In de zoektocht naar rendement drijft de lage rente beleggers verder richting risicovollere beleggingscategorieën. Het vergroot bovendien de discrepantie tussen de omvang van het pensioenvermogen en het feit dat het nakomen van de verplichtingen steeds moeilijker wordt.
Fondsnieuws besprak de meest recente renteval met vier pensioenbeleggers: Rob Dekker van Achmea IM, Sandor Steverink (foto) van APG AM en Gertjan Medendorp en Menno Altena van TKP Investments.
Na een relatief stabiele periode zakte de tienjaarsrente vorige week opnieuw naar de bodem. Hoewel de Nederlandse tienjaarsrente nog net boven de nul bleef, brak de Duitse Bund weer door de nullijn - net als in 2016. Met die lage rente wordt het steeds moeilijker om nog voldoende rendement te maken, stelt Rob Dekker, portefeuillemanager fixed income bij Achmea Investment Management.
In de voortdurende zoektocht naar rendement zoeken beleggers daarom - binnen de grenzen van de pensioenwetgeving - in toenemende mate hun heil bij meer risicovolle en/of minder liquide beleggingen, een ontwikkeling die Dekker met enige zorg gadeslaat. ‘Achter de keuze voor dat type beleggingen zit natuurlijk een logica, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Treedt er bijvoorbeeld een sterke correctie op, dan zal het met dit type beleggingen ook meteen goed misgaan.’
Search for yield
‘Wij zien ook dat die search for yield beleggers dwingt om breder en creatiever te kijken naar waar rendement valt te behalen’, beaamt Sandor Steverink, hoofd treasuries bij APG Asset Management. Want waar je als particulier staatsobligaties links kunt laten liggen, omdat ze simpelweg minder opbrengen dan een spaarrekening, geldt dit niet voor institutionele partijen.
‘Pensioenfondsen, banken en verzekeraars hebben allemaal te maken met regulering en vereisten ten aanzien van rente- en liquiditeitsrisico, wat maakt dat zij een deel van hun vermogen in staatsobligaties moeten aanhouden. Daar is ook een goede reden voor, maar we zijn er natuurlijk wel mee bezig om zo min mogelijk aan te houden in beleggingscategorieën die (vrijwel) niks opbrengen’, aldus Steverink.
Toch baart de recente dip beide obligatiespecialisten geen nieuwe zorgen. ‘Nee, want we hebben in 2016 immers ook al gezien dat het nog lager kan (tienjaars -0,127 in de zomer van 2016). De snelheid verraste ons dit keer echter wel’, vertelt Dekker.
Forse beweging
Het is vooral de beweging die Steverink opvalt: ‘We zijn dit niet meer gewend. Met name sinds de ECB is begonnen met het opkopen van obligaties in 2015, is de volatiliteit in de obligatiemarkten eigenlijk heel beperkt geweest. De huidige beweging is voor obligatiemarkten behoorlijk fors.’
Gertjan Medendorp, investment strategist bij TKP Investments, ziet ook die plotselinge toename van de volatiliteit, maar plaatst het tegelijkertijd in perspectief: ‘De laatste jaren zijn we gewend geraakt aan een bijzondere lage volatiliteit. Maar als we over over een lange periode kijken, dan ligt de historische volatiliteit een stuk hoger.’
Menno Altena, eveneens investment strategist bij TKP Investments, vult aan: ‘Aandachtspunt voor ons is dat de Europese economie steeds meer signalen vertoont van een overgang naar een volgende fase in de cyclus. Dit zou op termijn kunnen leiden tot een recessie. Deze ontwikkeling in combinatie met de lage rente is een aandachtspunt en iets wat we nauwgezet volgen.’
Dynamische renteafdekking
Want die lage rente heeft bij pensioenfondsen een negatief effect op de dekkingsgraad, als het renterisico van de verplichtingen niet volledig wordt afgedekt.
Altena: ‘Als gevolg van de rentedaling is de stijging van de swapportefeuille en obligatieportefeuille lager dan de stijging van de verplichtingen. Volatiele rente-ontwikkelingen zoals deze pleiten ons inziens dan ook voor een dynamische strategie voor het afdekken van het renterisico door middel van een rentestaffel. Hierbij wordt de rente-afdekking op vooraf vastgestelde renteniveaus aangepast. Over het algemeen betekent dit dat er minder renterisico wordt afgedekt bij relatief lage renteniveaus, en andersom bij hoge.’
Eensgezind zijn de beleggingsspecialisten over het feit dat die lage rente voorlopig niet meer weg te denken valt. ‘In de beginperiode werd nog wel gedacht dat de rente nu zodanig laag was, dat het niet anders kon dan dat deze ook wel weer omhoog zou gaan. Maar dat is nu niet meer aan de orde. De economische groei en de inflatie zijn gewoon laag en onder invloed van vergrijzing en technologische ontwikkelingen blijft dat ook nog wel even zo’, meent Dekker.
Lagere rendementen
Het bevestigt volgens Steverink de langetermijnvisie dat de rendementen op obligaties laag blijven en daarmee ook de rendementen op andere assetcategorieën. ‘Het extra risico dat je neemt ten opzichte van een staatsobligatie wordt beloond met een opslag. Hoewel die opslagen redelijk op peil blijven, is de uitgangspositie erg laag. Dat betekent dus dat het totaalrendement lager zal zijn dan in het verleden. Daar moet je je nu al op voorbereiden.’
‘Het is de basis van de discussie die nu al geruime tijd speelt, en polariserend is: pensioenvermogens zijn nog nooit zo groot geweest, maar indexatie is niet aan de orde. Met de huidige negatieve rente wordt de discrepantie tussen de omvang van het pensioenvermogen en het nakomen van de verplichtingen steeds groter.’