Aandelen van grote oliebedrijven zoals Shell zijn al decennia de spreekwoordelijke hoeksteen van veel beleggingsportefeuilles. Maar met een ophanden zijnde energierevolutie is de vraag: voor hoe lang nog?
De eerste industriële revolutie vond plaats na de uitvinding van de stoommachine. De tweede industriële revolutie kan worden toegeschreven aan de verbrandingsmotor en aan elektrische communicatiemiddelen. Inmiddels staat de wereld aan de vooravond van weer een nieuw tijdperk, betoogt milieuactivist en politiek adviseur Jeremy Rifkin in zijn bestseller ‘The Third Industrial Revolution.’
Ditmaal is het de opkomst van duurzaam opgewekte energie in combinatie met internettechnologie die de wereld zal veranderen en de stagnerende wereldeconomie van een sterke impuls zal voorzien.
In de toekomst zullen mensen en bedrijven hun eigen groene energie produceren en dat met elkaar delen via het ‘energie-internet,’ voorspelt Rifkin. Als het aanbod de vraag overstijgt, wordt het overschot tijdelijk opgeslagen in de vorm van waterstof. Verspilling is daardoor nog slechts een herinnering aan het verleden. Vooral de transportsector zal dankzij batterijen de brandstofceltechnologie een grote transformatie ondergaan.
De huidige wereldeconomie die draait op olie en andere fossiele brandstoffen loopt ondertussen op zijn laatste benen, aldus Rifkin.
De derde industriële revolutie is bij Rolinco, het wereldwijde trendfonds van Robeco, al een belangrijk beleggingsthema. Fondsbeheerder Henk Grootveld belegt daarbij in bedrijven die de industriële revolutie mogelijk maken, zoals Keyence, een Japanse onderneming die sensoren maakt. Het Noorse staatsfonds, het grootste ter wereld, overweegt ondertussen al zijn beleggingen in olie-, gas- en steenkolenbedrijven – zo’n 10 procent van de portefeuille – te verkopen. Doen beleggers er verstandig aan om hetzelfde te doen?
Autobatterijen
Olie staat vol in de belangstelling van beleggers sinds de prijzen deze zomer in een glijvlucht zijn beland. Dit is het gevolg een sterke toename van de productie in Libië en de VS, terwijl de vraag naar olie minder snel groeit dan verwacht. Door de verdeeldheid binnen het oliekartel OPEC over de vraag of het de productie moet verlagen, is het moelijk te zeggen of er op korte termijn herstel zal optreden. Voor de langere termijn echter lijkt olie als belegging aan aantrekkelijkheid te heb- ben ingeboet.
Dat heeft alles te maken met de technologische vooruitgang. ‘De schaal, omvang en snelheid van technologische ontwikkelingen zijn ongekend,’ zegt David Donora, hoofd grondstoffen bij Threadneedle Investments. ‘Dit zal alleen maar verder toenemen.’
Een goed voorbeeld vindt hij de ontwikkeling van batterijen voor een P(H)EV, de afkorting voor een elektrische auto, ofwel ‘plug-in (hybrid) electric vehicle.’ De productiekosten van autobatterijen dalen gestaag, terwijl de capaciteit steeds groter wordt. ‘De batterij kan inmiddels bijna concurreren met de brandstofmotor. Je ziet nu dan ook al de verkoop van elektrische auto’s exponentieel groeien.’
De prijsdaling wordt nog eens versneld door het opschalen van de productie, zegt Donora. Tesla heeft aangekondigd met Panasonic ’s werelds eerste ‘gigafabriek’ voor batterijen te zullen bouwen in Nevada. Ook onder meer Samsung SDI, Toshiba en LG Chem hebben soortgelijke plannen.
De Zwitserse bank UBS schat dat autobatterijen tegen 2020 de helft goedkoper zullen zijn en dat één op de tien nieuw verkochte auto’s een elektrische is.
Doorbraak
Mogelijk dat die voorspelling eerder uitkomt dankzij een begin deze maand gepresenteerde batterij van Qichao Hu, oprichter van SolidEnergy, en hoogleraar Donald Sadoway van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology. Zij claimen dat hun lithiumbatterij de actieradius verdrievoudigt, terwijl de productiekosten ‘significant’ lager zijn.
Overigens zal de elektrische auto moeten gaan opboksen tegen de waterstofauto, waarvan het Japanse Toyota volgend jaar de eerste op de markt brengt.
Technologische ontwikkelingen staan ook aan de basis van de opmars van duurzaam geproduceerde energie. Citibank verklaarde eerder dit jaar dat ‘Het tijdperk van de duurzame energie’ is begonnen. In sommige regio’s in de VS kan duurzame energie al concurreren met conventioneel geproduceerde energie. Aan het eind van dit decennium, zo schat de Amerikaanse bank, zal zonne-energie zelfs onder de prijs van het in de VS in overvloed aanwezige en daarom spotgoedkope aardgas duiken.
Citi beschouwt aardgas – dat in toenemende mate steenkool vervangt voor de opwekking van energie en aandelen van bedrijven als Peabody Energy Corporation naar dieptepunten stuurt – dan ook slechts als een ‘overgangsbrandstof’ om uiteindelijk te worden ingehaald door duurzame energie.
Schalierevolutie
Ook hier worden met enige regelmaat (en met veel tamtam) grote technologische doorbraken gemeld. IBM bijvoorbeeld meldde vorig jaar dat het 80 procent van de zonnestralen kan omzetten in energie, vier keer zoveel als met de huidige technologie mogelijk is.
Dan worden grote oliebedrijven als ExxonMobil, BP en Shell nog bedreigd vanuit een geheel andere hoek, namelijk met betrekking tot de winning van olie uit schaliegesteentes in de VS, waarin ze nauwelijks actief zijn of zich met wisselend succes hebben ingekocht. Door de sterk gedaalde gasprijzen is de focus daar de afgelopen paar jaar verschoven naar het opboren van olie (vaak met gas als ‘bijproduct’), waardoor de olieproductie in het land inmiddels terug is op het hoogste niveau sinds 1970.
De nu nog controversiële technologie wordt snel schoner en efficiënter, waardoor het volgens Donora niet meer dan vijf jaar zal duren voordat het hydraulisch ‘fracken’ in combinatie met horizontaal boren zijn weg vindt naar andere landen. Het potentieel is daarbij gigantisch: volgens schattingen zou er op de wereld tot wel negen keer zoveel schalieolie in de grond zitten als er in conventionele oliebronnen nog aanwezig is. Meer aanbod zet druk op de prijzen, terwijl de investeringskosten voor conventionele oliewinning toenemen.
‘De mondiale beweging van fossiele brandstoffen richting schone energie is onomkeerbaar. Vanuit dat perspectief staan de olie- en gasbedrijven zeker onder druk,’ zegt Marc van Loo, senior beleggingsanalist en verantwoordelijk voor onder meer de energiemarkt bij ING Investment Management.
‘Niet alleen vanuit de langetermijnvraagkant naar olie en gas, maar ook in toenemende mate vanuit de beleggerswereld. De huidige “stranded asset”-discussie (het vroegtijdig afschrijven op met name dure olieprojecten) heeft dit dilemma bij beleggers zeer prominent op de kaart gezet.’
Broeikaseffect
Grote vraag is volgens hem hoe snel deze transitie richting schone energie zich kan voltrekken. ‘Dit zal voornamelijk afhangen van overheidsbeleid en technologische innovaties, die beide moeilijk zijn in te schatten.’
Van grote invloed op het beleid van overheden wereldwijd zou de onlangs verschenen studie, de grootste ooit, naar klimaatverandering kunnen zijn. Daarin waarschuwen de Verenigde Naties dat er geen tijd te verliezen is met het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen. De schade die het te snel opwarmen van de aarde veroorzaakt is anders niet te overzien, stellen de wetenschappers.
Maar zelfs in een optimistisch scenario voor duurzame energie zullen olie en gas voorlopig een belangrijke rol blijven vervullen in de wereldwijde energiemix, verwacht de ING-analist, mede doordat gas marktaandeel kan winnen van steenkool.
‘Daarnaast is de verwachting dat de absolute vraag naar energie zal blijven groeien, wat bete- kent dat zelfs bij een lager marktaandeel van olie en gas in de energiemix, de absolute vraag naar olie en gas kan blijven groeien. Dit maakt dat de grote olie- en gasbedrijven een relevante factor zullen blijven binnen de energiemarkt voor de komende decennia.’
Zoektocht naar inkomen
Voor beleggers zullen vooral de aantrekkelijke dividendrendementen (op dit moment 5-6 procent) van de grote Europese olie- en gasbedrijven hun aantrekkingskracht behouden, ‘zeker met de voortdurende trend naar de zoektocht naar inkomen.’
Van Loo: ‘Mocht de olieprijs voor langere tijd onder druk komen te staan, dan zullen managementteams eerst het investeringsniveau verlagen en pas in een uiterst scenario het dividend. Shell heeft echter sinds 1945 zijn dividend niet verlaagd, Total niet sinds 1981.’
Dit artikel is verschenen in het Fondsnieuws-magazine van november 2014.