Het Noorse staatsfonds heeft over 2017 een rendement van 13,7 procent geboekt op zijn beleggingen. Omgerekend naar euro’s bij de wisselkoers van dinsdagmiddag komt dat neer op een plus van 107 miljard euro.
Dat blijkt uit het dinsdag gepubliceerde jaarverslag van het Statens pensjonsfond utland, in Noorwegen doorgaans het Oliefonds genoemd.
Met een fondsvermogen van 880 miljard euro per 31 december 2017 is het het grootste staatsfonds ter wereld. Dinsdag was de marktwaarde van het fonds volgens de eigen website 856 miljard euro.
Allocatie
De oliebaten van Noorwegen worden door Norges Bank Investment Management belegd in aandelen (66,6 procent), obligaties (30,8 procent) en vastgoed (2,6 procent). In 2017 kende het fonds een netto uitstroom na kosten van 7 miljard euro, tegen een gemiddelde instroom van 16 miljard euro sinds de oprichting in 1998.
Het Oliefonds heeft de nodige invloed op de internationale aandelenmarkten. Zo bezit het gemiddeld 1,4 procent van alle beursgenoteerde bedrijven ter wereld, en 2,4 procent van alle Europese beursgenoteerde bedrijven. In totaal had het eind 2017 belangen in 9146 bedrijven uit 72 landen.
In november bracht het fonds de markten kortstondig in beroering met het voornemen om uit beleggingen in de olie- en gasindustrie te stappen. Eind 2017 zat 5,6 procent van de aandelenbeleggingen van het fonds in deze sector. Doel is om risico’s te spreiden, aangezien de instroom van het fonds zelf ook al uit oliebaten komt.
Beloningen
In het jaarverslag onderstreept het Oliefonds nog eens dat het een uitgesproken visie heeft op bestuurdersbeloningen. Die zouden gericht moeten zijn op de lange termijn. In november zei NBIM-topman Yngve Slyngstad (foto), die zelf überhaupt geen bonus ontvangt, tegen Bloomberg dat het fonds steeds vaker tegen beloningsvoorstellen stemt.
Voor het Oliefonds was 2017 een recordjaar wat fondsvermogen betreft. Eind april doorbrak het de grens van 8000 miljard Noorse kronen, en in september werd de stand van 1000 miljard dollar voor het eerst bereikt.