plantinga.jpg

De verregaande digitalisering via het internet heeft de wereld aanzienlijk kleiner gemaakt. We worden vrienden met iedereen, logeren in het huis van vreemden, en met Uber kunnen we meerijden met onbekenden.

Ook onze financiën worden via de digitale wereld geregeld: niemand komt meer in een bankkantoor. We kunnen gemakkelijk via onze beleggersgiro beleggen in aandelen en andere vermogenstitels over de gehele wereld en met crowdfunding kunnen we op informele wijze geld uitlenen aan ondernemers die we nooit hebben ontmoet.

Volgens Robert Gordon wordt de economische impact van deze vernieuwingen sterk overschat. Alhoewel de digitalisering en het internet in het dagelijks leven erg handig zijn, is er amper een toename waarneembaar in de groei van de productiviteit. Het is dus niet zo dat we veel productiever zijn geworden omdat we vaak op onze smartphone kijken en we op afstand thuis de thermostaat aan en uit kunnen zetten.

Zelfs negatieve impact

Een lage groei van de productiviteit betekent ook een lage economische groei. Er is mogelijk zelfs een negatieve impact. Informatie en middelen worden immers tegen lage kosten gedeeld, waardoor traditionele bedrijfstakken onder druk staan, zoals de muziekindustrie, uitgevers van boeken, winkels, taxibedrijven en hotels. Dat is problematisch voor de belegger in deze bedrijfstakken. Tegelijkertijd is het ook zo dat we er als consument op vooruit zijn gegaan. We genieten tegen geringe kosten van muziek, films, en televisie via streamingdiensten, we verhuren ons huis in de zomer aan toeristen et cetera.

Veel traditionele bedrijven hebben moeite met deze veranderingen, die grote consequenties hebben voor hun verdienmodellen. Dit heeft ook implicaties voor beleggingsportefeuilles. Het is de vraag of de stijging in de marktwaarde van Google en andere gerelateerde internetondernemingen opweegt tegen het waardeverlies van de traditionele spelers die hun marktposities verliezen.

Nieuwe realiteit

Het lijkt alsof de beurzen zich nog amper aan deze nieuwe realiteit hebben aangepast, aangezien de waardering van aandelen relatief hoog is.

Op dit moment is de koers-winstverhouding in veel westerse landen waaronder ook Nederland hoger dan 25. Deze waarde is historisch gezien hoog. Een verklaring is dat we – net als in de meeste andere westerse landen – heel hard sparen voor ons pensioen, mede gedreven door de sterke vergrijzing van de bevolking. Daarom zijn we bereid veel te betalen voor een belegging ook al zijn de toekomstige vooruitzichten matig. We willen eigenlijk meer sparen dan er beleggingsmogelijkheden zijn. Dit wordt het meest duidelijk bij obligaties, waar de koersen zo hoog zijn opgelopen dat er inmiddels een negatieve rente is.

Deze hoge waarderingen worden een probleem zodra we netto-geld opnemen uit onze pensioenfondsen. De koersen van aandelen en obligaties zouden dan weleens heel snel kunnen dalen, aandelen met een hoge koers-winstverhouding.

Praktisch gezien betekent dat je in een portefeuille een keuze zou moeten maken voor dividend of value-gerichte beleggingsfondsen. Het is dan van belang om aandelen te vermijden in krimpende ondernemingen die hoge dividenden betalen uit een riante kaspositie opgebouwd in een ver verleden.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Deze column staat in het Fondsnieuws-magazine dat op 25 november verschijnt.

Deze column is afkomstig uit het Fondsnieuws-magazine dat op 26 oktober verscheen.  

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No