Europarlementariër Isabel Benjumea, rapporteur over de EU AIFMD en Ucits herzieningen. Foto: EP
unnamed-7.jpg

De Europese vermogensbeheersector heeft deze week zijn steun uitgesproken voor een wetgevingsvoorstel om vermogensbeheerders meer zeggenschap te geven over de toepassing van liquiditeitsbeheersinstrumenten (LMT’s) in tijden van marktstress. De beheerders, en niet de toezichthouders, zouden verantwoordelijk moeten zijn voor de besluitvorming over het gebruik van dergelijke instrumenten, aldus het voorstel.

Het gebruik van LMT’s komt in het bestaande financiële regelgevingskader van de EU grotendeels niet aan de orde. De gevolgen van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne voor fondsen die de afgelopen maanden in die regio hebben geïnvesteerd, hebben duidelijk gemaakt dat er betere regels nodig zijn voor het gebruik van liquiditeitsinstrumenten, zodat beheerders sneller kunnen omgaan met gestrande activa.

De European Fund and Asset Management Association, bekend als Efama, zei dat het een wetstekst steunt die is voorgesteld door de Spaanse christendemocratische Europarlementariër Isabel Benjumea, rapporteur voor de huidige herzieningen van de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (Alternative Investment Fund Manager Directive, AIFMD) en de Ucits-fondsen in de Commissie economische zaken van het Europees Parlement.

Taak voor beheerder

Benjumea heeft deze week een 72 pagina’s tellend commissieverslag ingediend over het wetgevingsvoorstel van de Europese Commissie om de beleggingskaders van de EU te verbeteren. In het verslag van Benjumea wordt uitgebreid ingegaan op het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer. ‘De beslissing over de primaire verantwoordelijkheid van instrumenten voor liquiditeitsbeheer is een taak voor de beheerder’, aldus Benjumea.

Efama, waartoe ook het Luxemburgse Alfi behoort, zegt dat het ‘er vast van overtuigd blijft dat de beslissing of en wanneer een bepaald liquiditeitsbeheersinstrument moet worden geactiveerd, een zaak van de vermogensbeheerder moet blijven en dat normatieve regels over wanneer een bepaald LMT mag worden geactiveerd - zoals bij een toekomstige gedelegeerde handeling - tegen elke prijs moeten worden vermeden om pro-cyclische effecten te voorkomen.’

‘Recente crises hebben aangetoond dat ze moeilijk te voorspellen zijn, ook wat de impact op beleggingsfondsen betreft’, aldus Tanguy Van de Werve, directeur-generaal van Efama. ‘Het zou schadelijk zijn voor de bescherming van beleggers en de financiële stabiliteit in het algemeen om te proberen de gefundeerde discretie van de vermogensbeheerder te vervangen door die van een externe partij.”

Rusland en Oekraïne

De onzekerheid over het gebruik van LMT’s werd de afgelopen maanden duidelijk, vooral in het geval van beleggingsfondsen met een aanzienlijke blootstelling aan Rusland en Oekraïne. Bij gebrek aan relevante EU-regelgeving hebben nationale toezichthoudende autoriteiten, zoals de CSSF in Luxemburg, hun eigen richtsnoeren voor het gebruik van deze instrumenten gegeven.

De CSSF heeft in april een reeks scheidingsopties geschetst om gestrande activa in Rusland te behandelen. Voor het eerst in de fondsenwetgeving van de Europese Unie onderschreef de CSSF het gebruik van “side-pockets”, waarbij de gestrande activa in een nieuwe subcategorie aandelen zouden worden gegroepeerd, een kenmerk uit de hedgefondssector dat niet in de EU-Ucits-richtlijn is opgenomen. De nationale toezichthouder van Luxemburg zei destijds te geloven dat de EU-autoriteiten deze optie niet zouden blokkeren vanwege “uitzonderlijke omstandigheden”.

‘De CSSF is van mening dat deze oplossing in overeenstemming is met … de Ucits-richtlijn, aangezien het nieuwe subfonds een andere Ucit zou zijn’, zei de nationale financiële toezichthouder van Luxemburg vorige maand in zijn acht pagina’s tellende leidraad.

Dit artikel is eerde verschenen op Investmentofficer.lu.

Gerelateerde artikelen op Investment Officer:

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No