Ondanks geopolitieke spanningen rond Noord-Korea zijn fondsbeheerders vol vertrouwen over de toekomst van Zuidoost-Azië. Niet het oorlogsrisico, maar consumptie en technologie zijn er de gamechangers.
Opkomende markten waren, ondanks de altijd forse groeiverwachtingen, de laatste jaren niet vanzelfsprekend de beste categorie voor aandelenbeleggers. De hoge groei in China bleek geen stand te houden, veel landen kregen een tik van de dalende grondstoffenprijzen en spanningen zoals rond Noord-Korea jagen beleggers ook uit opkomende markten, vooral die in Zuidoost-Azië. Toch is het optimisme onder fondsbeheerders nog onaangetast. En de angst voor een escalatie in Noord-Korea is opvallend klein.
Volgens Alexandra Morris, investment director bij assetmanager Skagen, die significante posities heeft in Zuid-Koreaanse bedrijven als Samsung, Hyundai en LG, moeten beleggers zich niet door angst laten leiden als het om Noord-Korea gaat. De grote bedrijven in de regio hebben zich grondig voorbereid op een escalatie van het conflict.
Morris: ‘Samsung garandeert in geval van oorlog de bedrijfscontinuïteit door wereldwijd 33 productiefaciliteiten in zeventien landen operationeel te houden, naast slechts vijf in Zuid-Korea zelf. Hyundai heeft soortgelijke maatregelen getroffen.’
Dit blijkt ook uit de koersontwikkeling van het aandeel Samsung. Sinds februari deed Noord-Korea vijftien rakettesten, maar het aandeel bleef goed liggen, en steeg per saldo sinds februari met pakweg 40 procent. De Zuid-Koreaanse Kospi-index steeg sindsdien met bijna 20 procent, beter dan de MSCI EM- en MSCI All Country World-indices.
David Raper, beheerder van Comgest Growth Asia Pacific, noemt de regio Zuidoost-Azië ondanks de goede recente koersontwikkeling een achterblijver bij de ontwikkelde markten. En dat terwijl volgens Raper de winstgevendheid over de hele linie verbeterd is. Hierdoor ligt de discount in waardering nu dicht bij het maximum uit de afgelopen tien jaar.
India en China
Als ‘bottom-upbelegger’ koopt Raper niet de hele markt, maar er zijn kansen genoeg, met name in India en vooral China. In China is de ontwikkeling naar een door consumptie gedreven economie in volle gang. ‘Dit leidt op termijn tot een tragere groei, maar wel groei van een hogere kwaliteit,’ aldus Raper.
Een aandeel dat er volgens hem nu uitspringt is Baidu, het Chinese Google. ‘Dit bedrijf blijft beter dan verwachte operationele resultaten laten zien en de komst van Liu Qi van Microsoft als nieuwe topman lijkt te helpen om het bedrijf meer focus te geven.’
Baidu is achtergebleven bij andere Chinese internetbedrijven als Alibaba en Tencent. In die laatste twee belegt Raper alleen indirect, via het in Zuid-Afrika genoteerde Naspers, dat een discount heeft ten opzichte van zijn belang in Tencent, en het Japanse Softbank, dat een van de grootste aandeelhouders is in Alibaba.
Ook van het Chinese Ping An Insurance is Raper gecharmeerd. ‘De kwaliteit van dit bedrijf wordt door de markt niet op waarde geschat. Ping An is een sterke speler op de markt voor levensverzekeringen, met 143 miljoen actieve klanten in China, 20% meer dan een jaar geleden,’ aldus Raper.
De situatie rond Noord-Korea baart Raper wel zorgen, maar dit heeft nauwelijks invloed op zijn beleggingsbeleid. De historie wijst uit dat dit soort periodes van verhoogde spanning voorkomen maar ook weer voorbijgaan.
Catherine Yeung, investment director Asian equities bij Fidelity International is evenmin al te bezorgd over de dreiging uit Noord-Korea. De kans op een militair conflict acht zij minimaal. Net als Raper wijst zij op de lage waardering van de aandelen in de regio waar zij verantwoordelijk voor is ten opzichte van de ontwikkelde markten, zowel in termen van koers-winstverhoudingen als op basis van de asset values.
Yeung: ‘De regio biedt groeikansen op lange termijn doordat de penetratie van consumentenproducten, de dienstensector en de ontwikkeling van infrastructuur een inhaalslag aan het maken zijn. In verschillende belangrijke landen zijn regeringen aan de macht gekomen met meer aandacht voor hervormingen en economische groei.’
Daarnaast ziet Yeung een verschuiving in de manier waarop mensen technologie gebruiken: van tv naar internet en social media. Bedrijven die daaraan kunnen verdienen zijn volgens Yeung de bedrijven met voldoende kritische massa en een groot marktaandeel. En fintech wordt belangrijk. Zowel Alibaba als Tencent hebben met hun betaalsystemen Alipay en Tenpay wat dat aangaat een sterke positie opgebouwd. Alipay heeft nu 520 miljoen gebruikers, Tenpay heeft er 600 miljoen. Beide bedrijven zijn pas net begonnen met het uitbaten van hun klantenbestand.
Voldoende kansen
Stuart Parks van het Invesco Pacific Equity Fund benadrukt dat er in Azië een cyclische upturn van bedrijfswinsten is geweest die de koersen heeft gestuwd. Hierdoor is de regio misschien relatief minder aantrekkelijk dan enige jaren geleden, maar biedt zij nog altijd voldoende kansen. ‘De verwachte winstgroei is hier nog altijd hoger dan die in de ontwikkelde markten.’
Binnen de regio heeft hij een voorkeur voor India, en, ondanks de dreiging uit Noord-Korea, juist voor Zuid-Korea. Dat land krijgt binnen de portefeuille zelfs de grootste overweging. Zuid-Koreaanse aandelen hebben het, mede door de geopolitieke spanningen relatief slecht gedaan en dat biedt nu kansen om tegen redelijke waarderingen in te stappen.
Zuid-Korea is altijd al een van de goedkopere markten geweest in de regio, onder meer vanwege de aanwezigheid van cyclische aandelen, maar ook door de tamelijk zwakke corporate governance. De lagere waardering kan deels verdwijnen als bedrijven wat aandeelhoudersvriendelijker worden.
Een aandeel dat er voor Parks uitspringt is 51job, een uitzendbedrijf dat een sterke groei laat zien. Parks gelooft dat de omzetgroeivooruitzichten van zo’n 20 procent op jaarbasis nog onvoldoende in de koers tot uitdrukking komen.
Dit artikel staat in het Fondsnieuws-magazine dat op 1 november verschijnt. Dit magazine bevat een thema-gedeelte dat gewijd is aan de regio Azië-Pacific.