Het is misschien een open deur, maar het is toch opmerkelijk om vast te stellen dat beleggingsfondsen en ETFs verrassend goed presteren ten opzichte van banken.
Natuurlijk is de financiële crisis ook niet aan beleggingsfondsen voorbijgegaan. Maar ondertussen hebben wel alle grote Nederlandse banken direct of indirect staatssteun gekregen.
De belangrijkste verklaring hiervoor is dat beleggingsfondsen als regel geen vreemd vermogen kennen. Zonder schulden kun je niet failliet gaan. Faillissementen leiden tot onverwacht grote schokken, en kunnen in de wereld van banken al snel leiden tot een systeemcrisis.
De grote vraag is dan ook waarom we banken niet meer laten lijken op beleggingsfondsen. Het antwoord op deze vraag ligt voor de hand. We vinden het prettig dat we met de illusie kunnen leven dat ons spaargeld veilig is bij de bank. Veilig betekent dat het niet in waarde veranderd.
Illusie
Dat dit een illusie is zou inmiddels iedereen duidelijk moeten zijn. Ons spaargeld is door de financiële crisis niet verdampt, maar de bezuinigingen treffen ons allen. En deze bezuinigingen zijn mede het gevolg van de kosten die de overheid heeft moeten maken om financiële instellingen te redden.
Wanneer we wel een stap willen zetten in de richting van banken die minder onderhevig zullen zijn aan het risico op faillissement zullen we de schulden van de bank meer risico-dragend moeten maken.
De negatieve effecten van een tegenvaller in de kredietportefeuille zullen sneller moeten doorwerken in de waarde van de schulden van de bank.
Obligaties
Obligaties zouden bijvoorbeeld automatisch moeten worden afgestempeld indien de solvabiliteit van de bank beneden een bepaalde norm komt. Ook de gewone spaarder zou hieraan niet mogen ontkomen.
Spaarsaldi boven een bepaald minimumbedrag zouden – net als onze pensioenaanspraken - automatisch in waarde moeten dalen bij een te lage solvabiliteit.
Dat laatste is overigens lastig te implementeren, want het zou het risico op een bank run kunnen vergroten.
Daarom zouden spaarders die hun geld opnemen tot bijvoorbeeld een jaar na het opnemen van hun geld nog aangesproken kunnen worden voor een bijdrage in de verliezen.
Ergste klanten
Dit klinkt misschien raar, maar vanuit het oogpunt van risico management zijn dit wel de ergste klanten: eerst geven ze de bank het geld om risicovolle kredieten te verlenen, om er volgens vandoor te gaan wanneer de verliezen aan de orde zijn.
Ik begrijp heel goed dat dit nogal een draconische ingreep in ons financieel bestel is. We vinden het nu eenmaal veel beter om de verliezen van banken voor rekening van de overheid te laten komen, en dan vervolgens de belasting te verhogen.
Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.