Het belang van vermogensopbouw door particulieren neemt toe, maar het lijkt erop dat de politiek dit onderwerp doorschuift naar de private sector.
Ten onrechte, vindt consultancybureau VODW. Huishoudens moeten steeds meer zelf zorgen voor een verstandige vermogensopbouw voor later. Dit terwijl veel huishoudens hier nauwelijks mee bezig zijn.
Uit eerder onderzoek van het bureau komt naar voren dat Nederlanders over het algemeen een groot deel van hun vermogen in hun huis en het pensioenfonds hebben zitten en in vergelijking met het buitenland relatief weinig zelf beleggen voor bijvoorbeeld een aanvulling op hun pensioen of andere lange termijndoelen.
Nederlanders willen bijvoorbeeld vaak wel geld opzij zetten om bijvoorbeeld de studie van hun kinderen te kunnen bekostigen, maar onderschatten volgens het onderzoek vaak hoeveel ze hier voor nodig zullen hebben. Meer dan de helft van de ouders denkt hiervoor ongeveer 10.000 euro nodig te hebben, terwijl dit in werkelijkheid rond de 36.000 euro voor een thuiswonende student en 54.000 euro voor een uitwonende student is.
Ook blijkt dat veel huishoudens als het om vermogen gaat de korte termijn verkiezen boven de lange termijn. Zo verkiest maar liefst 47 procent van de huishoudens een bedrag van 100.000 euro nu, boven 200.000 euro over vijf jaar. Omgerekend laat men daarmee een rendement van zo’n 15 procent per jaar liggen.
Beslissers in de financiële sector staan voor de uitdaging niet alleen de gefortuneerden, maar juist ook de kleinere vermogens, de jongeren en de beneden-modale huishoudens te helpen hun eigen financiële toekomst vorm te geven, aldus VODW.
‘Niet langer kan de sector volstaan met proposities die passend zijn voor 20 procent van de huishoudens met 80 procent van het vermogen. Juist de grote groep huishoudens die het financieel minder breed heeft, is nu gebaat bij betrokkenheid, innovatie en efficiënte proposities van banken, verzekeraars, pensioenfondsen en vermogensbeheerders.’