Momenteel overheerst het optimisme ten aanzien van opkomende markten, maar dat zou snel kunnen omslaan, waarschuwt het Britse economische adviesbureau Llewellyn Consulting.
Want het is goed denkbaar dat de volgende wereldwijde recessie daar begint.
In het rapport ‘Friction in financials: Old habits die hard’, noemt het bureau meerdere redenen tot bezorgdheid. Zo zijn in verschillende landen de kredietgroei en huizenprijzen te hard gestegen ten opzichte van de groei van de economie. In een aantal landen dreigt zelfs een financiële crisis, waarbij vooral in China het dreigingsgevaar groot is.
Misschien wel de beste indicator daarvoor is de ‘credit-to-GDP’ gap. Een credit gap van 10 procent is een sterke aanwijzing voor een crisis binnen drie jaar. Turkije (7,2 procent), Indonesië (9,3 procent), Maleisië (9,7 procent) en Mexico (9,0 procent) zitten daar allen dicht tegen aan.
De grootste gaps bestaan echter in Hongkong (30,3 procent), China (24,6 procent) en Singapore (22 procent). Grote credit gaps gelden ook als bewijsvoering voor excessen in de vastgoedmarkt, en in opkomende markten zijn in reële termen de prijzen van vastgoed nu zo’n 30 procent hoger dan tijdens de wereldwijde financiële crisis.
Optimisten, zo vervolgt Llewellyn Consulting, stellen dat opkomende markten tegenwoordig beter beschermd zijn tegen een abrupt einde van de kapitaalinstroom. Omdat de wisselkoersen nu vaker flexibel zijn, en de tekorten op de begrotingen zijn teruggedrongen.
Toch zijn de tekorten in Argentinië, Zuid-Afrika, Turkije en Egypte ‘zorgelijk’. En hoewel veel landen omvangrijke buitenlandse valutareserves hebben opgebouwd, zijn die van sommige landen rap aan het slinken. De reserves van olie exporterende landen zijn zelfs gedaald tot het laagste niveau in tien jaar.
De kwetsbaarheid van opkomende markten wordt verergerd doordat een groot deel van de uitgegeven schuld in handen is van buitenlandse beleggers en in overvloedige mate nieuw schuldpapier wordt uitgegeven dat gedenomineerd is in buitenlandse valuta.
Op dit moment is zo’n 25 procent van emerging market debt (EMD) in handen van buitenlandse beleggers, terwijl in 2016 het schuldpapier in buitenlandse valuta zo’n 12 procent van het bbp bedroeg, tegen 10 procent in 2007. Een verontrustende stijging, zij het nog onder het niveau van 18 procent voorafgaand aan de Azië-crisis in 1997.
Giftige cocktail
EMD in dollars speelde vaak een belangrijke rol in crises in opkomende markten, brengt het bureau in herinnering. Vooral de combinatie van depreciërende valuta vis-à-vis de dollar en een stijgende rente in de VS bleek daarbij een ‘bijzonder giftige cocktail’.
Voor de rest van de wereld is het gevaar van een ‘financieel trauma’ in opkomende markten alleen maar toegenomen. Ze vertegenwoordigen bijna 60 procent van het wereldwijde bbp, 36 procent van de wereldwijde export en 86 procent van de wereldwijde populatie. Sinds de financiële crisis bedroeg hun bijdrage aan de wereldwijde groei grofweg 80 procent.
Maar door de financiële globalisatie zijn ook de beurzen meer verstrengeld geraakt. 70 tot 80 procent van de rendementen op de aandelen- en valutamarkt in zowel de ontwikkelde als de opkomende markten zijn toe te schrijven aan internationale factoren.
‘Financiele spill-overs zijn de norm, niet de uitzondering. En er is bewijs van een groeiende impact van spill-overs vanuit opkomende marktaandelen en forex-markten. Tussen 30 en 40 procent van de variation in de rendementen in ontwikkelde en opkomende marktenaandelen in forex-fluctuaties kan nu toegeschreven worden aan de financiële markten in opkomende markten.’