Institutionele beleggers kunnen wereldwijd miljarden besparen op de uitvoering van hun beleggingsbeleid, zo stelt vermogensbeheerder Russell Investments.
Het Amerikaanse Russell nam 173.000 transacties onder de loep die door of namens pensioenfondsen en verzekeraars (ook in Nederland) werden gedaan, met een gezamenlijke waarde van 76 miljard dollar.
Daaruit blijkt volgens de onderzoekers dat er geld ‘weglekt’ doordat bij de uitvoering van beleggingsbeslissingen te weinig op de kosten wordt gelet. Ze stellen dat er tot 25 basispunten van het beheerd vermogen kan worden gewonnen door scherper onderhandelen, en dubbele kosten en nauwelijks renderend kasgeld te voorkomen.
Mislopen van opbrengsten
In het laatstgenoemde geval is sprake van het mislopen van opbrengsten (‘opportunity costs’). Natuurlijk zijn er voor fondsen allerlei redenen om kasgeld aan te houden, weet Martijn Kuipers (hoofd Benelux en Scandinavië bij Russell). ‘Maar omdat de afzonderlijke fondsmanagers vaak ook niet vol belegd zijn, blijkt er vaak meer cash te zijn dan aanvankelijk de bedoeling was.’
De bevindingen gaan nadrukkelijk niet over de veelbesproken vergoedingen die vermogensbeheerders in rekening brengen aan pensioenfondsen, maar over wat Kuipers de ‘indirecte kosten’ noemt.
‘Die zijn nu nog niet echt onderwerp van het publieke debat. Het gaat om de uitvoering van je beleggingsbeleid.’ Russell (beheerd vermogen 250 miljard dollar, waarvan 10 miljard dollar in Nederland) zegt niet te beschikken over data van specifieke pensioenfondsen.
Vaak brengt de complexiteit van de organisatie extra beleggingskosten met zich mee. Binnen één pensioenfonds is het goed denkbaar dat de ene fondsbeheerder een aandeel koopt terwijl een ander het van de hand doet.
‘Als klant heb je daar weinig aan’, aldus Mirjam Klijnsma, bij Russell hoofd transitiemanagement (waarbij een klant van vermogensbeheerder wisselt) Europa. ‘Sterker nog, het kost je tweemaal transactiekosten.’
Wegstrepen
Het alternatief is om de individuele beheerders niet zelf te laten handelen, maar ze te vragen hun ideale portefeuille in te leveren. Tegengestelde transacties kunnen zo tegen elkaar worden weggestreept.
Meer voor de hand liggend zijn ‘onnodig’ hoge kosten als gevolg van te hoge commissies die banken en brokers in rekening brengen. ‘We zien nog steeds dat er met een deel van de commissie onderzoek naar aandelen en obligaties wordt gefinancierd’, aldus Klijnsma.
‘Je mag als pensioenklant toch verwachten dat die kosten in de beheersvergoeding van de ingehuurde vermogensbeheerder zitten.’ Weten waarvoor je precies betaalt is dus belangrijk, maar ook bij transparante tarieven loont het volgens Klijnsma de moeite scherp te onderhandelen over commissies en de verschillen tussen bied- en laatprijzen.
‘Doe zaken met verschillende tegenpartijen, niet met één, ook al is dat lekker makkelijk.’ Besparingen Bij het overstappen naar een andere vermogensbeheerder voor een bepaald mandaat wordt ook lang niet altijd op de kleintjes gelet. Vaak wordt de complete portefeuille geliquideerd, waarna de nieuwe beheerder met een zak geld weer opnieuw begint.
Klijnsma: ‘Soms is er een grote overlap tussen de oude en nieuwe portefeuille. Dan vinden er onnodig veel transacties plaats.’ De te behalen besparingen zijn op het eerste gezicht niet hemelbestormend.
Maar, benadrukken ze bij Russell, een klein percentage van grote bedragen is nog steeds serieus geld. Zeker in perioden met bescheiden rendementen. ‘In een jaar waarin de markt een rally doormaakt is hier veel minder aandacht voor’, weet Klijnsma uit ervaring.
Copyright: Het Financieele Dagblad, 5 maart 2014.