De pensioenfondsen in Nederland hebben een uitstekend kwartaal achter de rug. De rendementen waren bovengemiddeld, maar dat heeft nauwelijks geholpen om de dekkingsgraad te verbeteren. Kortingen op pensioenen komen dichterbij. De ruim 200 pensioenfondsen verdienden samen 18 miljard euro.
De twee grootste pensioenfondsen in Nederland behaalden rendementen van 8 procent en meer. Zo kon ABP zijn deelnemers een kwartaalrendement laten zien van 8,2 procent en PFZW bracht het zelfs tot 8,5 procent. Daarmee kwam hun pensioenvermogen ultimo maart op respectievelijk 431 miljard euro en 217 miljard euro.
De metaalfondsen PMT en PME en BpfBouw boekten kwartaalresultaten van 7,5, en 7,8 procent en in het geval van BpfBouw van 8,1 procent.
Indrukwekkend was vooral het rendement dat op aandelen werd geboekt. ABP sloot het kwartaal af met een winst van 14,2 procent. Aandelen uit ontwikkelde- en opkomende markten waren goed voor respectievelijk 14,3 en 13,9 procent. Andere, kleinere fondsen behaalden vergelijkbare rendementen.
Private equity was bij ABP goed voor een rendement van 3 procent, bij PFZW was dat 1,5 procent. Infrastructuur leverde bij beide fondsen respectievelijk 2,9 en 0,1 procent aan rendement op. Hedgefondsen leverden 1,6 procent in het afgelopen kwartaal bij ABP op, terwij hypotheken bij PFZW 1,3 procent in waarde stegen.
Door de daling van de rente zorgden ook vastrentende waarden nu voor goede rendementen: bij ABP was het totaalresultaat over de afgelopen drie maanden 3,9 procent. Vooral lange staatsobligaties en schulden opkomende landen droegen sterk bij: respectievelijk 5,4 procent en 6,6 procent. PFZW noemde een positief resultaat van 1,7 procent, waaronder een winst van 3,3 procent op staatsobligaties en een verlies van 19,4 procent op inflatie-gerelateerde obligaties.
De best presterende beleggingscategorie waren grondstoffen dankzij stijgende olieprijzen. ABP en PFZW en ABP maakten hierop winsten van respectievelijk 15,8 procent en 24,2 procent. ABP verloor per saldo 0,1 procent op zijn gecombineerde afdekking van rente-, valuta- en inflatierisico.
Ondanks de uitstekende beleggingsresultaten bleven de dekkingsgraden rond de 100 procent hangen, waardoor kortingen dreigen.
De metaalfondsen PM en PMT, die ook goed gepresteerd hebben in de afgelopen drie maanden, moeten eind dit jaar een gemiddelde dekkingsgraad hebben van 104,3 of hoger. Als dat niet lukt, moeten zijn - conform de huidige regels - met ingang van volgend jaar korten. Voor ABP en PFZW speelt dit in 2021.