Voor de individuele belegger is een indexfonds of een ETF een uitkomst. Het zijn instrumenten met lage kosten, doorgaans een adequate spreiding, en relatief goede rendementen.
Een onderbelicht probleem is dat gediversifieerde instrumenten het functioneren van de kapitaalmarkt op lange termijn ondermijnen. Zo mogelijk de belangrijkste functie van de kapitaal markt is dat onze besparingen terecht komen bij de meest winstgevende investeringsmogelijkheden.
Passieve beleggers maken geen kosten of doen geen moeite voor research, en dragen op dit punt dus niet bij aan het efficiënt functioneren van de kapitaalmarkt. Ze hebben met andere woorden geen idee van de activiteiten of de werkelijke waarde van het bedrijf en de aandelen die ze kopen.
Free riders
Dat is op zich nog niet zo erg zolang passief beleggen slechts een beperkt deel van de markt uitmaakt. Free riders zijn immers overal en zijn lang niet altijd noodlottig voor het functioneren van een systeem.
In het geval van de beurzen zou de prijsvorming nog bepaald kunnen worden door mensen die wel een idee hebben of in ieder geval proberen de waarde van ondernemingen te beoordelen.
Ik heb tot op heden geen adequate statistieken voor de Nederlandse of Europese markt gezien, maar het is een feit dat ETFs als groep een sterke instroom hebben gezien in de afgelopen jaren.
Het percentage passief belegd vermogen bedraagt in ieder geval tientallen procenten, en wanneer je bedenkt dat er nogal wat zogenoemde indexhuggers zijn dan zou het zo maar eens kunnen zijn dat meer dan de helft van de markt passief beheerd wordt.
Aandeelhouderswaarde maximaliseren
Naast het gevaar van het niet meer analyseren van individuele aandelen is er nog een aspect dat weinig of geen aandacht krijgt: aandeelhouders in gespreide beleggingsportefeuilles hebben vaak helemaal geen belang bij individuele ondernemingen die aandeelhouderswaarde maximaliseren. Dit is met name het geval wanneer een belegger alle concurrenten binnen een sector in zijn portefeuille heeft.
Laten we eens als fictief voorbeeld de markt van geneesmiddelen nemen. Een nieuwe producent slaagt erin om met een investering van 100 miljoen euro een nieuw medicijn te maken tegen een kwart van de prijs van het oude medicijn.
Door het na zich toetrekken van de gehele markt slaagt de nieuwe producent erin om een netto contante waarde van 500 miljoen euro te realiseren. Voor de aandeelhouder in deze farmaceut een behoorlijk opsteker. De gevolgen voor de oude producent zijn behoorlijk desastreus.
Er komt een eind aan een zeer winstgevend product, waardoor alleen al een waardeverlies van 1,2 miljard euro optreed, en daarnaast zijn er nog de nodige reorganisatiekosten. Kortom, deze innovatie kost de gediversifieerde belegger ruimt 700 miljoen euro.
Geen belang bij concurrentie
De gediversifieerde belegger heeft dus geen belang bij een sterke onderlinge concurrentie tussen bedrijven. Actieve beleggers bevorderen wel de concurrentie omdat zijn specifiek op zoek zijn naar individuele bedrijven die het beter doen dan de rest van de markt.
Ondernemingen worden zo uitgedaagd om te innoveren en te concurreren. Dat zou wel eens ten nadele kunnen zijn van de mens als belegger, maar voor de mens als consument leidt concurrentie tot lagere prijzen en betere producten.
Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.