Conservative Equities team, Robeco
i-kSPSsPL-L.jpg

Veel fund selectors beleggen liever in fondsen die beheerd worden door een team dan in zogenoemde stermanagers. Als zo’n manager wegvalt, kan diens fonds immers zomaar instorten. Maar dat risico bestaat ook bij fondsen met een teambenadering. ‘Elk fonds heeft een opvolgingsplan nodig.’

Eind vorig jaar stapten alleen al in Nederland twee beleggingsteams (deels) over naar een concurrent: het emerging market debt-team van NN IP vertrok grotendeels naar William Blair Investment Management, en een drietal themabeleggers van Robeco stapte over naar Lombard Odier IM. Voor NN IP was het zelfs de tweede keer dat het een EMD-team zag vertrekken. In 2013 stapten de toenmalige beheerders over naar Neuberger Berman.

Hoe reageer je als belegger als je iets dergelijks overkomt? Soms is het beter een fonds te verkopen als een beheerder of een team (deels) opstapt, maar dat is lang niet altijd zo.

Als het boegbeeld vertrekt 

Al bij de selectie van een fonds moeten beleggers zich afvragen hoe men is voorbereid op een eventueel vertrek van belangrijke teamleden, vindt Hans Dessauvagie, voorzitter van het beleggingscomité bij Wealth Management Partners. ‘We proberen ons dan een beeld te vormen waar de risico’s liggen in het geval dat bepaalde mensen zouden vertrekken. Meestal heeft een fonds wel een boegbeeld, maar een fonds mag niet te veel van zo’n persoon afhankelijk zijn. We stellen ons altijd de vraag of er deputies zijn die het beheer direct kunnen overnemen.’ 

Dan gaat het er onder meer om in kaart te brengen wie de beslissingen neemt over bijvoorbeeld de voordracht en de daadwerkelijke aan- en verkoop van aandelen, en wie verantwoordelijk is voor de monitoring. ‘Een one-man show van een stermanager past dan sowieso vaak al veel minder goed. We komen vaak automatisch bij een team uit.’

Freddy van Mulligen, senior portfoliomanager externe managerselectie bij Achmea IM, pakt het op een soortgelijke manier aan, maar heeft daarnaast ook oog voor het carrièreperspectief binnen het team, en de vraag of fondsbeheerders en analisten het wel naar de zin hebben. ‘We vragen vaak letterlijk wat het nou zo leuk maakt voor ze om hier te werken. De achtergrond daarvan is natuurlijk dat je wilt dat succesvolle teams intact kunnen blijven.’

Opvolgingsplan

Maar uiteindelijk is het natuurlijk onmogelijk uit te sluiten dat een fondsbeheerder vertrekt. Eigenlijk zou een vermogensbeheerder daarom een opvolgingsplan klaar moeten hebben liggen (zie kader) voor het geval dat, vinden zowel Dessauvagie als Van Mulligen. ‘Als er iemand opstapt, moeten ze een goede back-up hebben en een goed verhaal bij die opvolgingsplannen’, zegt de laatste.

En als dat ontbreekt, is het direct einde verhaal. ‘Zo waren we ooit belegd in een long/short US equity fonds. We hadden een lang proces doorlopen om die beslissing te nemen, onder meer omdat het net na de financiële crisis was en fondsen met short-strategieën toen extra onder het vergrootglas lagen’, vertelt Dessauvagie. Nog geen vier maanden na de aankoop stapte het hele team echter op.

‘We hebben de hele positie toen binnen een week weer gesloten, omdat de betreffende asset manager ons niet kon overtuigen dat ze de juiste mensen in huis hadden om het beheer over te nemen. Long/short equity is immers een speciale tak van sport. Voor een large cap fonds dat in Europese of Amerikaanse aandelen belegt, is het makkelijker om nieuwe mensen te vinden en de continuïteit te garanderen. Bij zo’n fonds is de kans dan ook groter dat we belegd blijven als de manager opstapt.’

Het type fonds maakt inderdaad een groot verschil bij de vraag of het veel uitmaakt dat een aantal beleggers opstapt, vindt ook van Mulligen. ‘Bij een kwantitatief beleggingsproces is een herbeoordeling minder urgent dan bij een high-conviction fonds dat meer fundamenteel belegt.’ 

Van Mulligen zegt nooit te hebben meegemaakt dat een heel team collectief opstapt, zoals recent dus bij NN IP gebeurde. ‘Wat we wel regelmatig aan de hand hebben gehad, is dat de hoofdbeheerder of een andere cruciale persoon opstapt of zelfs overlijdt. Het klinkt misschien bot, maar dit is voor ons reden om de beleggingscase nog eens goed opnieuw te bekijken’, stelt van Mulligen. ‘Soms nemen we dan afscheid, soms ook niet.’

Vertrek analisten

Soms kan ook het vertrek van een aantal analisten een red flag zijn, zelfs als de fondsbeheerder zelf gewoon blijft zitten. Dat is bijvoorbeeld recent gebeurd bij het Alken European Opportunities Fund, vertelt Bart van de Ven van het Belgische Accuro Wealth Advisors.

‘Dat fonds wordt beheerd door Nicolas Walewski, een typische stermanager. Vroeger nam hij alle beslissingen het liefst zelf, maar een paar jaar terug heeft hij een aantal senior analisten aangenomen. We zijn toen gaan beleggen in dat fonds omdat we de indruk kregen dat Walewski bij het nemen van beleggingsbeslissingen sterk koerste op die analisten. Maar we zijn nu gaan twijfelen omdat Walewski die analisten na een periode van underperformance weer de laan heeft uitgestuurd. Hij doet nu alles weer zelf. Dat vergroot het risico.’ 

Van de Ven adviseert klanten daarom voorlopig geen nieuw geld te beleggen in het fonds van Wasilewski. ‘Als we nu opnieuw een selectieproces voor dit fonds deden, zouden we het ook niet opnemen in onze advieslijst.’ Toch adviseert hij zijn klanten niet direct het fonds te verkopen. ‘We leggen de situatie uit en beslissen samen met de klant of en wanneer we het fonds verkopen. De taksen bij verkoop in België zijn hoog en Walewski kan met zijn tegendraadse stijl ook ineens een heel goed jaar hebben.’

Het geheim van een goed team

Het Conservative Equities team van Robeco, met zo’n 20 miljard euro onder beheer, is een van de langstzittende teams van Nederland. Portefeuillemanagers Arlette van Ditshuizen, Maarten Polfliet, Jan Sytze Mosselaar werken allemaal al minimaal sinds 2007 voor het Conservative Equities team. Teamleider Pim van Vliet (links op de foto) verklaart de honkvastheid van zijn medewerkers uit de grote aandacht voor ‘arbeidsvreugde’ binnen zijn team.

‘We vinden het heel belangrijk dat onze medewerkers datgene doen waar ze goed in zijn, en wat ze leuk vinden. We hebben meer dan 50 fondsen, dus we moeten de taken ook goed verdelen. Zo doen sommige fondsbeheerder veel klantcontact, terwijl anderen zich concentreren op de rebalancing van de portefeuilles.’

Het team is al meer dan 13 jaar bij elkaar, en is daardoor goed op elkaar ingespeeld. Maar daar schuilt natuurlijk ook een gevaar: als er lange tijd geen vers bloed komt in de leidinggevende posities in een fonds, bestaat het gevaar dat men vooral blijft doen wat men altijd heeft gedaan, te weinig innoveert.

Van Vliet zegt zich daarvan bewust te zijn. ‘Onze laatste teamuitbreiding [die alweer dateert van 2014] was met Yaowei Xu. Zij richt zich vooral op Chinese aandelen en ontwikkelde markten, en heeft bijvoorbeeld een tool ontwikkeld waarmee fraude binnen bedrijven kan worden opgespoord. Zoiets kun je ook in andere regio’s gebruiken, en is een voorbeeld van innovatie waarvan het hele team beter wordt.’

Het feit dat het team al zo lang bij elkaar is, suggereert dat de kans klein is dat een van de fondsmanagers ooit plotsteling opstapt. ‘Dat heeft te maken met het feit dat we een kwantitatief fonds zijn’, denkt Van Vliet. ‘Onze kracht zit toch vooral in het model waar we samen aan werken. Een andere asset manager heeft er niet zo heel veel aan om 1 of 2 mensen bij ons weg te plukken.’

En als er dan toch iemand opstapt? ‘Voor alle teamleden hebben we ideeën qua opvolging. We weten wie we kunnen benaderen. We hebben gelukkig goede contacten met andere asset managers in Nederland zodat we snel kunnen schakelen.’

 

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No