Mark Adema
i-RMwgjf9-XL.jpg

Mark Adema, dé expert in Nederland op het terrein van beleggingsindices, over intransparantie, kosten, passies en hypes en over de nieuwe ‘kids on the block’.

‘Een passie’ noemt hij het zelf, zijn grote betrokkenheid bij beleggingsindices. Mark Adema is een van de weinige experts op dit gebied in Nederland. Jarenlang stond hij bij beursbedrijf Euronext aan het hoofd van de afdeling die zich met indices bezighoudt en sinds 2009 is hij voor indexactiviteiten in te huren als consultant. 

Veel stof opwaaien deed het toen TOM (The Order Machine) in 2014 de door hem ontworpen NL20-index lanceerde, een alternatief voor de hoofdgraadmeter van zijn voormalige werkgever, de AEX-index.

Adema voert een strijd tegen inefficiënt samengestelde indices en de onvolledige transparantie ten aanzien van kosten van indexproducten. Gaan providers het belang van de indexbelegger niet vooropstellen, zegt hij, dan schieten ze zich op termijn in eigen voet.

Waarom?

‘Vanwege de onstuitbare opkomst van indexbeleggen. In de VS gaat al veruit het grootste deel van de instroom van nieuwe beleggingsgelden richting passief. Europa zal hierin volgen. Dé trend is dan ook de beweging van stock picking naar index picking. Elke index zal daarbij een duidelijke en vaststaande beleggingspropositie moeten hebben. Door allerlei regeltjes in te bakken wordt een indexproduct onnodig duur. Transparantie over de kosten legt dat bloot.’

Hoe is de markt voor aanbieders van indices op dit moment verdeeld? 

‘Je hebt twee hoofdsmaken. Ten eerste heb je indices van beursbedrijven zoals Euronext met hun AEX of CAC 40. Daarnaast heb je de “big four”: MSCI, S&P Dow Jones, Russell en FTSE, al is de laatste tegenwoordig volledig eigendom van de London Stock Exchange.’

En wat is dan je kritiek?

‘Neem bijvoorbeeld MSCI en Euronext, om van beide smaken er een te noemen. MSCI’s businessmodel is in de eerste plaats benchmarking, oftewel, hoe doe ik het als professionele partij ten opzichte van een index. Dat betekent dat hun benchmarks geneigd zullen zijn heel breed te zijn, oneigenlijk breed zelfs, want je zult nooit in de illiquide staart van zo’n index willen beleggen. Weliswaar maken ze heel veel verschillende indices, maar hun grote, bekende benchmarks pluggen ze ook bij uitgevers van indexproducten zoals trackers.’

‘Hetzelfde geldt voor Euronext. Die gebruikt zijn indices ook ten dele voor een ander doel, met name het aantrekken van nieuwe noteringen, wat allerlei consequenties heeft.’

Ook ABN Amro hoopt op een zo snel mogelijke opname in de AEX… 

‘Ja. Maar is het logisch voor een indexbelegger om elk nieuw beursfonds dat op de markt komt meteen te kopen? Nee. Je kijk het eerst even rustig aan en besluit pas na verloop van tijd of het aandeel geschikt is om voor de lange termijn in te beleggen. Voor al die wisselingen in dat indexmandje moet uiteindelijk de belegger betalen.’

Over welke kosten hebben we het dan? 

‘Een snelle opname in een index haalt de voorspelbaarheid omlaag wat nadelig is voor het verschil tussen de bied- en laatkoers van indexfutures. Ook de impliciete en expliciete transactiekosten voor bijvoorbeeld etf-beleggers nemen toe. Dit scheelt echt een slok op een borrel, zeker op langere termijn. En let vooral ook bij hypes als factorbeleggen op die kostenfactor. Hier is de omloopsnelheid binnen de index zo’n vier keer zo hoog als binnen een efficiënte gewone index. Op zich prima - ik ben zeker niet tegen innovatie - maar wees er in elk geval open over. Want vergeet niet, kosten zijn uiteindelijk de beste voorspeller van rendement.’

Was jij bij Euronext zelf ook niet verantwoordelijk voor de commercialisering van indices? 

‘Ja, en ik had daarbij alle indexactiviteiten in een aparte bv ondergebracht, duidelijk gescheiden van noteringen en contante markt. Maar de laatste jaren zie je dat bij Euronext de transactie-inkomsten onder druk staan als gevolg van toenemende concurrentie, waardoor noteringsvergoedingen steeds belangrijker zijn geworden binnen de organisatie als geheel. De belangen van beleggers in de AEX worden hieraan ondergeschikt gemaakt.’

Is volledige kostentransparantie wel mogelijk? 

‘Daar gaat het wel naartoe. De AFM en de banken hebben al een belangrijke stap gezet met de vergelijkende kostenmaatstaf. Maar ook van de verschillende transactiekosten, die nu nog alleen tot uiting komen in de tracking difference [het verschil tussen het rendement van de index en een tracker van deze index,red.], is een goede inschatting te maken zodat de zogeheten total cost of ownership, oftewel een getal dat de totale kosten van een belegging weergeeft, wel degelijk mogelijk is.’

Moeten indexaanbieders zich nu zorgen maken?

‘Er zijn tekenen die daar op wijzen. Zo is BlackRock gaan opschonen. Het heeft gezegd: voor welke indices is het belangrijk om een merk- naam erbij te voeren, en voor welke niet. Die indices gaan we dan zelf wel bouwen, zoals bij sectorindices. Nu hoeven ze geen licentiegeld meer te betalen. Dat bespaart al snel 3 à 4 basispunten per jaar. Dat scheelt fors in de huidige race-to-the-bottom van kosten onder de aanbieders in de VS.’

Stoot NL20 de AEX van de troon?

‘Dat is een kwestie van de krachten. Het verandert in ieder geval niet als je de intransparantie van kosten niet aan de kaak stelt of zolang toezichthouders het niet verplicht stellen. Als de AEX door een onafhankelijke partij zou worden berekend, waren al die regelwijzigingen de afgelopen jaren in elk geval nooit doorgevoerd.’

Dit artikel staat in het Fondsnieuws-magazine van donderdag 15 oktober.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No