De Italiaanse aandelenbeurs heeft sinds het vertrek van de hervormingsgezinde premier Matteo Renzi een inhaalslag gemaakt. De overgangsregering pakt problemen in de bankensector met nieuw elan aan.
De toonaangevende MIB-index van de beurs in Milaan is sinds eind november met meer dan 18 procent gestegen, beduidend meer dan zijn Europese evenknieën.
Geen chaos
Voor de verkiezingen waarschuwden verschillende marktvorsers nog voor chaos als Renzi zijn referendum over een grondwetswijziging zou verliezen. Zijn hervormingsagenda zou de ijskast in verdwijnen en de kwakkelende bankensector zou verder afglijden.
De interim-regering van Paolo Gentiloni, onder Renzi nog minister van Buitenlandse Zaken, heeft daarentegen een voortvarende start gemaakt met het orde op zaken stellen binnen de sector. Nog voor de kerst werd een omvangrijk steunpakket door het parlement geloodst.
Het pakket van 20 miljard euro, dat wel nog door de senaat moet worden geaccordeerd, moet private beleggers vertrouwen geven om ook weer geld te steken in de sector. Bij de grootste probleembank, Monte Dei Paschi, was overheidssteun niet te vermijden, maar voor andere, grotere banken is er goede hoop dat dit niet nodig zal zijn.
Zo heeft Banca Intesa dit jaar al een diep achtergestelde lening weten te plaatsen van 1,25 miljard euro. En ook Unicredit, de grootste bank van het land, meldt goede belangstelling van beleggers voor een claimemissie van 13 miljard euro.
In december verkocht laatstgenoemde nog de Britse asset manager Pioneer aan het Franse Amundi voor een bedrag van 3,55 miljard euro, waarmee de balans van Intesa versterkt kon worden.
Herstel vertrouwen
Deze berichten werkten mee aan het herstel van vertrouwen in de Italiaanse economie, waarover de laatste cijfers bemoedigend genoemd kunnen worden. Zo liep het renteverschil tussen Duitse en Italiaanse staatsobligaties zelfs met een half procent terug.
‘Als de enorm hoge werkloosheid van 11,9 procent straks begint te dalen, kan de markt een stuk minder bevreesd naar de Italiaanse verkiezingen gaan kijken’, schreeft Rabobank-obligatiespecialist Erik Schmahl in een bericht aan beleggers.
Een downgrade voor Italiaans staatspapier door de Canadese kredietbeoordelaar DBRS maakte deze week op de markten in ieder geval weinig indruk. Als laatste ratinghuis ontnam het Italië de A-status en verving deze voor BBB met stabiele vooruitzichten.
Italië, het meest met schulden belanden land van de eurozone, is dan ook nog meerdere treden verwijderd van junk-status. Pas dan zou het land echt een probleem hebben, omdat de obligaties in dat geval niet langer opgekocht kunnen worden door de Europese Centrale Bank (ECB), waar de Italiaan Mario Draghi de scepter zwaait.
En op het hoogste niveau in Europa is Italië sinds gisteren nog beter vertegenwoordigd. Antonio Tajani kwam uit de bus als nieuwe voorzitter van het Europees Parlement.