Drie kwart van de actief beheerde Nederlandse beleggingsfondsen heeft het slechter gedaan dan de markt, blijkt uit onderzoek.
Het gaat om een halfjaarlijks onderzoek van indexbouwer S&P, waarbij direct de aantekening gemaakt moet worden dat de prestaties van de fondsen worden afgezet tegen de S&P Netherlands BMI.
Deze index wordt voor zover bekend, door geen van de Nederlandse aandelenbeleggingsfondsen gebruikt als benchmark.
Het Kempen Orange Fund zet de prestaties bijvoorbeeld af tegen de GPR Dutch Small Cap index, terwijl het NN Dutch Fund zowel de AEX als de Midkap-index als referentie-index gebruikt.
Langs de meetlat
Die voetnoot daargelaten, luidt de conclusie van S&P dat 75 procent van de actief beheerde Nederland-aandelenfondsen het op jaarbasis slechter heeft gedaan dan de benchmark. Gemiddeld haalden de fondsen 5 procent minder rendement dan de S&P Netherlands BMI.
Op tienjaarsbasis heeft 94 procent van de Nederlandfondsen het slechter gedaan, en presteerden de fondsen per jaar gemiddeld 4 procent slechter dan de benchmark.
Landenfonds
In de industrie geldt al langer de kritiek dat het als landenfonds moeilijk is de benchmark te verslaan, doordat dit soort fondsen een lage active share hebben. Een landenindex bestaat doorgaan slechts uit een beperkt aantal aandelen, waardoor het moeilijk is om ver van de benchmarkt af te wijken.
NN IP nam enkele jaren geleden vanwege de achterblijvende rendementen diverse regio- en sectorfondsen op de schop. De hoeveelheid Nederlandse aandelenfondsen is dan ook stevig teruggelopen. Volgens S&P zijn er momenteel 8 fondsen die zich richten op de Nederlandse aandelenmarkt. Tien jaar geleden waren dat er nog 33.
Europa
Europese aandelenfondsen deden het in bijna de helft van de gevallen slechter dan de index (S&P Europe 350), in een jaar tijd. In tien jaar tijd deed 85 procent het slechter dan de index.
Wereldwijde aandelenfondsen - in euro’s - hebben vorig jaar in iets meer dan de helft van de gevallen slechter gepresteerd dan de benchmark.