
Zelf een bewaarinstelling oprichten, uit onvrede met de dienstverlening van depotbanken: zelfstandige vermogensbeheerders doen dat in toenemende mate. Deze ‘beleggersgiro’, een oer-Nederlandse vorm die de AFM een paar jaar geleden nog probeerde af te schaffen, is aan een revival begonnen.
NNEK, Wijs & Van Oostveen, Optimix: het zijn maar een paar voorbeelden van vermogensbeheerders die een beleggersgiro hebben opgericht om voor hun eigen klanten de bewaardiensten goed te regelen. De lijst wordt momenteel langer, zegt Frank ´t Hart, advocaat bij Hart Advocaten. Enkele jaren geleden procedeerde hij voor twee cliënten tot aan de Hoge Raad over de btw-plichtigheid van deze bewaarinstellingen, met als uitkomst dat ze nu vrijgesteld zijn van btw. ‘Maar dat is slechts een van de voordelen van een beleggersgiro. We zien nu vooral partijen die niet tevreden zijn over het customer-duediligencebeleid of de dienstverlening door depotbanken en daarom besluiten het heft in eigen hand te nemen.’ ‘t Hart schat dat momenteel vijftien tot twintig partijen over een beleggersgiro beschikken. ‘En dat worden er weer meer.’
‘Weer’, want deze vorm van vermogensscheiding en beleggingen administreren - die nu officieel een stichting bewaarinstelling heet - stamt uit de jaren negentig en was toen populair. Met het voortschrijden van de Europese harmonisering van regelgeving werd deze oer-Nederlandse vorm volgens de toezichthouder echter een probleem. Wat is de status van de beleggersgiro onder Mifid, bijvoorbeeld? En was de juridische bescherming van cliënten in zo’n bewaarinstelling wel net zo sterk als in de vergelijkbare uniforme Europese entiteiten?
Naam veranderd
De AFM deed op grond van dergelijke vragen in 2015 onderzoek naar de mogelijkheid de beleggersgiro af te schaffen. Na een consultatie keerde de toezichthouder echter terug op zijn schreden. Alles bleef bij het oude, alleen zou de AFM partijen gaan aanmoedigen de overstap te maken naar ‘Wge-conforme bewaring’. En veranderde de naam in bewaarinstelling.
Zoals bekend ontstond de afgelopen twee jaar onrust over de dienstverlening van depotbanken, die Wge-conform zou moeten zijn. Die onrust culmineerde twee maanden geleden in het besluit van de AFM om Saxo Bank een boete van in totaal 1,6 miljoen euro op te leggen ‘voor gebrekkige vermogensscheiding en onzorgvuldige klantbehandeling’. Meerdere zelfstandige vermogensbeheerders overwegen daardoor (weer) een ‘eigen’ beleggersgiro op te richten, zeggen betrokkenen.
Onboarding
Wijs & Van Oostveen deed dat enkele jaren geleden. Directeur Steven Sarphatie vond de schaal van zijn onderneming (12.000 klanten) daarvoor groot genoeg. ‘Je hebt vervolgens nog wel een depotbank nodig, maar alleen voor die ene rekening van de stichting’, aldus Sarphatie. ‘De bank hoeft dus maar voor één klant - de stichting - een customer due diligence uit te voeren. Dat is een heel ander plaatje dan met vier depotbanken zaken moeten doen die elk voor duizenden klanten, met telkens weer andere eisen en voorwaarden, het onboarding-proces moeten doorlopen.’ In plaats daarvan bepaalt Wijs & Van Oostveen nu helemaal zelf hoe de customer due diligence wordt uitgevoerd, en dat is een uniform proces.
Een ander voordeel van de beleggersgiro is de mogelijkheid om klanten toe te laten die met (kleine) bedragen willen beleggen, in plaats van in individuele aandelen, obligaties of fondsen. Sarphatie: ‘Bijvoorbeeld het klantsegment dat honderd euro per maand wil storten om te beleggen. Zeer relevant voor de onderkant van de markt en dat proces verloopt met een beleggersgiro veel makkelijker.’
Reputatie
Geen btw, een uniforme onboarding, beleggen in bedragen, en minder afhankelijkheid van de kwaliteit van de dienstverlening van depotbanken: Frank ‘t Hart zegt wel te snappen waarom meer zelfstandige vermogensbeheerders een stichting beleggersgiro oprichten. ‘Ik hoor het telkens weer terug: laten we het dan maar zelf doen. Het gaat per slot van rekening ook om je eigen reputatie. Want juridisch is de depotbank uiteraard verantwoordelijk als daar iets misgaat. Maar jij zult dat nog steeds zelf aan je klant moeten uitleggen.’
Schaal
‘Wij herkennen deze trend naar het oprichten van een beleggersgiro’, zegt Frank Wuring, bij Caceis Nederland verantwoordelijk voor business development voor banken en wealth managerss. Caceis richt zich met name op de grotere vermogensbeheerders, met diensten als bewaring van effecten, toegang tot beurzen en uitvoering van (beleggings)administraties. Het gaat dan bijvoorbeeld over de partijen die ook eigen beleggingsfondsen hebben.
Het administreren van (individuele) klantrekeningen heeft niet de focus. En dat is niet voor niets. ‘Die onderliggende tripartite-rekeningen aanhouden is een zeer arbeidsintensieve activtieit, zeker op kleine schaal’, aldus Wuring. ‘Natuurlijk willen wij graag vermogensbeheerders ontzorgen, zodat ze zich kunnen richten op hun kerntaak - beleggen voor klanten - maar op dit vlak kunnen wij niet voldoende toegevoegde waarde leveren. Wij opereren in de wholesalemarkt.’
Toch herkent ook Wuring de problemen bij vermogensbeheerders die willen overstappen naar bijvoorbeeld fondsstructuren: ‘Dat is veel gedoe, en de kosten kunnen hoog zijn.’ Wellicht kan de consolidatietrend uitkomst bieden, denkt hij. ‘Dit soort problemen is goed op te lossen als de schaal maar groot genoeg is. Dan kun je investeren. En wij zien dat ook wel gebeuren: de onderkant van de markt schuift in elkaar.’