Dat de Europese Centrale Bank staatsleningen opkoopt, is voor Italië van levensbelang. ECB-president Mario Draghi zal er dus in elk geval mee door blijven gaan totdat er in Rome een nieuwe regering zetelt.
Het charmante van Italiaanse politici is dat ze gewoon zeggen wat ze willen. Was getekend André Szász, Nederlands grootste kenner van de euro, die begin dit jaar overleed. Oud-premier Mario Monti bewees het gelijk van Szász in de herfst van 2014 toen hij een toespraak hield op een beleggersconferentie in Rome.
Monti was slechts een jaar premier maar hij zorgde wel voor de ommekeer van de eurocrisis. Hij kwam aan de macht nadat Silvio Berlusconi was afgetreden, eind 2011. Berlusconi had niet alleen het vertrouwen verspeeld van beleggers, maar ook dat van Angela Merkel. Vermogensbeheerders dumpten Italiaanse staatsleningen.
Internationale banken gaven geen krediet meer aan Italiaanse banken. De economie stond op instorten. Monti moest de crisis bezweren, maar daarvoor had hij de ECB nodig.
Daarom overlegde hij met de Duitse bondskanselier en met de Franse president. Hij overtuigde hen ervan dat de ECB een politiek signaal moest geven. Dat kon de centrale bank echter alleen doen met rugdekking van de drie grootste lidstaten van de eurozone.
Monti kreeg zijn zin. En zo kon ECB-president Mario Draghi op 26 juli 2012 in een toespraak onomwonden zeggen dat de euro een politiek project was en dat beleggers niet moesten onderschatten hoeveel politiek kapitaal daarin was geïnvesteerd.
Als klap op de vuurpijl sprak hij de woorden die de Italiaanse premier wilde horen: ‘De ECB is bereid om alles te doen wat nodig is om de euro in stand te houden. En geloof me, dat zal genoeg zijn.’
Vanaf dat moment begon de rente op Italiaanse staatsleningen te dalen. Na het vertellen van deze heroïsche anekdote keek Monti met twinkelende ogen de zaal in. Capisce? Niet Draghi maar Monti was super Mario.
Toverformule
Sinds Draghi deze toverformule uitsprak, heeft de ECB allerlei maatregelen genomen om zwakke banken en overheden te steunen. De meest controversiële is het beleid van kwantitatieve verruiming dat in 2015 begon. Hoewel de ECB hierbij de staatsleningen van álle eurolanden koopt, is dit voor geen enkel land zo belangrijk als voor Italië.
Zo rekent Astellon Capital Partners in ‘Ciao a tutti’ voor dat de ECB over de periode 2014-2019 alle Italiaanse begrotingstekorten zal hebben gefinancierd. Tegelijkertijd maakt kwantitatieve verruiming een enorme kapitaalvlucht mogelijk. Buitenlandse beleggers en banken die hun staatsleningen aan de ECB verkopen, beleggen hun geld namelijk niet opnieuw in Italië maar stallen dit in het noorden.
Ook Italiaanse burgers doen mee met deze kapitaalvlucht, vooral sinds de Europese Unie bail-in-regels heeft opgesteld die overheden moeten naleven bij de redding van banken. Om te voorkomen dat de spreekwoordelijke belastingbetaler opdraait voor de kosten van zo’n redding, moeten obligatiehouders ook een steentje bijdragen. Als logische reactie hierop zijn Italiaanse belastingbetalers minder gaan investeren in hun banken.
Vroeger belegden Italianen graag in obligaties van hun lokale bank. Zij rekenden erop dat terugbetaling gegarandeerd was. Die tijd is voorbij, zoals een dramatische zelfmoord van een gepensioneerde liet zien, nadat hij zijn belegging van 100.000 euro in de Banca Etruria was kwijtgeraakt door de bail-in-regels. Inmiddels beleggen veel Italianen vooral in buitenlandse aandelen, buitenlands vastgoed en buitenlandse beleggingsfondsen.
Kortom, dankzij kwantitatieve verruiming krijgen Italiaanse burgers buitenlandse activa in bezit. In ruil daarvoor verwerft de ECB vorderingen op het Italiaanse bankwezen. Driemaal raden wie de beste deal sluit en de deal wordt elke maand beter voor Italië. Dat valt te zien aan de vorderingen en schulden die nationale centrale banken in de eurozone tegenover elkaar hebben.
Deze worden bijgehouden in het Target2-systeem voor het grensoverschrijdende betalingsverkeer. Italië staat inmiddels voor 350 miljard euro in het krijt, net als Spanje overigens. Duitsland heeft een vordering van ruim 800 miljard euro, Nederland van ruim 100 miljard euro.
Er is geen enkele druk op Italië om zich aan te passen. Toen Italië nog een eigen munt had, leidde kapitaalvlucht ofwel tot een koersdaling van de lire ofwel tot een verlies aan deviezenreserves. Hierdoor kwamen economische aanpassingen op gang die de concurrentiepositie en de groei verbeterden. Dankzij de euro en Target2 blijft een correctie uit en moddert Italië voort.
Voor de invoering van de euro devalueerde Italië de lire op gezette tijden waardoor de exportpositie gezond bleef. Sterker nog, tussen 1979 en 1998 groeide de Italiaanse industriële productie harder dan de Duitse. Ook gaven Italiaanse aandelen een hoger rendement dan Duitse aandelen. Sinds de invoering van de euro is de industriële productie juist 40 procent minder gegroeid dan in Duitsland. En van Italiaanse aandelen had je beter kunnen afblijven.
Met een reëel nationaal inkomen dat lager ligt dan in 2000 en een torenhoge jeugdwerkloosheid kampt Italië met een structureel probleem. Het gammele bankwezen is hiervan een symptoom. Ondertussen gist de onvrede onder Italianen. Vijf jaar na het vertrek van Monti hebben zij opnieuw een interim-kabinet omdat premier Renzi aftrad na een verloren referendum over grondwetswijzigingen. De Vijfsterrenbeweging en Lega Nord alsmede Forza Italia van Berlusconi claimden de overwinning. Geen van deze partijen is een fan van de euro.
Uiterlijk in mei 2018 kiest Italië een nieuwe regering. Uiterlijk vijf maanden eerder beslist de ECB over het wel of niet doorgaan met kwantitatieve verruiming. Economen die proberen te voorspellen wat de ECB gaat doen, menen dat de ECB het groeiherstel in de eurozone zal afwegen tegen de hardnekkig lage inflatie.
Wie echter beseft dat kwantitatieve verruiming het enige is wat Italië op de been houdt, en wat eurosceptische protestpartijen van de verkiezingsoverwinning kan afhouden, neemt dit argument van de lage inflatie niet serieus. Dankzij de openhartige Monti weten we dat de ECB politiek bedrijft.
En als de ECB alles doet om de euro in stand te houden, dan zal Mario Draghi in elk geval staatsleningen blijven kopen totdat in Rome een nieuwe regering zetelt.
Bruno de Haas is hoofd beleid en onderzoek bij Media Pensioen Diensten. Hij levert bijdragen aan het Fondsnieuws magazine. Hij doet dat op persoonlijke titel.