Boudewijn Kosteljk
i-twFhZ4N.png

Veel mensen in de asset managementsector praten erover, sommigen doen het: zich inzetten voor een goed doel. Zo houdt de sector jaarlijks in Amsterdam haar Children4Children-diner, fietsen anderen de Alpe d’Huez op voor kankerbestrijding, of zwemmen door de gracht voor ALS. En nu wordt ook de Kilimanjaro beklommen voor War Child.

Degene die zich volgende week aan de 5895 meter hoge berg in Tanzania zal zetten is Boudewijn Kostelijk, hoofd distributie Benelux van UBS Asset Management. Fondsnieuws, geïnteresseerd naar de motivatie achter “doing good”, vroeg hem naar het hoe, wat, waar en waarom. 

‘Afgelopen november  werd ik vijftig en was van plan om een groot feest te geven. Toch voelde ik me hier bezwaard over. Daarom besloot ik dit te koppelen aan een charity. Toen ik hoorde van een buurtgenoot dat zij de Kilimanjaro ging beklimmen voor War Child, dacht ik meteen: dat ga ik ook doen! 

‘War Child is heel gaaf’

Zonder War Child was dat niet gebeurd. Ik heb nooit een expliciet doel gehad om een berg te beklimmen. Maar War Child vind ik echt heel gaaf. Ze geven de kinderen geen onderdak, maar structuur. Ze laten de kinderen weer dromen. Met een duwtje in de rug kunnen ze weer verder.

In september ging ik naar een voorbereidingsavond. Meteen gestopt met het drinken van alcohol. Daarna aan mijn conditie gaan werken. Vaak al om 6 of 7 uur ‘s ochtends buiten, bij weer en wind. Om fit te worden en te blijven, volgde ik een Detox-programma, doe ik ademhalingsoefeningen volgens de Iceman-methoden van Wim Hof en loop met bepakking in de Ardennen en in de duinen. Nu heb ik een gezonde spanning, al heb ik wel het gevoel dat mijn 150 sponsoren, die 8600 euro doneerden, allemaal in mijn rugzak zitten. Die ik niet wil teleurstellen. 

Van +25 naar -12 graden

Volgende week dinsdag starten we met 24 mensen in het basiskamp. Je begint in de jungle met een temperatuur van 25 graden en als je dan de top bereikt is het minstens -12 graden. Dat is een bizarre overgang. De wind en de regen kan er hevig zijn. 

De lakmoesproef komt 1300 meter voor de top. Je wordt om 23.00 uur gewekt en zet je een lampje op je voorhoofd en dan ga je in het donker naar boven. Bij zonsopgang heb je normaal gesproken de top bereikt. Het zwaarst zijn de schemeruren voordat de zon opgaat. Dan is het stervenskoud, en is het zuurstofgehalte nog maar de helft van wat we gewend zijn. Hoogteziekte ligt op de loer. Als je daar last van krijgt, kun je ermee stoppen. Uit cijfers blijkt dan ook dat 30 procent de top niet haalt. 

Bij de voorbereiding is ons steeds ingepeperd dat het allemaal om energiemanagement draait. Je moet op dat laatste stuk continu blijven eten, ook al heb je geen trek. 

Kopen van een aflaat? 

Of het beklimmen van de Kilimanjaro voor War Child voelt als het kopen van een aflaat? Dat is een harde, maar terechte vraag. De kosten van deze uitdaging zijn hoog. Dat roept de vraag op: kan ik dat bedrag dan beter niet meteen naar War Child overmaken? Dat is een dunne balans. En daarom was ik er zo op gebrand om de hoogte van de berg in euro’s voor War Child op te halen. 

Tegelijkertijd ben ik er trots op dat ik mensen met deze “challenge” inspireer en ik voel me ook echt ambassadeur van War Child. Want, zo heb ik nu ontdekt, er is toch een groot verschil tussen je werk uit passie doen en iets doen voor een gepassioneerd doel, iets dat écht impact maakt.

Als ik dit vertaal naar onze sector dan denk ik dat ethiek een steeds belangrijkere rol gaat spelen bij beleggingen. De link naar impactbeleggen is dan ook snel gemaakt. Waar komt het rendement vandaan en wie of wat komt dat rendement ten goede? Die vragen worden steeds vaker gesteld. Het is moeilijk vol te houden dat je als consument hogere eisen aan producten en diensten stelt dan als belegger.’ 

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No