Kwantitatief belegger Pim van Vliet vindt het mooi dat je als belegger deelneemt aan de economie. Hij houdt van de actie en de snelheid van beleggen, maar heeft ook naastenliefde hoog in het vaandel staan.
Een lager risico betekent niet altijd een lager rendement. Voordat fondsmanager en hoofd conservatieve aandelen en kwantitatieve allocatiestrategieën Pim van Vliet in 2005 bij Robeco in dienst trad, deed hij uitgebreid onderzoek naar laag risico en kwam toen tot de conclusie dat dit misschien wel de grootste anomalie is in de op het Capital Asset Pricing Model gestoelde beleggingswetenschap.
In het boek High Returns from Low Risk, dat hij samen met collega Jan de Koning schreef en dat onlangs in het Nederlands vertaald is als De Conservatieve Belegger, maakt hij dit ook voor een breed publiek duidelijk. Een geanimeerd gesprek met een gepassioneerde belegger van meer dan 20 miljard euro aan vermogen.
Waar komt uw passie voor beleggen vandaan?
‘Mijn vader leerde me al vroeg het nut van sparen en beleggen. Met name de rente-op-renteformule is mij goed bijgebleven. Op 13-jarige leeftijd kocht ik mijn eerste beleggingsfonds. Al snel daarna ging ik ook beleggen in sectorfondsen en individuele aandelen en ten slotte ook in opties.
Wat ik mooi vind aan beleggen, is dat je deelneemt aan de economie en dat je wat in de krant staat ook direct terugziet in je vermogen. Ook houd ik van de actie en snelheid. Daarnaast hield ik altijd al van rekenen, dus ik ontdekte al snel dat beleggen ontzettend leuk is. Al tijdens mijn studie Economie aan de Erasmus Universiteit was ik actief bij beleggingsclub B&R Beurs en werkte ik bij de bekende Rotterdamse vermogensbeheerder Simon Cohen.’
Wat is uw methodiek?
‘Mijn persoonlijke ervaringen met beleggen waren gemengd. Sommige beslissingen pakten goed uit en andere minder goed. Ik merkte wel dat emoties een rol kunnen spelen bij beslissingen. Tijdens mijn studie maakte ik kennis met kwantitatief beleggen. Door het systematische volgen van regels kun je de markt verslaan. Dat was een ontdekking! Onder anderen professor Haugen schreef dat je door het simpel kopen van goedkope kwaliteitsaandelen met laag risico en goed momentum de markt kunt verslaan. Ik was verkocht. Mijn proefschrift ging hier ook over en ik kon de anomalieën in de aandelenmarkt maar deels verklaren met neerwaarts risico.
Sinds ik bij Robeco werk volg ik de methodiek van kwantitatief beleggen, in samenwerking met de vele goede onderzoekers die ik er trof. Nu staat kwantitatief beleggen voor onze klanten in Nederland - en inmiddels over de hele wereld - op de kaart. Met deze beleggingsstijl doet Robeco mee met de wereldtop op dit gebied.’
Wat is het mooiste van beleggen?
‘Beleggen leert je heel veel over jezelf. Zo merk ik dat ik ook last heb van bekende vooroordelen als afgunst of overoptimisme. Als de markt hard stijgt en de Conservative Equities-fondsen blijven achter, dan baal ik daar toch best van, ook al weet ik dat dit gewoon is. En als de markten sterk dalen en Conservative Equities daalt minder sterk, dan baal ik ook, want dan was het eigenlijk beter als ik helemaal was uitgestapt. Het voelen van deze emoties maakt me bescheiden.
Wat echt een kick geeft, is om uit de waan van de dag te stappen en te kijken naar de langetermijnresultaten. Die zijn namelijk erg goed. Immers, door het beperken van je verliezen doe je het op de lange termijn verbluffend goed. Wat ook een kick geeft is als een grote, prestigieuze asset owner jou kiest uit vele honderden managers, en dat die na 5 of 7 jaar nog steeds tevreden is. Of als een particuliere belegger mijn boek gelezen heeft en besluit een deel van zijn vermogen in Conservative Equities te investeren. Als een groot Amerikaans fondshuis met een imitatie van je fonds komt dan, is dat ook een groot compliment [BlackRock deed dat, red.].’
Wat is uw grootste mislukking?
‘Dat was toen ik als tiener besloot te beleggen in aandelen Fokker, een basisfout die ik ook in mijn boek beschrijf. Dat aandeel was erg volatiel. Het was een combinatie van zelfoverschatting en ongeduld die mij toen parten speelde.
Een andere mislukking was te veel handelen in opties, waarbij ik door de transactiekosten maar weinig overhield, ook als mijn visie wel goed was. Van beide fouten heb ik geleerd. Ik geloof in ‘skin in the game’, dus beleg ik het overgrote deel van mijn vrije vermogen in de fondsen die ik beheer. Deze fondsen selecteren aandelen met een laag risico en houden deze
gemiddeld vier jaar of langer in portefeuille. Daarnaast zorgen de toezichthouders (DNB en SEC) er wel voor dat ik nu een buy-and-hold- belegger ben geworden.’
Wat doet u ernaast, en waarom?
‘Ik ben buiten kantooruren veel met het christelijke geloof bezig en voel me verbonden met de pinksterbeweging en de Nederlands Hervormde Kerk. Ik geloof in het nut van goede en door de tijd beproefde leefregels, zoals de gouden ethische regel: heb je naaste lief als jezelf. Die is simpel maar zeer effectief. Het is echter nog niet zo eenvoudig om je er ook consequent aan te houden.
Ook houd ik van geschiedenis, in het bijzonder financiële geschiedenis en kerkgeschiedenis. Daar lees ik graag een goed boek over. Maar ook The Economist lees ik al twintig jaar elke week, een prachtig blad met zeer uiteenlopende onderwerpen, die allemaal op de een of andere manier verbonden zijn met de economie of de markten.’
Dit artikel is gepubliceerd in het Fondsnieuws-magazine ‘Welke kant gaan de markten op?’ dat op 14 november is verschenen.