Terwijl algemeen wordt verwacht dat de Amerikaanse Federal Reserve het basisrentetarief zal verhogen, bracht Fidelity International de gevolgen voor beleggers in kaart van eerdere rentestappen.
Uit een analyse van het multi-assetteam van de Amerikaanse vermogensbeheerder blijkt dat de vorige vijf keren dat de Fed de rente verhoogde in het algemeen gunstig waren voor beleggers in effecten met hogere risico’s.
De S&P500 is bij die gelegenheden gemiddeld 13,5 procent gestegen, terwijl Amerikaanse high-yieldobligaties gemiddeld een rendement van 7,3 procent genereerden. Beleggers in staatsobligaties realiseerden nog steeds een positief rendement van gemiddeld 2,1 procent.
Dit komt echter uit op 0,1 procent als je de renteverhoging van 1997 buiten beschouwing laat, maar die was in vele opzichten afwijkend, met slechts één rentestap van 25bps.
Stijgende rentes zijn weliswaar ongunstig voor obligaties, maar als het traject van renteverhogingen traag genoeg verloopt, kan de inkomstencomponent van obligaties de tijd krijgen om eventuele vermogensverliezen te compenseren.
Nick Peters, portefeuillebeheerder van het multi-asset team van Fidelity, wijst beleggers erop dat er in de huidige omstandigheden belangrijke verschillen zijn waar beleggers beducht voor moeten zijn.
‘De stijging van 31 procent van de S&P500 in 1997 vond plaats toen de Amerikaanse economie sterk groeide en er was een golf van euforie vanwege nieuwe technologische ontwikkelingen zoals internet. De Fed hield al na één rentestap weer op met verhogen, waardoor die episode geen goed vergelijkingsmateriaal biedt. Op een soortgelijke manier zijn de gegevens van de huidige renteverhogingscyclus tevens vertekend door de verkoopgolf op de financiële markten die volgde op de devaluatie van de Chinese munt in augustus 2015.’
Daartegenover zijn momenteel waarderingen opgeblazen door ultra-soepel monetair beleid, en het afbouwen van dat beleid kan daardoor pijnlijker zijn dan bij de voorgaande renteverhogingen, wijst hij. ‘In de aanloop naar 2017 zijn de financiële voorwaarden in de VS al verkrapt; de Amerikaanse dollar is sterker geworden en de yields op tienjaars Amerikaanse staatsobligaties zijn terug op het niveau van begin 2016.’
Hoewel de Amerikaanse economie nog steeds robuuste groei vertoont, is het niveau van de jaren negentig nog altijd niet bereikt, vervolgt hij. ‘Toen tikte de groei even de 4 procent per jaar aan en daalde het begrotingstekort – een technische rugwind voor Amerikaanse staatsobligaties.’
In de huidige volatiele vooruitzichten adviseert hij beleggers ‘contraire posities’ in te nemen, tijdens rally’s te verkopen en in te stappen op zwakke momenten. ‘In mijn tactische total-returnportefeuilles heb ik de afgelopen weken geleidelijk aan Amerikaanse staatsobligaties toegevoegd vanwege stijgende rente, waardoor ze aantrekkelijker worden als defensieve belegging. Beleggers moeten ook nadenken over hoe ze hun aandelenposities inrichten. Een evenwichtige portefeuille kan helpen om eventuele volatiliteit het hoofd te bieden als de markt heen en weer schakelt tussen groeiaandelen en waardebeleggen, met behoud van de voordelen van actief beheer.’