Volgens statistieken van de Nederlandse Bank beleggen we een groot deel van onze beleggingen in een beleggingsfonds. De meeste Nederlanders hebben het beleggen dus uitbesteed. De doe-het-zelver is in de minderheid.
De keuze aan fondsen is werkelijk overweldigend, en overtreft inmiddels ruimschoots het aanbod aan individuele aandelen. Wereldwijd zijn er volgens de statistieken van het Investment Company Institute zo’n 78.000 fondsen beschikbaar.
Daarvan zijn vele fondsen ook nog beschikbaar in een groot aantal share classes, waardoor het aanbod ogenschijnlijk nog groter lijkt. Ter vergelijking: er zijn wereldwijd op dit moment zo’n 43.000 aandelen beschikbaar.
Wat is het nut van zo’n overweldigend aanbod? Zitten we daar echt op te wachten? Het is in ieder geval buitengewoon lastig zoeken in zo’n groot aanbod, juist voor de beleggers die geen zin hebben om zelf moeite te doen.
Factoren
Wanneer alleen het rendement van fondsen interessant zou zijn, dan zou opvallen dat de we deze rendementen door de tijd allemaal zouden kunnen verklaren met 3 of 4 factoren. Academici gebruiken hiervoor het zogenaamde Fama en French-model.
Vrij vertaald is dit een model waarbij de exposure wordt gemeten op de marktindex en twee factoren die meten of een fonds veel kleine of juist grote aandelen in portefeuille heeft en of een fonds gemiddeld aandelen koopt met een hoge of juist een lage koers ten opzicht van de boekwaarde.
Deze twee factoren komen ruwweg overeen met de beroemde stijlbox van Morningstar, waarbij fondsen worden geclassificeerd in waarde en groei-stocks op de ene as en in kleine en grote aandelen op de andere as.
Als de rendementen van fondsen met zo’n 3 of 4 factoren te beschrijven zijn, dan is een assortiment van 78.000 behoorlijk overdreven. Als er voor iedere factor een hoog, laag of een midden categorie zou zijn, dan is een aanbod van 81 fondsen voldoende.
Behoorlijk rendement voldoet
Natuurlijk, iedere actieve fondsmanager belooft zijn best te doen om de markt te verslaan, maar vermoedelijk geloven de meeste beleggers dat niet. Ik denk dat de meeste beleggers in fondsen niet eens per sé het beste fonds willen hebben. De meeste mensen zijn tevreden met een behoorlijk presterend fonds zonder al te grote verliezen.
Beleggers zijn vooral geïnteresseerd in gemak, en kiezen vermoedelijk het liefst een fonds van de eigen bank of verzekeraar. Daarmee heeft iedere marktpartij de mogelijkheid om zijn eigen palet aan fondsen in de markt te zetten, zonder dat dit palet heel erg van dat van de concurrent hoeft te verschillen.
De portefeuilles moeten wel wereldwijd gespreid worden, maar het voelt wel vertrouwd indien het in de eigen winkel gekocht kan worden. En natuurlijk speelt dit probleem in ieder land.
Wat dat betreft heeft de markt beleggingsfondsen een gelijkenis met de Wereldgerechten van Knorr of Honig. Buitenlands eten zelf klaar maken, maar wel met een Nederlands recept in vijf overzichtelijke stappen en 30 minuten bereidingstijd. Het is geen haute cuisine, maar het stilt de honger.
Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.