Het Centraal Planbureau voorspelt een behoorlijke tegenvaller in de overheidsfinancieën, met een tekort dat voor volgend jaar oploopt tot 4,5 procent van het Bruto Nationaal Product.
De gedoogcoalitie staat voor lastige politieke keuzes. Het kabinet-Rutte ging in de afgelopen twee jaar fundamentele keuzes uit de weg, door het hanteren van de vijl, kaasschaaf, en beitel.
Als gevolg daarvan zitten we nu nog steeds met problemen in de begroting.
Het idee om de zaak nog eens een paar jaar op zijn beloop te laten, en ‘vanzelf uit de problemen te groeien’ klinkt politiek aantrekkelijk en was ook zeker een optie geweest wanneer onze staatsschuld op een laag niveau was geweest. We lopen echter het risico dat onze uitgaven aan rentebetalingen op de staatsschuld snel op kunnen lopen.
De financiële markten zijn voldoende zenuwachtig. Bovendien heeft het verleden laten zien dat de yield op staatsobligaties veel hoger kan zijn dan de huidige 4,5 procent. Zo was de yield op Nederlandse staatsobligaties aan het begin van 1978 ongeveer 7,5 procent om vervolgens te stijgen naar ongeveer 12,5 procent in 1981.
Wanneer de rente nu weer naar dat niveau stijgt, dan verdriedubbelt op termijn onze nationale rentelast. In dat geval beginnen onze overheidsfinancieën op die van Griekenland te lijken en zullen de noodzakelijke bezuinigingen tot tientallen miljarden op kunnen lopen.
Doemscenario
Ik geef toe dat dit een doemscenario is, en niet het meest waarschijnlijke. Maar het geeft wel aan dat er een dringende noodzaak is om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen. We moeten bezuinigen en tegelijkertijd de groei bevorderen. De vraag is hoe je dat doet.
Het schrappen van de hypotheekrente-aftrek is een logische kandidaat, maar dit moet gefaseerd gebeuren. Op korte termijn zal het niet veel effect hebben, maar op lange termijn is het een waardevolle bezuiniging. Bovendien leidt duidelijkheid op dit punt tot minder onzekerheid.
Lagere huizenprijzen zijn vervelend voor de huizenbezitters nu, maar goed voor starters. Bovendien zou er tegelijkertijd bezuinigd kunnen worden op de huursubsidie. Wanneer we uitsluitend naar de binnenlandse effecten kijken, dan is een stevige bezuiniging op ontwikkelingshulp ook een goede kandidaat.
Om de economische groei te stimuleren zijn echter meer fundamentele hervormingen nodig. Het is bijna onvermijdelijk dat deze ten koste gaan van de zwakkeren in de samenleving. Het verlagen van de loonkosten door bijvoorbeeld de werkloosheidsuitkering te beperken tot een jaar is een voorbeeld daarvan.
De WW-premie kan dan naar beneden, waardoor het voor werkgevers goedkoper wordt om nieuw personeel in te huren, terwijl aan de andere kant de prikkel om een baan te zoeken bij werkloosheid groter wordt.
Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.