De kosten voor vermogensbeheer bij pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) zijn vorig jaar gestegen. Dat komt onder meer doordat het fonds meer kwijt was aan prestatievergoedingen voor externe fondsmanagers. En doordat er meer in categorieën met hoge kosten wordt belegd, zoals infrastructuur.
Dat blijkt uit het dinsdag gepubliceerde jaarverslag over 2017. PFZW, het op een na grootste pensioenfonds van Nederland, was vorig jaar in totaal ruim 920 miljoen euro kwijt, tegen ruim 800 miljoen euro in 2016. Daarvan ging 382 miljoen euro naar prestatievergoedingen. Een jaar eerder was dat 273 miljoen euro.
Ook uitgedrukt als percentage van het vermogen van circa 190 miljard euro stegen de kosten van 0,46 procent naar 0,49 procent. De afgelopen jaren daalden de vermogensbeheerkosten van PFZW juist. Het fonds streeft ernaar onder de 0,50 procent te blijven, dat is gelukt.
De kosten voor de uitvoering van de pensioenen (het administreren en uitkeren) zijn wel gedaald, naar €64,90 per deelnemer, door de stijging van het aantal deelnemers. PFZW is het eerste grote fonds dat met het jaarverslag over 2017 komt.
Private equity
PFZW betaalt prestatievergoedingen aan externe beleggers, vaak Amerikaanse of Britse partijen, wanneer zij een rendement halen boven een van tevoren afgesproken niveau. Afgelopen jaar was dat volgens PFZW met name het geval bij beleggers in private equity en in niet-beursgenoteerd vastgoed.
Opvallend is dat er hogere prestatievergoedingen worden betaald, terwijl het rendement van deze beleggingscategorieën niet hoger, of zelfs fors lager was dan in 2016. Volgens PFZW komt dit doordat een aantal beheerders binnen zo’n categorie het uitzonderlijk veel beter deed dan de rest.
Op beleggingen in private equity behaalde het fonds in 2017 een rendement van 14,1 procent, een half procentpunt lager dan het jaar daar voor. Maar de prestatievergoeding steeg met ruim 80 miljoen euro naar 327,6 miljoen euro. Op privaat vastgoed werd een rendement geboekt van slechts 2,9 procent. In 2016 was dat 9,4 procent. Terwijl de prestatievergoeding met ruim 20 miljoen euro steeg naar 33 miljoen euro.
Kritiek
Pensioenfondsen krijgen regelmatig kritiek op prestatievergoedingen aan externe managers. Toch kiezen met name de grotere pensioenfondsen vaker voor duurdere beleggingscategorieën als private equity en hedgefondsen, waar dit soort vergoedingen gebruikelijk zijn. Zij verwachten daardoor op termijn hogere rendementen te boeken.
PFZW schrijft in het jaarverslag dat het rekening houdt met de kosten bij het kiezen van beleggingen, maar ‘aanpassing van de beleggingsmix omwille van de kosten is geen doel op zich’. Het afgelopen jaar is het pensioenfonds juist meer gaan beleggen op private markten, dat wil zeggen buiten beurzen, ondanks dat de kosten dan doorgaans hoger zijn.
Het percentage dat PFZW belegt op private markten steeg van 20 procent naar ongeveer 22 procent van de portefeuille. Zo is het deel van het vermogen dat in infrastructuur wordt belegd gestegen naar 3,7 procent, van 3,3 procent in 2016. In bedrijfsobligaties belegt het fonds minder, terwijl dat relatief lagere kosten meebrengt.
Copyright: Het Financieele Dagblad, 25 april 2018