Als een stermanager vertrekt kunnen beleggers hem of haar waarschijnlijk beter volgen, zo valt af te leiden uit de resultaten van het grootste onderzoek onder Britse beleggingsfondsen tot nu toe.
Beleggingsadviseurs zijn verdeeld over wat nou het verstandigst is wanneer een succesvolle manager zijn fonds verlaat. Blijven zitten, of overstappen?
In juli meldde Aegon UK op basis van eigen onderzoek nog dat negen op de elf populaire fondsen het beter dan de benchmark blijven doen nadat de manager was vertrokken. Dit suggereert dat het wijzer is om het fonds trouw te blijven.
Nieuw onderzoek wijst op het tegenovergestelde, zo meldt de Financial Times. Academici van de Cass Business School en de Universiteit van Nicosia keken naar 921 managerwisselingen tussen 1997 en 2011 en zagen de resultaten in de drie jaar daarop ‘significant’ verslechteren.
Van alle aandelenfondsen die een nieuwe manager kregen, behaalde de beste 10 procent een gemiddelde outperformance van 0,61 procent per maand in de drie jaar voorafgaand aan de wissel. Na de managerwissel zakte de performance echter vrijwel direct terug naar het niveau van de benchmark om daar de volgende drie jaar te blijven.
‘Je zou het kunnen interpreteren als dat deze mensen “skill” hebben en dat hebben meegenomen bij hun vertrek, dus kun je de manager evengoed volgen’, aldus Andrew Clare, hoogleraar asset management bij Cass.
Een van de bekendste stermanagers uit het Verenigd Koninkrijk is Neil Woodford (foto). Hij vertrok eerder dit jaar bij Invesco om voor zichzelf te beginnen. Veel beleggers volgden hem.
Meer achtergronden op fondsnieuws:
Stermanager Woodford haalt meeste geld op