel dat het pensioenvermogen ooit verhuist naar pensioenfonds Detailhandel. 

Asset managers zien het aantal pensioenklanten enerzijds slinken, maar anderzijds dat de overblijvers groter worden. ‘De wensen van onze klanten zijn echt veranderd’, zegt Jillert Blom, hoofd institutionele klanten in de Benelux bij Invesco. ‘Niet alleen zijn fondsen gemiddeld groter ook zijn de bestuurders professioneler geworden. Dat laatste is wellicht nog belangrijker dan de omvang van een fonds.’ 

Die kwaliteitsslag bij bestuurders is afgedwongen door De Nederlansche Bank. De toezichthouder is de afgelopen jaren met de wet in de hand een stuk strenger geworden. De tijd dat een bestuurder zich kon verschuilen achter zijn adviseurs is voorgoed voorbij. 

Beter ingevoerde klanten betekent kritischer klanten. ‘Ze kijken verder dan het verslaan van de bench­mark’, zegt Blom. ‘Ze letten op consistentie. Een ander aandachtspunt is hoe consequent een manager is. ‘Voor een klant is het interessant hoe een beheerder zich heeft gehouden tijdens een crisis. Heeft hij zijn stijl aangepast of juist niet?’ aldus Blom. 

Het moet goedkoper

Als het over kosten gaat, liggen pensioenfondsen onder het vergrootglas van de toezichthouder en de media. Hoge kosten en prestatievergoedingen gecombineerd met de jarenlange bevriezing van de pensioenen zijn moeilijk uit te leggen. ‘Fondsbestuurders willen nu eenmaal niet in een lijst staan met fondsen met de hoogste kosten’, zegt Eric Veldpaus, directeur van Institutioneel Benchmarking Instituut (IBI). 

Veel van die lijstjes deugen niet in de ogen van Veldpaus, omdat appels met peren worden vergeleken. Dat wil niet zeggen dat hij kosten onbeduidend vindt. ‘Kosten zijn belangrijk, maar je moet wel een goede vergelijking maken waarbij rekening wordt gehouden met rendement, risico en beleggingsmix. Alternatieve beleggingen zijn duurder dan indexfondsen. Maar als die hogere kosten ruimschoots worden goedgemaakt door het hogere rendement en een betere spreiding, dan is dat goed te verdedigen.’ Om deze reden vergelijkt IBI de kosten die zijn gerelateerd aan de specifieke beleggingsmix van een pensioenfonds met een kostennorm die past bij die mix. 

Niet alle kosten zijn echter even transparant. Marlon Sahetapy, hoofd fiduciair management bij adviesbureau Aon Hewitt wijst in dit kader op een Brits onderzoek naar verborgen kosten bij fondshuizen, met vernietigende conclusies. ‘Er zijn talrijke vormen van kosten die de eindbelegger niet ziet, omdat ze niet of onvoldoende gerapporteerd hoeven te worden. Denk aan impliciete kosten zoals tax efficiency, marktimpact en andere transactiekosten, bijvoorbeeld door het gebruik van inhouse-platforms die inefficiënt voor de eindbelegger kunnen zijn. Dat soort kosten holt het rendement op de langere termijn uit.’ Aon Hewitt heeft een team dat zich bezighoudt met het boven water krijgen van dit soort kosten. Het draait volgens Sahetapy echter niet alleen om het verlagen van de kosten. ‘Het is natuurlijk ook zaak dat er alleen wordt betaald voor beheeractiviteiten die waarde toevoegen.’

Zoeken naar rendement

Pensioenfondsen onderscheiden zich van veel andere beleggers omdat hun verplichtingen in hoge mate bepalend zijn voor hun beleggingsbeleid. Een family office kan gerust waardestijging op de langere termijn nastreven zonder zich al te druk te maken over een iets mindere periode zo nu en dan. Een pensioenfonds moet voldoende in kas hebben om de pensioenen de komende tientallen jaren te kunnen uitkeren. Een dipje kan leiden tot verlagingen van de pensioenen. Dat willen fondsbestuurders koste wat kost voorkomen. 


Om de pensioenen te kunnen garanderen, zijn pensioenbeleggers gedwongen zeker de helft van hun vermogen in obligaties te steken. Die zullen de komende jaren weinig opleveren, is de verwachting. Vandaar dat fondsen hun kaarten zetten op de zogeheten ‘returnportefeuille’ die moet zorgen voor extra rendement zodat pensioenen kunnen meegroeien met de inflatie. De returnportefeuille bestaat voor het grootste deel uit aandelen. 

Omdat de verwachtingen voor aandelenrendementen de komende jaren matig zijn, willen fondsen meer beleggen in illiquide categorieën zoals private equity, infrastructuur en niet-genoteerde leningen. Illiquide beleggingen passen goed bij de verplichtingen van fondsen. Ze hoeven immers jaarlijks slechts een klein deel van hun vermogen uit te keren.

Duurzaam

Duurzaamheid staat bij pensioenfondsen de laatste jaren hoog op de agenda. ‘Hierin loopt de pensioensector duidelijk voorop’, zegt Blom. ‘Pensioenbestuurders willen dat hun geld behalve financieel rendement oplevert, ook bijdraagt aan een leefbare wereld. De meeste tijd vergen discussies over hoe we de impactwens van de klant kunnen vertalen in een beleggingsstrategie.’

Veel pensioenfondsen omarmen de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Deze doelen, die in 2030 verwezenlijkt moeten zijn, gaan over zaken als armoedebestrijding en klimaatverandering. Pensioenfondsen kiezen vaak doelen die passen bij de aard van het fonds. Zo zet zorgfonds PFZW onder meer in op de vergroting van de toegankelijkheid van de gezondheidszorg.

Een struikelblok is echter het vinden van betrouwbare manieren om impact te meten. Hoe meet je of een belegging in een waterzuiveringbedrijf daadwerkelijk leidt tot gezondheidswinst? Volgens Blom is er nog een lange weg te gaan. ‘We krijgen  veel nieuwe dataleveranciers langs. Die beweren dat ze data hebben die kunnen helpen bij het meten van impact. De meeste sturen we weg, omdat de data niet voldoen aan onze eisen. De meest ambitieuze gaan weer aan de slag en komen op een dag terug met data die we kunnen gebruiken.’

Grotere fondsen en hun beleggingsorganisaties steken al jaren op grote schaal geld in alternatieve beleggingen, zoals private equity, infrastructuur en direct lending. Ze doen dat omdat dat soort illiquide beleggingen doorgaans meer oplevert dan conventionele beleggingen. Bovendien zijn met beleggingen in kleinere bedrijven en projecten eenvoudiger duurzaamheidsdoelen te bereiken. Het is makkelijker aan te tonen dat een belegging in een zonnepark bijdraagt aan de energietransitie dan het bezit van aandelen in een beursgenoteerd energieconcern dat zowel olie uit de grond haalt als zonneparken exploiteert.

‘Maar de voorkeur voor illiquide beleggingen kan wringen met de wens de kosten te beheersen’, zegt Sahetapy. Illiquide beleggingen zijn complexer om te beheren en de specialisten die dat goed kunnen, zijn vaak schaars en kosten dus meer. 

Maximumtarief

Sommige fondsen hanteren een maximumtarief, weet Blom van Invesco. ‘Als een manager als beste uit de bus komt, maar een beloning vraagt die hoger is dan dat maximum dan ketst de deal af. Zo’n fonds kiest dan vanwege de kosten voor een minder goede belegger.’ Maar meestal betalen fondsen het volle pond. Blom: ‘Bij schaarse vaardigheden bepalen de fondshuizen de prijs. Er zijn voldoende eindbeleggers die voor die prijs willen instappen.’

Kleinere fondsen branden hun vingers liever niet aan complexe illiquide beleggingen. Als ze toch willen meeliften met deze trend, kunnen ze onder meer uitwijken naar de investment consultants van de grote adviesorganisaties zoals Aon Hewitt, Willis Towers Watson en Mercer. Die selecteren de beste alternatieve beleggers en maken fund-of-funds. 

‘Wij beheren wereldwijd 227 miljard dollar voor onze klanten’, zegt Tony Tiller, hoofd institutionele beleggingsoplossingen bij Mercer Investments. ‘Dat geeft ons inkoopkracht die leidt tot lagere fees voor onze klanten.’ Het gaat daarbij niet alleen om pensioenfondsen. ‘Ook family offices, staatsfondsen en verzekeraars tonen steeds meer belangstelling. Die zijn eveneens op zoek naar een hoger rendement en krijgen steeds meer oog voor duurzaamheid.’

Voor fondshuizen is dit een kans, stelt Sahetapy. ‘Als ze producten kunnen leveren die duurzaamheid combineren met een hoger rendement, kunnen ze hogere fees vragen.’ Niet alleen de hogere marges maken het aanlokkelijk serieus werk te maken van dit soort producten. Ze kunnen ook helpen het verloren vertrouwen in de financiële sector terug te winnen. Sahetapy: ‘Als pensioenfondsen en vermogensbeheerders bijvoorbeeld worden gezien als financiers van de energietransitie leidt dat tot herstel van vertrouwen.’ 

Dit is het eerste deel van een serie artikelen over de gevolgen van de hervorming van de pensioensector voor de markt. Deze aflevering verschijnt in het Fondsnieuws-magazine dat woensdag verschijnt.  

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No