Op de kop af 9 jaar geleden ging Lehman Brothers ten onder. Vanaf dat moment zetten Rutger Schimmelpenninck en Frédéric Verhoeven hun tanden in de failliete boedel van Lehman Brothers Treasury, de kapitaalstofzuiger van de bank. Reconstructie van een geslaagde speurtocht die bloed, zweet en tranen kostte.
In Amsterdam, op het kantoor van Houthoff Buruma, volgt mr. Rutger Schimmelpenninck de ontwikkelingen aan de andere kant van de Atlantische Oceaan met meer dan gemiddelde belangstelling: De surseance van betaling die Lehman Brothers op 15 september 2008 heeft aangevraagd, zal een hele lange staart krijgen, zo weet Schimmelpenninck, die in zijn loopbaan bekendheid heeft gekregen als curator van grote faillissementen, zoals Fokker, Van der Hoop Bankiers en DSB Bank.
Op basis van die verdiensten wordt hij door Het Financieele Dagblad de ‘Sherlock Holmes’ van de Lage Landen genoemd. Zijn adellijke titel heeft hij te danken aan Gerrit Schimmelpenninck, die in de negentiende eeuw de ministerraad zou voorzitten en tot minister van Staat en tot de adelstand zou worden verheven, nadat diens vader Rutger-Jan daarvoor nog kort als raadpensionaris in Nederland de dienst had uitgemaakt in naam van Napoleon Bonaparte.
Hij vraagt zich af hoe de Amerikanen na het vallen van Lehman Brothers de opruimwerkzaamheden zullen organiseren; een vraag die meer wordt dan interesse als hij al snel wordt verzocht om het curatorschap over het Nederlandse smaldeel van de bank op zich te nemen. Op vrijdag 19 september 2008 meldt hij zich als bewindvoerder in de surseance bij het kantoor van Lehman Brothers Treasury Co bv aan de Zuidas.
Failliet
De vertegenwoordigers van deze Lehman-dochter stellen in de periode die volgt dat er geen reden is voor faillissement. Ze zeggen dat er nog geld in kas is, althans de vennootschap rekent op een terugstorting van de fiscus van 9 miljoen euro. De rechter wijst dit verweer af en verklaart het bedrijf failliet.
Lehman Brothers Treasury Co bv heeft bijna 35 miljard dollar aan gestructureerde producten op de balans staan en een voor de curatoren dan nog onbekend aantal gedupeerde klanten. Aanvankelijk denkt de zeer ervaren Schimmelpenninck nog dat het business as usual zal zijn met een toegankelijke administratie in Amsterdam. ‘Maar heel snel kwam ik erachter dat het zeer complex was om achter de gegevens van het bedrijf te komen. De administratie was helemaal niet in Amsterdam, maar in Londen.’
Voor iedere inhoudelijke vraag moest hij naar werknemers in Londen of New York, waar weer andere curatoren het voor het zeggen hadden. ‘Het was alsof we in een oorlog waren beland. Overal vergelijkbare desoriëntatie, iedereen zat verlegen om informatie en tegelijkertijd hield iedereen zijn kaarten tegen de borst. De belangen liepen te sterk uiteen’, zegt Schimmelpenninck in een terugblik op wat de meest complexe casus uit zijn loopbaan zou worden.
Niets voorbereid
‘Vaak weet een bedrijf zich voor te bereiden op een faillissement. Dan ligt er een lijst klaar en zijn er plannen gemaakt voor een doorstart. Maar er was niets voorbereid. Door de mislukte reddingspoging in Amerika in het weekend van 13 en 14 september 2008 kwam het faillissement als een donderslag bij heldere hemel.’
Zijn decennialange ervaring komt Schimmelpenninck nu van pas. Hij formeert snel een team bij Houthoff Buruma en betrekt accountants van PwC in Nederland bij de aanstaande slag om de failliete boedel. ‘Ging een bank vroeger failliet, dan was het ook betrekkelijk eenvoudig. De effecten lagen in een kluis en het geld zat in de kas. Het was gewoon een kwestie van stukken en geld tellen. Nu zijn er uitsluitend computers. Dat maakt het heel kwetsbaar. Daarachter gaat een waanzinnige ingewikkelde juridische en financiële wereld schuil.’
Kantoor zonder personeel
Schimmelpenninck vliegt in de eerste weken na de ondergang van Lehman herhaaldelijk naar Londen, waar hij meerdere dagen in hotels doorbrengt. Het is nu zaak zo snel mogelijk zo veel mogelijk informatie te vergaren en inzicht te krijgen in de structuur en de geldstromen binnen de bank. Het Europese hoofdkantoor van de Amerikaanse zakenbank in de City is nog open. In de chaos van dat moment krijgen hij en zijn team aanvankelijk nog redelijk gemakkelijk toegang.
‘Met Lehman Brothers Treasury Co bv, eigenlijk niet meer dan een trustkantoor, hielden zich in Londen wel meer dan twintig mensen bezig. Een aantal van hen was nog op het kantoor, bezig met de afhandeling van diverse zaken. Ze waren behulpzaam. Later toen we het pand niet meer in konden komen, voerden we in het geheim gesprekken met ze in cafés en restaurants op Canary Wharf’, vertelt Schimmelpenninck in zijn kantoor aan de Zuidas.

Aan de hand van deze gesprekken is hij, samen met Frédéric Verhoeven (links op de foto) die in 2009 wordt aangesteld als medecurator, gaandeweg in staat om een schets te maken van het geïmplodeerde bedrijf en inzicht te krijgen in de structuur en de geldstromen van Lehman Brothers Treasury Co bv. Het bedrijf was een kantoor zonder werknemers, maar slechts met enkele bestuurders onder wie twee Nederlanders. Volgens het laatste jaarverslag uit 2007, stonden 3786 soorten gestructureerde leningen (notes) uit. De kasstroom bedroeg 11 miljard dollar, de balans meer dan 34 miljard dollar. Lehman Brothers Treasury Co bv was een schaduwbank, een kapitaalstofzuiger in de woorden van zijn critici.
Hierdoor hadden de gedupeerde klanten, naast een vordering op Lehman Brothers Treasury Co bv, ook een garantievordering op de Amerikaanse bank. Het Nederlandse dochterbedrijf waarvan Schimmelpenninck en Verhoeven curatoren waren (nu vereffenaars), is met een vordering van 35 miljard dollar zelfs de grootste schuldeiser van Lehman Brothers Holding Inc (LBHl).
Inzetten op windhandel
De notes die via de Nederlandse dochter werden verkocht, zijn ingewikkelde gestructureerde producten. Wie er een kocht, leende feitelijk geld aan het moederbedrijf van Lehman Brothers in Amerika. De waarde van die lening was echter gekoppeld aan andere financiële producten, zoals aan de koers van aandelen, valuta en grondstoffen. Je kon zelfs een note kopen die gekoppeld was aan de weersverwachting — een voorbeeld van de spreekwoordelijke ‘windhandel’ waarin Nederlandse beleggers voor het eerst in 1720 konden beleggen.
De klanten werden in het geval van Lehman gelokt met glimmende brochures. Helemaal aan het eind van deze flyers was in kleine lettertjes te lezen dat je ook de prospectus moest lezen — vaak meer dan 600 pagina’s dik. Dat deed natuurlijk vrijwel niemand, want de uitspraak ‘a real man never reads manuals’ geldt onverkort.
Zouden de kopers van de gestructureerde producten van Lehman dat wel hebben gedaan, dan hadden ze in ieder geval in koeienletters deze waarschuwing hebben kunnen lezen: ‘This instrument may not be sold in America’ — de Amerikaanse toezichthouder wist, anders dan de Europese of de Nederlandse toezichthouder, in ieder geval wél hoe gevaarlijk de Leh-man Notes voor onwetende eindklanten konden zijn.
Polderen zorgt voor doorbraak
De notes die Lehman Brothers verkocht, waren bijna allemaal synthetische producten. Kocht je bijvoorbeeld een note waarvan de waarde afhankelijk was van de koersontwikkeling van goud, dan belegde je niet in goud. Je belegde alleen in een vordering op Lehman, met het kredietrisico op Lehman, waarbij de pay-out afhankelijk was van de waardeontwikkeling van goud. Je werd aangemoedigd te speculeren op een koersstijging. Uitbetaling geschiedde pas aan het einde van de looptijd.
In de externe communicatie werd de marketingtaal gebezigd van ‘steepeners’ en ‘accelerators’, maar achter de coulissen was het taalgebruik een stuk minder bloemrijk. Zo waren er ‘worse-off producten’: bij een koppeling met een mandje van bijvoorbeeld vijf aandelen waarbij de koers van een van de aandelen met 20 procent daalde, ging de koers van het hele mandje opeens het slechtst presterende aandeel volgen. De producten werden doorgaans via tussenpersonen — banken en assetmanagers — aan hun klanten verkocht. Daar werd goed op verdiend: de bank kreeg bijvoorbeeld direct 2 procent van de totale inleg en daar bovenop een jaarlijkse commissie van 1 procent.
In Duitsland waren het vooral van oorsprong conservatieve financiële instellingen als de Sparkassen en de Landesbanken die deze producten aan hun clientèle verkochten. Het ging in Duitsland naar schatting om 100.000 klanten. Zij manifesteerden zich na het faillissement in verschillende steden in demonstraties. In Nederland zouden slechts vijfduizend klanten zich tot deze Lehman Notes laten verleiden, onder meer via vermogensbeheerders als Wijs & Van Oostveen.
Schimmelpenninck en zijn collega-curator Verhoeven probeerden deze kluwen van bijna 3800 verschillende gestructureerde producten en tienduizenden gedupeerde klanten te ontwarren door te werk te gaan volgens de beproefde methodiek van het Nederlandse poldermodel, waarvan de oorsprong teruggaat tot de zestiende eeuw toen zich in de Nederlanden al een sterke stedelijke cultuur had ontwikkeld.
‘Polderen’ betekent dat je van je relatieve zwakte een kracht maakt, wat mensen doorgaans doen als ze weten dat ze de macht niet hebben en het van samenwerking en consensus moeten hebben. ‘Wij kozen, zeker in het begin, voor een neutrale inzet, zodat iedereen bereid was iets in te leveren ten behoeve van een groter gezamenlijk doel. We wendden diplomatie aan en gingen psychologisch omzichtig te werk. Ja, dat was inderdaad ingebed in Nederlandse tradities en cultuur. Wij begonnen niet meteen over de inhoud. We probeerden vertrouwen te winnen door informatie te delen. Daarin was transparantie en openheid essentieel’, vertelt Schimmelpenninck.
Ruim 10 miljard dollar uitgekeerd
Als ‘prettig’ en ‘professioneel’ bestempelen de curatoren de relatie met de managers van overwegend Angelsaksische hedgefondsen, die het zogenoemde ‘distressed paper’ van banken en andere tussenpersonen in het begin opkochten, soms voor maar 10 procent van de inleg van de klant. Moeilijk was de positie van de Britten, die op ramkoers lagen — vooral tegenover de Amerikanen waarmee ze sinds de 18de-eeuwse onafhankelijkheidsstrijd een haat-liefdeverhouding hebben.
Zij gingen liever procederen dan samenwerken. Voor de curatoren in alle andere landen kwam schot in de zaak toen een Amerikaanse rechter, mede op basis van adviezen van de curatoren van de Nederlandse Lehman-entiteit, de belanghebbenden verplichtte tot samenwerking. Eens in de maand werd ergens in de wereld vergaderd onder voorzitterschap van Schimmelpenninck of van zijn uit Hongkong afkomstige collega. Daarnaast vond er iedere twee weken een conference call plaats. Altijd om twee uur ‘s middags, zodat ook collega’s uit New York en Tokio konden inbellen.
Uitkomst van het regelmatige overleg en van een proactieve aanpak in de VS was een in 2012 van kracht geworden akkoord bij de Amerikaanse moeder, waarna uitkeringen konden volgen door LBHI aan de Nederlandse dochter. Daarna volgde in 2013 ook een akkoord in Nederland en konden Schimmelpenninck en Verhoeven gaan uitkeren. Inmiddels hebben zij al ruim 10 miljard dollar uitgekeerd aan schuldeisers.
De gedeclareerde uren maken de complexiteit van deze zaak duidelijk: er is tot en met eind 2015 meer dan 30.000 uur in rekening gebracht, ongeveer 13 miljoen euro, over een periode van acht jaar. Curator Frédéric Verhoeven weerspreekt de kritiek op de hoge kosten: ‘Het is het goedkoopste faillissement uit de geschiedenis, want het gaat om ongeveer 0,1 procent van de uitbetaalde vorderingen.’
500 procent winst
De grote winnaars van het faillissement van Lehman Brothers zijn hedgefondsen geweest die kort na de ondergang van de bank op 15 september 2008 de ogenschijnlijk waardeloze Lehman-notes hebben opgekocht. Dat betaalde zich uit: zij maakten tot wel 500 procent winst op het ‘verstoorde schuldpapier’ — de sprinkhanen van de financiële markten weten als geen ander te profiteren van de onwrikbare wetten van hebzucht en angst: ‘buy low, sell high’.