plantinga.jpg

Met de toenemende populariteit van ETF’s en andere vormen van indexbeleggen, raken beleggingsfondsen met een actief beleid in de verdrukking. Wat daarbij niet helpt is dat het vaak niet duidelijk is wanneer een fonds actief of passief is.

De mate waarin de samenstelling van een portefeuille afwijkt van die van de benchmark geeft aan in hoeverre een beleggingsfonds actief is. Het is verrassend om vast te stellen dat de informatie hierover niet in een enkel getal gerapporteerd wordt.

Veel fondsen nemen wel de moeite om te rapporteren welke benchmark ze gebruiken, maar de mate waarin ze daarvan afwijken wordt doorgaans niet vermeld.

Prospectus lezen
Natuurlijk kan een belegger zelf na studie van het jaarverslag en de prospectus wel een behoorlijk beeld krijgen. Immers, het jaarverslag bevat een overzicht van de samenstelling van de portefeuille, maar veel beleggers zullen dit vanwege tijdgebrek of onwetendheid niet doen.

Als alternatief kunnen we kennis nemen van de omloopsnelheid van een portefeuille. Dit geeft aan hoeveel er in een periode gehandeld wordt. Een omloopsnelheid van 100 procent betekent grofweg dat de samenstelling van de portefeuille in een jaar volledig is herzien.

Een hoge omloopsnelheid betekent dus dat we te maken hebben met een actief fonds.

Actieve posities
Omgekeerd betekent een lage omloopsnelheid niet altijd dat we te maken hebben met een passief fonds. Een fonds kan namelijk behoorlijk actieve posities innemen die jarenlang ongewijzigd blijven. De samenstelling van zo’n fonds wijkt dan sterk af van de benchmark terwijl de omloopsnelheid nagenoeg nul bedraagt.

Persoonlijk spreekt een dergelijk strategie mij wel aan. Het schetst het beeld van een portefeuillemanager die een langetermijnvisie op individuele aandelen heeft, ongevoelig voor de waan van kortetermijnkoersschommelingen.

Helaas zijn dergelijke fondsen moeilijk te vinden, omdat we geen eenvoudige maatstaf hebben voor de mate waarin het fonds afwijkt van de benchmark.

Extra omloopsnelheid
Een goede maatstaf zou kunnen zijn de extra omloopsnelheid die nodig is om de portefeuille in lijn te brengen met de benchmark. Wanneer deze extra omloopsnelheid 2 procent bedraagt, dan weet de belegger dat de portefeuille nagenoeg passief is.

Bedraag de extra omloopsnelheid 80 procent, dan weet de belegger dat de portefeuille behoorlijk overhoop moet worden gehaald om hem te veranderen in de benchmark.

Niets anders dan indexfonds
Een groot voordeel van deze maatstaf is dat we tevens inzicht krijgen in de mate waarin actieve fondsen ook echt actief zijn. Het vermoeden bestaat namelijk dat veel fondsen niets anders zijn dan indexfondsen met een klein beetje actief beleid en forse beheersvergoeding.

In combinatie met deze maatstaf en de Total Expense Ratio (TER) zullen we pas echt in staat zijn om een goede selectie van fondsen te maken.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

 

Author(s)
Categories
Access
Limited
Article type
Column
FD Article
No