Jan Longeval stelt in onderstaande opiniebijdrage aan Investment Officer dat we aan de vooravond staan van een wereldwijd pyramidespel: ‘bereid u voor op morgen, doe als China en beleg in goud.’
Volgens het laatste rapport van het International Institute of Finance bedraagt de wereldwijde schuldenberg maar liefst 244.000 miljard dollar. Dit is meer dan drie keer het wereldwijde bbp. En dat cijfer houdt niet eens rekening met de niet officiële schulden. Overheden, goed (of beter, slecht) voor 65.000 miljard dollar aan schulden, voeren immers geen boekhouding volgens de normen van toepassing op privé bedrijven. De overheden hebben enkel een kasregister, de ‘lopende rekening’ van de begroting.
De lopende ontvangsten min de lopende uitgaven vormen het saldo op de begroting, waarop alle focus is gericht. De uitstaande overheidsschuld geef enkel de nominale waar de weer van de obligaties die de overheid heeft uitgegeven. Er wordt echter geen rekening gehouden met de toekomstige financiële verplichtingen uit overheidspensioenen en de kosten van de gezondheidszorg, die ook een schuld vertegenwoordigen. Door de vergrijzing zullen deze kosten trouwens enorm oplopen.
Zo gaat bijvoorbeeld vandaag de dag al meer dan de helft van de kosten van de gezondheidszorg naar mensen boven de tachtig. Indien de overheden deze impliciete schulden zouden opnemen in hun boekhouding, dan zou de totale overheidsschuld een veelvoud zijn van de officiële. In België zou de overheidsschuld 600% van het bbp bedragen, in het sociaal genereuze Luxemburg zelfs meer dan 1000%. Wereldwijd zijn er helaas geen cijfers beschikbaar, maar we kunnen aannemen dat de impliciete schuldenberg ruim 400.000 miljard dollar overstijgt, een cijfer om muisstil bij te worden. Het lijkt op een gigantisch globaal piramidespel.
Gouden Standaard
De funderingen van deze piramide werden gelegd in 1971, toen Amerika de Gouden Standaard opzegde. In de voorgaande jaren, en in een goed deel van de negentiende eeuw, werd het geld uitgegeven door de overheid gewaarborgd door een bepaalde hoeveelheid
goud. Dit noopte de overheid tot monetaire discipline. Door het wegvallen van de Gouden Standaard konden de overheden alle remmen losgooien. De geldpersen konden immers voortaan ongehinderd draaien. De kwantitatieve versoepeling van de voorbije tien jaar, waarbij de centrale banken vrolijk de uitstaande overheidsschuld opkopen door geld vers van de pers, is er een uitloper van. Goud kwam in de verdrukking en de overheid heeft zelfs een wettelijk kader gecreëerd dat beleggen in goud bemoeilijkt.
In de meeste beleggingsfondsen en beleggingsportefeuilles van privéklanten en institutionele klanten is direct en indirect beleggen in goud verboden. Beleggers zijn aangewezen op eerder zeldzame specifieke financiële instrumenten die achterliggend in
goud beleggen. Het is de wereld op zijn kop. Je kan je ook afvragen waarom. Goud wordt al meer dan vijfduizend jaar als een ‘store of value’ gebruikt. Dat kan van geen enkele munt gezegd worden.
De geschiedenis leert dat nagenoeg alle munten vroeg of laat hun waarde totaal verliezen. Wat sterk is vandaag, is het vroeger niet altijd geweest. Duitsland blaakt van gezondheid, maar het was ooit anders. In 1923 bedroeg de inflatie in Duitsland 11.634.000.000.000%.
Een twijfelachtig record, later weliswaar verslagen door het al even twijfelachtige Zimbabwe. En wat sterk is vandaag, zal het later ook niet altijd zijn. Het loslaten van de Gouden Standaard heeft de hegemonie van de dollar als spil van het globale financiële systeem ver sterkt, maar sommige partijen bereiden zich voor op een nieuwe realiteit waarin het belang van de dollar zal vervagen. China en Rusland bijvoorbeeld zijn volop hun goudreserves aan het versterken. In een wereld zonder monetaire discipline doet een belegger er goed aan hun voorbeeld te volgen.
Jan Longeval is oprichter van Kounselor Consulting en adjunct-professor aan de Vlerick Business School.