Er worden steeds hogere eisen gesteld aan de kwaliteit van economisch onderzoek, waardoor het aantal gebruikte bronnen significant toeneemt. Naast eigen en ‘geleende’ empirische data, wordt onderzoek ook steeds meer gebaseerd op simulaties en theorie-experimenten.
Dat stelt Daniel S. Hamermesh in een studie voor de Journal of Economic Litterature. Gesproken wordt van een empirische revolutie: enerzijds doordat door computers en data-opslag steeds meer bronnen beschikbaar komen, anderzijds doordat er sprake is van toenemende kritiek dat economische wetenschap op te weinig bronnen en te veel aannames is gebaseerd.
Aan onderzoek worden hogere eisen gesteld, zo blijkt uit een paper van Alwyn Young van de London School of Economics. Hij schrijft dat een veel gebruikte empirische techniek zogenoemde ‘instrumental variables’, of IV, is geweest. Hiermee kan onderscheid worden gemaakt tussen causaal verband en correlatie.
Young laat zien dat het gebruik van IV vaak zeer zwak is geweest en tot de verkeerde aannames heeft geleid. Volgens hem doen economen vaak of ze hun conclusies baseren op een grote dataset, maar dat blijkt in de praktijk niet zo te zijn. Hierdoor worden problemen en tradeoffs ontkend.
Dat wordt bevestigd in het onderzoek ‘The power of bias in economics research’. De onderzoekers hebben naar 6700 economische studies gekeken en daaruit blijkt dat de dataset beperkt is en dat de conclusies zijn gebaseerd op een bias naar bepaalde publicaties. Bloomberg spreekt van ‘accidental results’.
Bron: Bloomberg