Ex-ABN Amro-trader Jeroen Andriessen speelt met een nieuw eigen fonds in op het verschil tussen de daadwerkelijke beweging van de AEX en de door de markt verwachte beweging. Hij streeft naar een minimaal rendement van 8 procent per jaar.
Jeroen Andriessen werkte eerder als optiehandelaar op de Duitse beurs in Frankfurt. Daarna was hij beleggingsadviseur bij ABN Amro Trading. Dit laatste eindigde toen de bank in 2017 stopte met het actief adviseren van retail klanten over o.a. aandelen en optieconstructies. Andriessen stapte toen intern over naar Vermogensadvies, waar toen ook nog voor klanten in individuele aandelen belegd werd. Inmiddels is de bank ook hiermee gestopt.
Risicoprofiel is leidend
‘Het risicoprofiel is leidend geworden’, zegt Andriessen. ‘Bij een defensief profiel hoort een portefeuille die grotendeels uit obligaties bestaat, maar het is met de huidige lage rentestand zeer moeilijk hier nog een mooi positief rendement te behalen komende jaren, zeker als op termijn de rente ook nog gaat stijgen.’
Een defensief profiel an sich is niet verkeerd, maar de huidige invulling wel, vindt Andriessen. Die er ook op wijst dat veel vermogensbeheerders tegenwoordig grote cashposities hebben. ‘Dat is op zich niet erg, maar ze vragen hier wel een fee over.’
Hij gaat verder: ’Ik vind het verbazingwekkend dat de MSCI World Index vorig jaar ruim 20 procent gedaan heeft en de AEX ruim 15 procent, maar een offensieve portefeuille bij een bank maar 8 of 9 procent opleverde. Dit komt doordat ze een heel brede spreiding aanhouden. Maar hoe gespreid wil je het hebben?’
Te veel spreiding kost rendement
‘Ze stellen eerst een benchmark samen die ze zelf uit allerlei andere benchmarks opbouwen. Vervolgens gaan ze de portefeuille inrichten met fondsen, die allemaal ook zelf weer flink gespreid zijn. Zoveel spreiding kost je rendement.’
Zijn eigen portefeuille is dan ook een stuk minder gespreid. ‘Wat ik doe, deed ik ook al voor retail adviesklanten van ABN Amro. Ik kijk naar de beweging van de AEX.’
De koers van individuele aandelen is namelijk moeilijk te voorspellen, zegt Andriessen. ‘Kijk maar eens naar de bewegelijkheid van het aandeel ING of TomTom.’
AEX beweegt zijwaarts
De AEX zelf beweegt echter al 20 jaar zijwaarts, stelt hij. ‘Hij staat nu pakweg op 550. In 2008 stond hij ook op 550 en in 1998 ook op 550. Per saldo heeft de AEX bewogen tussen de 200 en 750, met een maximale gemiddelde jaarlijkse uitslag van 100 punten.’
Andriessen speelt hierop in door met een klein gedeelte van zijn fonds optiecontracten te kopen of te verkopen. ‘Zit je aan de onderkant van de range, dan is de kans groter dat de beurs omhoog gaat, zit je aan de bovenkant, dan is het waarschijnlijker dat hij gaat dalen’, legt hij uit.
Straddles
Hij maakt onder meer gebruik van “straddles”. Dit zijn optieconstructies waarbij een put- en een calloptie wordt gekocht - dan wel verkocht - op dezelfde looptijd en uitoefenprijs.
Andriessen: ‘Stel je koopt een put- en een calloptie op 550 en de index stijgt naar 600, dan verzilver je het recht te kopen op 550. Daalt de index, dan verzilver je het recht om recht te verkopen op 550.’
Short straddles
Andriessen werkt echter ook met zogenoemde “short straddles”. Daarbij schrijft hij een put en een call op dezelfde uitoefenprijs. Gaat de beurs dan omhoog, dan is hij verplicht te verkopen op de lagere waarde. Gaat de beurs omlaag, dan is hij verplicht te kopen tegen de hogere waarde.
Dit laatste is in theorie veel riskanter. Maar door hier put- en call-opties onder te leggen, maximeert Andriessen zijn verlies ‘altijd’ op 10 procent, vertelt hij. ‘In het worst case-scenario wordt het fonds dus maximaal 10 procent minder waard. Ik neem nooit meer risico.’ Het fonds is daarom aangemerkt als een fonds met beneden gemiddeld risico.
Optiepremies
Of hij short of long straddles hanteert, hangt af van de optiepremies op het moment van kopen dan wel verkopen. AEX-indexopties werken met cash-settlement. Het gaat Andriessen dus niet om de aandelen zelf, maar om de optiepremies.
‘Af te lezen aan de huidige optiepremies schat de markt voor het komende jaar 120 punten beweging in’, vertelt hij. ‘Het afgelopen jaar is de AEX niet onder de 517 en boven de 577 geweest. Er was dus maar 60 punten beweging. Blijft dit zo, dan is de premie die ik ontvang gebaseerd op een beweging van 120 dus eigenlijk te hoog. Daar kan ik dan op verdienen.’
Geen hefbomen
Andriessen koopt of verkoopt opties voor 10 tot 20 procent van de waarde van zijn portefeuille. ‘Allemaal kleine posities’, zegt hij. ‘Dan kun je als je scheef zit, nog even blijven zitten om het aan te kijken. Bij grotere posities kan het verlies dan te groot worden.’ En je kan op lagere koersen altijd kopen omdat er een zeer grote cash positie in het fonds aanwezig is. De rest houdt hij als marge liquide achter de hand. ‘Ik gebruik geen hefbomen.’
Het grote voordeel van de strategie achter het Vox Total Return Fund ten opzichte van traditioneel beleggen is volgens Andriessen dat het fonds ook geld kan verdienen bij gelijkblijvende of dalende koersen. ‘De AEX beweegt elke dag en biedt elke dag kansen. Op deze manier van beleggen neem je veel minder risico dan als je een AEX-tracker koopt. Bovendien is het downside-risico veel kleiner dan bij een volledig belegde portefeuille.’
Performance fee
Het fonds stelt zichzelf een rendement van 8 procent per jaar, na kosten, tot doel. Wordt dit doel gehaald, dan wordt er naast de beheerfee een performance fee van 20 procent in rekening gebracht.
Andriessen lanceerde het Vox Total Return Fund onlangs samen met twee partners. Zij beleggen ook in het fonds. Daar zit nu 3 miljoen euro in. De ambitie is dit vermogen binnen een jaar te laten groeien naar 5 tot 10 miljoen euro.
Zijn ultieme droom is de komende drie jaar een solide trackrecord op te bouwen, zodat het fonds na die tijd voldoende salonfähig is om door investment offices van banken en vermogensbeheerders geselecteerd te worden. Omdat het fonds nog geen AIFMD-vergunning heeft, is de minimale inleg nu nog 100.000 euro.
