Banksparen begint langzamerhand aan populariteit te winnen. Het sparen voor een oude dag is één van de belangrijkste redenen om dit te doen.
Met banksparen bestaat echter het probleem dat men mogelijk spaart voor een pensioen dat men nooit zal genieten. Je kan namelijk overlijden voor of kort na het ingaan van het pensioen. Jammer, maar leuk voor de nabestaanden. Bij een pensioenfonds of een lijfrente afgegeven door een verzekeringsmaatschappij wordt het vrijgekomen vermogen toegewezen aan de overige deelnemers, waardoor men kan volstaan met lagere premies of hogere uitkeringen.
Dit is één van de grootste voordelen van de producten van een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij. Helaas weten we inmiddels dat dit gepaard kan gaan met behoorlijk hoge kosten.
Voor iemand op zoek naar een goede pensioenoplossing zou het daarom aardig zijn wanneer we een beleggingsfonds zouden hebben dat het vermogen van de overleden deelnemers verdeelt onder de nog levende deelnemers.
Tontine
Dit is het principe van een tontine, een inmiddels wat vergeten product uit de geschiedenis van het verzekeringsbedrijf.
Bij een tontine wordt na een bepaalde tijd – zeg tien jaar – de waarde van een gezamenlijk beleggingsrekening verdeeld onder de personen die dan nog in leven zijn. Dit is een waardevol product, indien er al voldoende voorzieningen zijn voor de nabestaanden of er geen nabestaanden zijn.
Bij leven krijg je dan meer geld voor dezelfde inleg. Tontines kwamen in een kwaad daglicht te staan, omdat menig detective in de 19de eeuw bezig was met het oplossen van een moordzaak op één van de twee laatste nog in leven zijnde participanten in de tontine.
Spaarkassen
In Nederland waren tontines vooral bekend van de zogenoemde spaarkassen die door verzekeringsmaatschappijen werden bijgehouden.
Het wordt de hoogste tijd om de tontine nieuw leven in te blazen en te moderniseren. Met behulp van wat levensverzekeringswiskunde moet het mogelijk zijn om een tontine te maken met een redelijk stabiele maandelijkse uitkering in plaats van een eenmalige uitkering zoals bij de klassieke tontine het geval was.
Een groot voordeel van zo’n product is, dat het volgens het principe van een open-end beleggingsfonds kan worden opgezet, waarbij de berekeningen door onafhankelijke actuarissen kunnen worden gedaan, en de kosten volgens het principe van de total expense ratio op een transparante wijze ten laste van het fonds kan worden gebracht.
Wellicht het allergrootste voordeel is dat een tontine - net als een beleggingsfonds - niet failliet kan gaan. Er wordt eenvoudigweg verdeeld wat er is, zonder dat er onrealistische beloften dan wel verwachtingen worden gewekt, zoals in het verleden bij onze pensioenfondsen.
Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.