De kansen op een verlaging van de olieproductie door de Opec is aanzienlijk verminderd nu de grote olieproducenten het oneens zijn wie voor de productieverlaging moet opdraaien.
Iran en Irak onderschrijven het belang van een dergelijk plafond, maar vinden niet dat zij daarvoor moeten opdraaien. Beide landen hebben de inkomsten hard nodig - de een vanwege de oorlog, de ander vanwege de decennialange boycot.
Ook Rusland ligt dwars. Moskou liet weten morgen bij de officiële vergadering als toehoorder niet aanwezig te willen zijn. Rusland is geen lid, maar verklaarde eerder wel voornemens te zijn om een algemeen productieplafond te ondersteunen.
Voorafgaand aan de bijeenkomst hebben Irak en Iran nog vele bezwaren geformuleerd tegenover het voorstel. Het zou voor het eerst zijn sinds acht jaar dat men tot een productieplafond komt. Men wil het aantal geproduceerde olievaten per dag met 1,2 miljoen verminderen.
De olieprijs daalde vanochtend naar aanleiding van het nieuws van aanhoudende onenigheid met meer dan 0,8 procent, maar later op de ochtend was er sprake van licht herstel. Er kwam een prijs op de borden van 47,93 dollar per vat, een daling van 0,64 procent.
Met name Irak en Iran hebben bezwaren tegen de voorstellen van de Opec. Zo wil Iran volgens Bloomberg 200,000 vaten per dag meer produceren dan op dit moment het geval is: 3,975 miljoen. Saoedi-Arabië wil dat Iran zijn productie terugbrengt naar 3,707 miljoen vaten.
De Opec vraagt andere grote producenten, zoals Rusland, om zijn dagelijkse olieproductie te verlagen met 600.000 vaten per dag. De Russische regering wil niet verder gaan dan het huidige niveau.
Saoedie-Arabië liep zondag al uit een voorbespreking. Het land kan volgens waarnemers de vergaderingen en de besluitvorming van het kartel niet meer domineren zoals zij dat tien jaar geleden nog deed.