columnist_anton_reijinga.jpg

De opgelaaide bonusdiscussie ten spijt, zakenbankiers zijn in Nederland een uitstervend ras. En dat is een slechte zaak, want juist nu hebben we bankiers met lef nodig om onze economie uit het slop te trekken.

Fondsmanager Willem Burgers, bekend als ‘Mr. Smallcap’, blikt met weemoed terug op zijn beginjaren als aandelenbelegger. Toen, in de jaren tachtig, nam het aantal noteringen aan de Amsterdamse effectenbeurs gestaag toe. In het nieuwe millennium is hieraan een abrupt einde gekomen.

De infrastructuur

Voor zijn fonds Add Value, dat deze maand vijf jaar bestaat en in kleine en middelgrote Nederlandse beursgenoteerde bedrijven belegt, heeft Burgers nu keus uit tweeëneenhalf tot drie keer minder namen. Ooit bestond zijn universum uit zo’n 150 tot 200 ondernemingen, aldus de manager bij de gongslag ter gelegenheid van het eerste lustrum van het fonds.

Op de vraag wat vroeger beter was, antwoordt hij resoluut: ‘de infrastructuur’. In de binnenstad van Amsterdam wemelde het van de beurshandelaren en effectenbankiers. Naast de beurs zelf en ondersteunende diensten, zaten effectenbanken als Mees & Hope en Pierson, Heldring & Pierson op een steenworp afstand van de Dam. Ook algemene banken als ABN en Amro hadden er grote effectenafdelingen, aangestuurd vanuit hoofdkantoren binnen de grachtengordel.

Het klaverblad

Burgers spreekt over dit viertal liefkozend als ‘het klaverblad’. Zelf noemden de zakenbankiers zich ‘merchant bankers’ – naar de Brits-Engelse vertaling, veel chiquer dan het Amerikaanse ‘investment banker’. Aan de lopende band brachten ze bedrijven naar de beurs. Hier vonden ze gewillige afnemers voor de nieuwe aandelen bij pensioenfondsen en verzekeraars. Na een liberaliseringsgolf, hadden die de beurs net ontdekt als plek om hun groeiende vermogens te beleggen.

Wat volgde was een bloeiperiode. Niet alleen stond Amsterdam op de kaart als financieel centrum, ook kon het Nederlandse bedrijfsleven zijn vleugels internationaal uitslaan. Hun expansie financierden bedrijven via de Amsterdamse beurs. Het Nederlandse groeimodel wekte ontzag tot ver buiten de landsgrenzen.

Het eind van deze periode werd ingeluid met de beursflop van World Online in 2000 – onder begeleiding van ABN Amro, dat toen MeesPierson al weer had overgedaan aan het Belgische Fortis. De reputatie van ABN Amro wankelde. Bij gebrek aan beursgangen, begon het aantal noteringen te dalen – als gevolg van faillissementen, fusies en overnames, maar ook omdat de baten van een notering gewoon niet meer opwogen tegen de kosten.

Monetair beleid

Hierin moet weer verandering komen, wil het monetaire beleid van kwantitatieve verruiming een goede kans van slagen hebben. De Europese Centrale Bank (ECB) koopt voor meer dan 1.000 miljard euro met name staatsleningen in de eurozone op in een ultieme poging om institutionele beleggers weer echt aan het beleggen te krijgen. Als die weer risicodragend kapitaal in bedrijven steken, kunnen deze op hun beurt investeren en banen creëren. Geld komt zo weer in de reële economie, wat de inflatie naar de ECB-doelstelling kan tillen.

De Nederlandse overheid probeert met investeringsvehikels institutionele beleggers over te halen te investeren in het midden- en kleinbedrijf. De vraag blijft of belastingvoordelen, subsidies en staatsgaranties leiden tot duurzaam ondernemerschap. Het verleden laat in elk geval zien wat wel werkt. De Amsterdamse effectenbeurs, de oudste ter wereld met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) als eerste multinational, stond nota bene aan de basis van onze Gouden Eeuw.

Het percentage van Nederland in de totale marktkapitalisatie van de wereldaandelenbeurzen is afgelopen tien jaar gehalveerd. Intussen is het in Nederlandse aandelen belegde vermogen van Nederlandse pensioenfondsen nog slechts 10 miljard euro, ofwel 1,2 procent van het totaal.

Wie van de Drie?

Dat moet omhoog. Enerzijds, moeten we institutionele beleggers niet langer dwingen geld te steken in obligaties met een negatief rendement. Anderzijds, zijn er aandelen voor nodig en zakenbankiers die ze met een goed – eerlijk – verhaal aan de man kunnen brengen.

De drie grootbanken ABN Amro, ING en Rabo lijken hiervoor de meest voor de hand liggende kandidaten. Na jaren navelstaren, is het tijd om de blik weer naar buiten te richten. Onderhand zullen de handen jeuken van de achtergebleven ‘movers & shakers’. Nu kan je je maatschappelijk nut als zakenbankier bewijzen en respect en vertrouwen herwinnen.

Om met de in de jaren tachtig populaire televisiequiz Wie van de Drie te spreken: Wil de echte bankier met lef nu opstaan? Dan hebben we het daarna nog eens over die bonus. 

Anton Reijinga is redacteur bij Fondsnieuws.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No