Een golf van overnames ging een week geleden door de wereld. Multinationals kondigden op één dag deals aan van in totaal 70 miljard dollar met het doel toegang te krijgen tot de booming Amerikaanse markt en concurrenten daarmee de pas af te snijden.
Zo nam het Franse LVMH de Amerikaanse branchegenoot Tiffany over voor 16,6 miljard dollar, trok broker Charles Schwab 26 miljard dollar uit voor branchgenoot TD Ameritrade, kocht Novartis voor 9,7 miljard dollar Medicines Company en kwam het Nederlandse Eneco voor meer dan 4 miljard dollar in handen van Mitsubishi.
Sean Markowitz (foto), strateeg bij Schroders, stelt dat door het grote aantal fusies en overnames en de lakse handhaving van antitrustwetten de grootste Amerikaanse bedrijven in staat zijn gesteld om hun marktmacht te consolideren en extreem hoge winsten te genereren.
Markowitz ziet in de dominantie een reden voor beleggers om zich zorgen te maken. Want, zegt hij, concurrentie is een van de fundamenten voor het goed functioneren van een liberale markteconomie. Het stimuleert bedrijven om de prijzen laag te houden, producten van betere kwaliteit te produceren en aantrekkelijke lonen te bieden. De afgelopen twee decennia zijn er echter tekenen die erop wijzen dat de concurrentie in de Amerikaanse economie is verzwakt.
In het onderzoek ‘The rise of US superstar firms and its implications for investors’ wijst hij erop dat meer dan 75 procent van de Amerikaanse bedrijfssectoren meer geconcentreerd is geraakt. In veel sectoren is meer dan 60 procent van het marktaandeel verdeeld tussen twee tot drie grote partijen. Zij domineren de sector in termen van omzet, winst en rendement. Markowitz vreest dat de dominantie van enkele superbedrijven ten koste gaat van consumenten, en bovendien de inkomensongelijkheid versterkt. Hij wijst erop dat de discussie in Washington zich toenemend richt op de noodzaak van regulering, wat beleggers in deze beursgenoteerde bedrijven kan benadelen.
Focus op kwaliteitsaandelen
Veel beleggers, ook in de investment offices van de banken in Nederland, hebben voor deze zogenoemde kwaliteitsaandelen een voorkeur - net zoals superbelegger Warren Buffett zijn succesvolle strategie altijd gericht heeft op de marktleiders die voldoende marktmacht hebben om eenzijdig de prijs te verhogen. Deze kwaliteitsaandelen kennen inmiddels overigens wel een hoge prijs per aandeel.
De toegenomen marktmacht heeft Amerikaanse bedrijven geholpen om een groter deel van de economische taart te absorberen. Sinds de jaren negentig is het aandeel van de bedrijfswinsten in het BBP gestegen van ongeveer 6-8 tot 10-12 procent tegenwoordig. Het inkomensaandeel van de werknemers daarentegen daalt al drie decennia lang en is sinds de eeuwwisseling in een stroomversnelling geraakt met een daling van 64 naar 57 procent.
Toenemende inkomensongelijkheid
Deze herallocatie van output naar superbedrijven en weg van de werknemers heeft bijgedragen aan groeiende inkomensongelijkheid. Het rendement op aandelen is toegenomen naarmate de concentratie in de bedrijfssectoren groeide. Maar huishoudens met een laag inkomen halen een veel kleiner deel van hun vermogen uit aandelenbezit dan huishoudens met een hoog inkomen. Hoewel de concentratie in de bedrijfssectoren het rendement voor de aandeelhouders heeft verhoogd, zijn de voordelen dus niet gelijkelijk verdeeld over de Amerikaanse bevolking.
In de praktijk hebben passieve beleggers meer dan actieve beleggers geprofiteerd van de sterke marktprestaties van superbedrijven. Het probleem is nu dat met de toenemende concentratie op de Amerikaanse aandelenmarkt passieve beleggers meer risico’s nemen dan zij zich realiseren en de blootstelling aan een mogelijke omkering van de markttrends groeit.
Daarnaast is ook sprake van technologische innovatie, die het concurrentielandschap op de schop heeft genomen. Dit is vooral te zien in de IT-sector. Google is goed voor 88 procent van alle online zoekactiviteit in de VS, Facebook controleert 42 procent van de sociale media en Apple (iOS) en Google (Android) verdelen de markt voor mobile operating systems. Deze dominantie werpt enorm hoge toetredingsdrempels op. De concurrentie wordt nog meer verzwakt door de stortvloed aan acquisities en overnames.
In de afgelopen drie decennia is het gemiddelde aantal Amerikaanse fusies en overnames per jaar gestegen van ongeveer 5.600 tot meer dan 10.000. Lakse mededingingsautoriteiten hebben de weg voor grote bedrijven gebaand om hun marktaandeel verder te consolideren.
Wat keert het tij?
Wat kan het tij keren voor superbedrijven, vraagt Schroders zich af. Ook in de VS klint de roep om overheidsingrijpen steeds luider. Daarmee gaan neerwaartse risico’s gepaard voor omzetgroei, winstmarges en waarderingen, zoals in het verleden het geval is geweest.
Strateeg Sean Markowitz van Schroder sluit niet dat de dominantie van deze superbedrijven intact blijft. Hij wijst erop dat deze bedrijven de Nokia’s of de Blackberry’s van morgen kunnen zijn. Passieve beleggers zijn het meest blootgesteld aan dit risico. Maar een grondige analyse van individuele bedrijven en hun vooruitzichten kan beleggers helpen om de gevaren die voor hen liggen te beheersen.