‘Het is moeilijk om voorspellingen te doen, vooral over de toekomst’, zei de dit jaar overleden honkballegende Yogi Berra (foto) al eens. Wie daarover kan meepraten is Jim Cramer, auteur en presentator van CNBC’s Mad Money.
In april van dit jaar prees hij in een artikel op TheStreet.com 49 Amerikaanse aandelen aan die hij kwalificeerde als duidelijke winnaars, ‘no matter what’. Aandelen die dus overeind blijven als het even stormt op de beurs.
Om te testen hoe goed Cramers’ stockpicking-kwaliteiten werkelijk zijn, nam David England, een gepensioneerd hoogleraar aan de Universiteit van Illinois, de proef op de som. Van elke naam op Cramers’ kooplijst kocht hij voor 1000 dollar aan stukken.
Daarna daagde hij de beleggingsgoeroe uit voor een weddenschap. Zou hij na een halfjaar op winst staan, dan trakteerde hij Cramer op een etentje in een van de beste barbecuerestaurants van het land op 17th Street in Murphysboro. Omgekeerd zou Cramer betalen.
De laatste nam de ‘The Cramer Challenge’ echter nooit aan. Achteraf gezien maar beter ook, want ‘zijn’ aandelenportefeuille stond aan het eind van de periode onder water; tegen de correctie in het derde kwartaal waren zijn ‘top picks’ kennelijk niet bestand. Slechts 14 van de 49 aandelen stonden na die zes maanden nog in de plus.
England: ‘Het zat me dwars dat zo veel experts hun lijst met koopwaardige aandelen publiceren, maar dat je er vervolgens nooit meer iets over hoort. Het kopen van aandelen die op een lijstje staan is vaak een recept voor rampspoed.’
Patrick O’Shaughnessy, portefeuillebeheerder van de gelijknamige fondsbeheerder uit een stadje onder de rook van New York, denkt wel te weten waarom zoveel beleggers vertrouwen hebben in de voorspellende gaven van een ander. ‘Experts zijn surrogaatdenkers. Zij doen het denkwerk zodat jij het niet meer hoeft te doen.’
Halo-effect
Voorspellingen van beleggingsexperts zijn ook populair vanwege het halo-effect, vervolgt O’Shaughnessy, die behalve CFA-houder ook een universitaire graad in de filosofie heeft. ‘Hoe beter bekend, intelligenter, knapper of meer gerespecteerd een expert is, hoe meer vertrouwen we in hun voorspellingen hebben.’ Wat hem betreft zouden beleggers er beter aan doen dergelijke voorspellingen van experts compleet te negeren. De meeste komen namelijk niet uit.
De Amerikaanse portefeuillebeheerder verwijst op zijn blog naar verschillende onderzoeken. Zoals van CXO Advisory Group naar 6.582 voorspellingen van 68 verschillende beleggingsgoeroes tussen 1998 en 2012. Daaronder voorspellingen van bekende namen als Jeremy Grantham en Marc Faber.
Slotsom: gemiddeld kwam 47 procent van de voorspellingen uit. Andere onderzoeken komen tot vergelijkbare conclusies. Oftewel, met het opgooien van een muntje zou een belegger meer succes hebben.
Consensus cruciaal
Hebben de voorspellingen van assetmanagers en andere financiële experts dan geen enkele toegevoegde waarde? Toch zeker wel, zo kwam Eelco Ubbels van Alpha Reseach tot de ontdekking. De consensus speelt daarbij een cruciale rol.
De voormalig senior vermogensbeheerder van Petercam werd enkele jaren geleden geïnspireerd door een artikel van twee Amerikaanse universiteitsdocenten in The Washington Post. Die stelden dat wie de gemiddelde verwachting van een groep experts volgt, vaak bovengemiddelde resultaten boekt.
In het artikel wordt ook verwezen naar The Wisdom of Crowds, het in 2004 gepubliceerde boek van James Surowiecki waarin dit fenomeen breed wordt uitgemeten.
Met een door hemzelf ontwikkelde methodiek zette Ubbels drie jaar geleden de outlooks van ruim zestig fondshuizen om in beleggingsportefeuilles. Inmiddels kan hij zeggen dat het volgen van de gemiddelde beleggingsmix (waar de verwachtingen voor de verschillende beleggingscategorieën in zijn verwerkt) inderdaad tot een outperformance leidde, van in totaal 4,5 procent (exclusief transactiekosten).
Wel plaatst hij een belangrijke kanttekening. Fondshuizen blijken over het algemeen minder goed in de regioallocatie. Wie de doorsnee regioverdeling voor aandelen had aangehouden, zou bij de markt zijn achtergebleven.
‘Dit pleit misschien wel vóór een dynamische assetallocatie en tegelijk tegen actief beheer van aandelen’, aldus Ubbels. Welk fondshuis de afgelopen drie jaar de beste voorspellingen deed, wil hij nog niet prijsgeven.
O’Shaughnessy zegt in plaats van voorspellingen meer te vertrouwen op harde cijfers. Alle beleggingsstrategieën van het door zijn vader Jim opgerichte fondshuis met zo’n 5,6 miljard dollar onder beheer zijn dan ook op kwantitatieve leest geschoeid en staan beschreven in de bestseller What Works on Wall Street. ‘Natuurlijk zijn modellen niet perfect, maar ze kunnen veel helpen. Simpele modellen verslaan bijna altijd de expert die voorspellingen maken.’
Enkele van de modellen die zich volgens O’Shaughnessy vrij goed bewezen hebben, zijn de voor de cyclus aangepaste koers-winstverhouding (Shiller P/E), de zevenjaarsvoorspelllingen van GMO op basis van simpele principes als koersen die altijd terugkeren naar historische gemiddelden (‘mean reversion’), aandelenfactoren als waarde en momentum, en Altman’s Z-score voor faillissementen.
Essentieel bij modelmatig beleggen is wel dat beleggers het te allen tijde consistent blijven uitoefenen. ‘Het is altijd zeer verleidelijk om een model te verlaten als het door een onvermijdelijke periode van achterblijvende resultaten gaat, maar dat is het slechtste wat je kunt doen.’
Dit artikel is gepubliceerd in het Fondsnieuws-magazine van 25 november.