mangroup_ellis_luke.jpg

De rendementen zijn minder spectaculair en de inkomsten meer voorspelbaar. Hedgefondsen zijn de afgelopen jaren steeds ‘normaler’ geworden, zegt Luke Ellis, leidinggevende bij het Britse hedgefonds Man.

 Het beursgenoteerde Man, een van de grootste ter wereld, is een goed voorbeeld van de ontwikkeling die de hedgefondsensector doormaakt. Man zag het vermogen onder beheer de afgelopen vijf jaar krimpen van 80 miljard dollar naar ruim 53 miljard dollar.  In 2011 verloor het ruim 60 procent van zijn beurswaarde, het jaar erna zakte de koers 36 procent.

Pas in het derde kwartaal van dit jaar kon het fonds, onder leiding van de nieuwe bestuursvoorzitter Emmanuel Roman, een vriend van Ellis, weer nieuwe instroom van geld noteren.
Er wordt gesproken van een crisis bij hedgefondsen. Is dat terecht?
‘Het interessante is dat hedgefondsen meer geld beheren dan ooit. Daarom voelt het niet als een crisis. Er heeft wel een verschuiving opgetreden: voor de val van Lehman bestond twee derde van onze klanten uit vermogende particulieren. Nu is 70 procent van het vermogen dat we beheren afkomstig van pensioenfondsen en staatsfondsen.
 
Deze verandering heeft een grote invloed gehad op de sector.’
De hefboom van de fondsen is kleiner dan ooit.
‘Ja. Een hedgefonds met een “convertible arbitragestrategie” (waarbij wordt ingespeeld op koersdiscrepanties van converteerbare obligaties of preferente aandelen, red.) zou in de jaren voor de val van Lehman makkelijk een hefboom van vijf hebben gebruikt.
 
Zo’n grote hefboom kan nu niet meer. Twee of hoogstens tweeënhalf is de norm, drie is uitzonderlijk.’
Hoe komt dat?
‘voor 2008 dachten we dat centrale banken een centrale speler als Lehman Brothers niet failliet zouden laten gaan. Nu weten we beter.
Wie de val van Lehman heeft meegemaakt, wil zoiets niet nog een keer meemaken. Dus houden we de hefboom kleiner.’
Toch blijven hedgefondsen voor veel institutionele partijen vooral een manier om meer risico te nemen.
‘Het is geen groter, maar een ander risico dan een regulier aandelenfonds.
Een typisch hedgefonds dat in aandelen belegt, zit 100 procent “long” en 50 procent “short”, met een hefboom van 0,5. Dat is minder risicovol, maar het heeft wel een grotere hefboom dan een beleggingsfonds dat 100 procent long zit.’
 
Met een kleinere hefboom is de winst ook kleiner. Zijn hedgefondsen hun hoge kosten nog waard?
‘De reden dat beleggers meer betalen voor hedgefondsen is dat ze een ander rendement opleveren dan de aandelenbeurzen of obligatiemarkten. Het is rendement gebaseerd op de vaardigheid van de manager. Dat is een heel andere bron van rendement dan de risicopremie op aandelen.
Dat verschil is belangrijk: “pure alpha” (het rendement dat de manager toevoegt aan de portefeuille, red.) is een vrij zeldzame, maar zeer waardevolle bron van rendement. De resultaten van hedgefondsen moeten afwijken van de markt. Als een fonds 6 of 8 procent alpha oplevert, is 2 procent beheervergoeding plus 20 procent over het rendement een goede prijs.’
 
De sector claimt transparanter te zijn. Klopt dat?
‘Ja. In het algemeen is er meer transparantie dan in 2008, onder meer op verzoek van grote pensioenbeleggers.
Het probleem is alleen dat veel partijen geen idee hebben wat ze met die transparantie aan moeten. Meer inzicht is prima, maar dan moet je wel weten wat je ermee doet. Veel informatie wordt nooit bekeken. Wat is transparantie zonder die te gebruiken?’
 
Copyright: Het Financieele Dagblad, 27 december 2013 
 
 
Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No