De belangrijkste uitdaging voor alternatieve beleggingsfondsen de komende vijf jaar is het ophalen van voldoende geld, gevolgd door het neerzetten van een goede performance en het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving.
Dat blijkt uit een onderzoek van State Street dat binnenkort verschijnt. Voor het onderzoek zijn 391 alternatieve fondsmanagers van over de hele wereld ondervraagd.
Dat het ophalen van voldoende geld door 82 procent van de ondervraagden als de belangrijkste uitdaging voor de komende jaren wordt genoemd, is volgens Scott Carpenter, global head of State Street’s alternative investment solutions client relationship en strategy group overigens niet heel verrassend.
‘De zoektocht naar kwalitatief goed, lange termijn kapitaal is altijd een uitdaging geweest voor alternatives managers.’
Groei
Dit wil echter niet zeggen dat er in de alternatieve beleggingsindustrie niet veel veranderd is de laatste jaren. De sector groeit gestaag. Volgens de laatste cijfers heeft de alternatieve beleggingsindustrie zo’n 5.500 à 6.000 miljard dollar onder beheer.
‘De afgelopen acht jaar is de alternatives industrie met zo’n 15 procent per jaar gegroeid,’ zegt Carpenter tegenover Fondsnieuws.
Deze groei wordt volgens hem vooral veroorzaakt doordat steeds meer institutionele beleggers alternatieve beleggingen aan hun portefeuille zijn gaan toevoegen. Zij doen dit om hoger rendement te kunnen behalen of hun portefeuille beter te diversificeren.
De belangrijkste drijfveren voor veranderingen zijn de laatste jaren een toegenomen vraag van beleggers om meer transparantie over risico en rendementen en nieuwe wet- en regelgeving geweest, aldus Carpenter.
Meer informatie
Bijna de helft van de ondervraagden zegt sinds 2008 meer informatie aan beleggers te verstrekken.
Een andere grote verandering is volgens Carpenter dat ruim een kwart van de ondervraagden begonnen is met het aanbieden van managed accounts, waarbij de klant volledig inzicht heeft in alle posities die het fonds inneemt. Bijna 18 procent zegt daarnaast de komende vijf jaar van plan zijn dit te gaan aanbieden.
In de jaren na 2008 zag je het aantal alternatieve ucits-fondsen sterk stijgen, aldus Carpenter. ‘Dit was een antwoord op de vraag van beleggers om beter gereguleerde alternatieve fondsen.’
‘Maar deze fondsstructuur kent toch ook wel een aantal beperkingen, bijvoorbeeld wat betreft de assets die gehouden mogen worden. Met het zicht op de komst van de AIFMD , die alternatieve managers strenger reguleert, is de groei van het aantal alternatieve ucits-fondsen dus wel wat gestagneerd.’ Er zit volgens hem nu zo’n 20 miljard in ucits-fondsen.
Kosten
De kosten van hedgefondsen zijn de laatste jaren iets gedaald. Carpenter: ‘Was eerder de industrie-standaard voor vergoedingen een management fee van 2 procent plus een performance fee van 20 procent. Vandaag de dag is de de gemiddelde management fee volgens de respondenten 1,6 procent, met een performance fee van gemiddeld 19 procent.’
Carpenter: ‘Managers die het hoogste risico-gecorrigeerde rendement kunnen leveren, zijn het best gepositioneerd om hun historische fees op peil te houden. De meeste verlagingen van fees worden door managers aangebonden in ruil voor het langer vastzetten van beleggingskapitaal.’
Gevraagd naar hun plannen voor de komende vijf jaar zegt 1 op de 5 alternatieve managers de komende jaren te willen uitbreiden naar andere regio’s. Daarnaast zegt 10 procent de komende vijf jaar van plan te zijn een overname te doen. De afgelopen vijf jaar heeft 7 procent dit ook werkelijk gedaan.