De Belgische federatie Febelfin deelt de opvatting van de Nationale Bank van België (NBB) dat het aandeel van risicovolle leningen in de nieuwe hypothecaire kredieten nog steeds te hoog ligt. Febelfin erkent de vaststelling van de NBB. Dit is en blijft een aandachtspunt, Febelfin neemt de waarschuwing van de NBB dan ook ernstig.
De NBB herhaalt in haar gepubliceerde jaarverslag opnieuw de waarschuwing dat banken een hogere buffer moeten aanhouden wanneer zij een hogere Loan-To-Value (bedrag krediet vs. waarde van het vastgoed) kennen in de totaliteit van hun kredietportefeuille. De Nationale Bank heeft in 2018 namelijk macro-prudentiële maatregelen voor de residentiële vastgoedmarkt ingevoerd.
Ondanks deze maatregel en de eerdere waarschuwingen, stelt ook Febelfin samen met de NBB vast dat de waarde van de lening ten opzichte van die van het onderpand (LTV) blijft toenemen voor nieuwe leningen. Dit is voornamelijk te verklaren door de concurrentiële markt waarin de banken zich bevinden.
‘Absolute uitgangspunt: verantwoorde kredietverlening’
Febelfin schrijft in een persbericht dat verantwoorde kredietverlening het absolute uitgangspunt moet blijven. Wat dat betreft zitFebelfin zit op dezelfde lijn als de toezichthouder: de kredietverstrekkers moeten de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen om enerzijds maximaal te vermijden dat individuele kredietnemers te omvangrijke leningen zouden aangaan, en anderzijds op termijn de financiële stabiliteit te vrijwaren.
De federatie voegt eraan dat ‘indien de NBB het wenselijk acht dient zij haar rol als toezichthouder te spelen, en in samenspraak met de politiek, te bekijken of nieuwe maatregelen kunnen worden doorgevoerd. Dit om tijdig problemen in de toekomst te vermijden.’
CEO AXA Bank: ‘Beschamend’
Deze opvatting schiet in het verkeerde keelgat bij Peter Devlies, de CEO van AXA Bank. Hij zegt in een reactie tegenover Trends dat het ‘beschamend dat bankiers aandringen op regulering’. Devlies voegt er tegenover het medium aan toe: ‘Ik vind het beschamend dat de banksector er niet in slaagt zijn kernactiviteit, de transformatie van kortetermijndeposito’s naar langetermijnkredieten, op een gezonde manier te managen.’
Op de vraag of Devlies verrast was door de instemmende reactie van Karel Van Eetvelt (CEO Febelfin) op de waarschuwing van de Nationale Bank, zegt hij: ‘Ja en neen. Ik deel de bezorgdheid van Febelfin. Maar meteen pleiten voor meer regels is te kort door de bocht. Het is aan de bankiers om hun verantwoordelijkheid te nemen en hun metier op een gezonde manier te managen. Zo moeilijk is dat bij de toekenning van een krediet nu ook weer niet. Je kijkt naar de terugbetalingscapaciteit van de klant en je zorgt dat je een redelijke marge neemt om de kosten en de risico’s te dekken en het eigen vermogen te versterken.’
Febelfin: Wanbetalingen erg laag
Febelfin schrijft in haar verklaring dat er vandaag weinig problemen zijn, omdat ons land een gezond hypothecair kredietbeleid kent. De wanbetalingen zijn beperkt tot minder dan 1% van alle hypothecaire kredieten. Zoals blijkt uit het rapport van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, blijven de wanbetalingen al jaren erg laag in België, en zijn ze de laatste jaren zelfs nog verder gedaald.
Daarnaast, zo voegt Febelfin eraan toe, worden wij gekenmerkt door een hypothecaire kredietmarkt waarbij voor het overgrote deel gekozen wordt voor vaste rentevoeten, en zij de consumenten beschermd door de wetgeving zodat variabele rentevoeten maximaal kunnen verdubbelen. Hierdoor is het risico voor de consument een stuk beperkter bij eventuele rentestijgingen in de toekomst.
Bij het verlenen van een krediet, blijft de terugbetalingscapaciteit het belangrijkste criterium. De bank zal elk dossier geval per geval grondig bekijken, de terugbetalingscapaciteit van de kredietnemers analyseren en van hen in vele gevallen een eigen inbreng vragen. Verantwoorde kredietverlening is van enorm belang, en dat dient ook in de toekomst behouden te blijven. Een optimaler beleidskader kan daar bij helpen, en hieraan zegt Febelfin ‘maximaal ondersteuning’ te willen geven.